De samenleving verandert voortdurend. Normen, waarden en maatschappelijke opvattingen ontwikkelen zich mee met de tijd. Wat tientallen jaren geleden als ongepast, onprofessioneel of ongewenst werd beschouwd, wordt vandaag vaak anders beoordeeld. Deze ontwikkeling zien wij ook terug binnen het Korps Politie Suriname, met name waar het gaat om het dragen van baarden en tatoeages door politieambtenaren.

Lange tijd gold binnen het korps de opvatting dat politieambtenaren geen volle baard mochten dragen. Een baard werd veelal geassocieerd met een gebrek aan netheid, discipline of gezag. Ook tatoeages werden vroeger vaak in verband gebracht met criminaliteit of een negatieve maatschappelijke uitstraling.

Maar de vraag die wij ons vandaag moeten stellen, is: sluiten dergelijke opvattingen nog aan bij de huidige maatschappelijke realiteit?
Vandaag de dag dragen veel mannen, zowel binnen als buiten overheidsorganisaties, een verzorgde volle baard. Daarnaast zijn er personen die vanuit hun geloofsovertuiging een baard dragen als onderdeel van hun religieuze identiteit. Tatoeages worden inmiddels wereldwijd beschouwd als een vorm van lichaamskunst en persoonlijke expressie en worden gedragen door mensen uit alle lagen van de samenleving: artsen, advocaten, militairen, docenten en politiemensen.

Als vakorganisatie zijn wij van mening dat professionaliteit wordt bepaald door houding, integriteit, discipline, deskundigheid en de wijze waarop een politieambtenaar zijn taken uitvoert. Een verzorgde baard of zichtbare tatoeages zeggen op zichzelf niets over iemands karakter, gezag, betrouwbaarheid of vermogen om de samenleving te dienen. Het politiewerk wordt immers niet uitgevoerd door een baard of een tatoeage, maar door de politieambtenaar zelf.

Daarnaast leven wij in een democratische rechtsstaat waarin fundamentele rechten niet uit het oog mogen worden verloren. De Surinaamse Grondwet waarborgt in artikel 8 het gelijkheidsbeginsel en bepaalt dat niemand mag worden gediscrimineerd op grond van onder andere godsdienst of enige andere status. Artikel 9 van de Grondwet bepaalt bovendien dat eenieder recht heeft op fysieke, psychische en morele integriteit. Wanneer uiterlijke kenmerken zoals een baard rechtstreeks samenhangen met geloofsovertuiging of persoonlijke identiteit, ontstaat de vraag in hoeverre beperkingen daarop noodzakelijk, redelijk en proportioneel zijn.

Ook internationale mensenrechtenverdragen waarbij Suriname partij is, bevatten belangrijke waarborgen. Artikel 18 van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten beschermt de vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst, terwijl artikel 26 van hetzelfde verdrag het recht op gelijke behandeling en bescherming tegen discriminatie waarborgt. Daarnaast erkennen internationale normen de bescherming van persoonlijke waardigheid en de persoonlijke levenssfeer.

Uiteraard betekent dit niet dat binnen een politiekorps geen regels mogen bestaan. Een korps heeft het recht en de plicht om eisen te stellen aan representativiteit, discipline en professionaliteit. Dergelijke regels dienen echter objectief, redelijk en proportioneel te zijn en op consistente wijze te worden toegepast.

De recente discussie omtrent het muteren van een medewerker vanwege een vermeend gebrek aan representativiteit wegens het dragen van een baard, roept daarom belangrijke vragen op. Is een verzorgde volle baard daadwerkelijk bepalend voor representativiteit? Bestaan hiervoor objectieve criteria? Zijn fundamentele rechten en persoonlijke overtuigingen voldoende meegewogen? En past een dergelijke benadering nog binnen de huidige maatschappelijke opvattingen?

Internationaal hebben verschillende politiekorpsen hun beleid inmiddels aangepast aan de veranderende samenleving. In diverse landen zijn verzorgde baarden en zichtbare tatoeages toegestaan, zolang zij niet strijdig zijn met veiligheidsvoorschriften of de professionele uitoefening van de functie.

Het gaat uiteindelijk niet om de vraag hoe een politieambtenaar eruitziet, maar hoe hij functioneert. De samenleving verwacht van haar politie geen uiterlijke uniformiteit ten koste van individuele rechten, maar professionaliteit, integriteit, rechtvaardigheid en kwaliteit van dienstverlening.

Een baard verricht geen politiewerk.
Een tatoeage verricht geen politiewerk.
Dat doet de politieambtenaar.

Revelino R.M. Eijk, LLB
Voorzitter Surinaamse Politiebond