De kantonrechter heeft negen verdachten veroordeeld voor de uitvoer van ruim 546 kilogram cocaïne, die in 2024 werd aangetroffen in een technische ruimte achter de cockpit van een toestel van de Surinaamse Luchtvaart Maatschappij (SLM). Twee verdachten kregen een gevangenisstraf van vijf jaar en zes maanden, terwijl de overige zeven ieder zes jaar cel opgelegd kregen.

De verdachten A.O., S.D., E.B., R.T., G.R., G.B., D.P., O.Z. en L.G. zijn schuldig bevonden aan overtreding van de Wet Verdovende Middelen. Naast de gevangenisstraffen legde de kantonrechter aan alle negen een geldboete van SRD 50.000 op. Bij niet-betaling wordt deze vervangen door zes maanden hechtenis. De tijd die de verdachten in voorarrest hebben doorgebracht, wordt in mindering gebracht op hun straf.

De cocaïne, met een totaalgewicht van 546.700 gram, werd aangetroffen in een ruimte achter de cockpit van een SLM-vliegtuig, waar zich de boordcomputers bevinden. Volgens de kantonrechter is uit het onderzoek voldoende gebleken dat sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachten.

De verdachten S.D. en E.B. kregen een lagere gevangenisstraf omdat zij vanaf het begin openheid van zaken hebben gegeven en hebben meegewerkt aan het onderzoek.

Bij de beoordeling baseerde de kantonrechter zich onder meer op de verklaringen van de verdachten en getuigen, de bevindingen van de digitale recherche en de forensische opsporing, evenals op de processen-verbaal van de politie.

Lagere straf dan geëist
Het Openbaar Ministerie had tegen alle negen verdachten een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van acht jaar en een geldboete van SRD 50.000 geëist. Daarnaast verzocht de officier van justitie om de inbeslaggenomen cocaïne aan het verkeer te onttrekken en de telefoons terug te geven aan de verdachten.

De kantonrechter volgde dit laatste verzoek. De cocaïne wordt vernietigd, terwijl de in beslag genomen mobiele telefoons worden teruggegeven aan de verdachten.

Geen beroepsverbod
Voor de verdachten A.O. en O.Z., die ten tijde van de feiten een publieke functie vervulden of betrokken waren bij de beveiliging van de luchthaven, had het Openbaar Ministerie tevens een beroepsverbod van vijf jaar gevorderd.

De kantonrechter wees dit verzoek af. Daarbij werd meegewogen dat beide verdachten niet eerder strafrechtelijk zijn veroordeeld.

Tijdens de behandeling van de zaak hadden verschillende raadslieden vrijspraak bepleit of aangevoerd dat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig was. De verdediging van S.D. had daarnaast verzocht om strafvermindering. De kantonrechter is daarin slechts gedeeltelijk meegegaan door de twee meewerkende verdachten een lagere gevangenisstraf op te leggen.