Maurice Adams in gesprek met Hans Lim A Po over staat, recht en democratie in Suriname

In het zojuist verschenen eerste nummer van het Surinaams Juristenblad voor 2026 is een belangwekkend artikel verschenen onder bovengenoemde titel, van de hand van Maurice Adams. Hieronder volgt een korte samenvatting van deze publicatie.

Maurice Adams sprak met Hans Lim A Po, jurist, docent, oprichter, lector, rector en directeur van het FHR Instituut in Suriname. De gesprekken resulteerden in een boek waarin Lim A Po enkele interessante uitspraken doet, onder meer over de ontwikkelingen rond de onafhankelijkheid van ons land. Het boek kan tevens worden beschouwd als een beknopte biografie van Lim A Po.

Na zijn studie in Leiden keerde hij terug naar Suriname, waar hij werkzaam was als advocaat en docent aan de toenmalige Universiteit van Suriname (thans de Anton de Kom Universiteit van Suriname).

Na beëindiging van zijn carrière als advocaat werkte Lim A Po in de top van de multinational Billiton. Daarnaast hield hij zich bezig met grensgeschillen met Guyana, de problematiek van grondenrechten, de hervorming van de Kiesregeling en de oprichting van de Sociaal-Economische Raad (SER).

Met het FHR Instituut wil hij bijdragen aan de ontwikkeling van het hoger onderwijs en het tegengaan van kennisvlucht. Hij pleit voor ontwikkeling “by design”, gebaseerd op visie en toekomstgericht beleid, en beschouwt vertrouwen in de staat en de samenleving, als een sleutelvoorwaarde voor een vrije en welvarende maatschappij. Tevens waarschuwt hij voor de eindigheid van de extractieve industrie en benadrukt hij het belang van scenariodenken. Zijn inzet weerspiegelt een streven naar hogere standaarden op het gebied van bestuur, onderwijs en rechtsorde.

Lim A Po merkt op dat het Statuut – dat inmiddels niet meer voor Suriname geldt – illustratief was voor de aard van de relatie tussen Nederland en Suriname. Ook na de inwerkingtreding van het Statuut bleef volgens hem de dominante invloed van Nederland bestaan. Hij typeert deze relatie als een dependency culture en stelt dat zich vanaf 1955 een eigen politieke en maatschappelijke elite ontwikkelde, veelal opgeleid in Nederland.

Naar zijn mening was de onafhankelijkheid onvermijdelijk, maar kwam zij te vroeg. Hij stelt dat democracy building en state building in beginsel samengaan, maar elkaar op korte termijn vaak tegenwerken, ondanks hun complementariteit op de lange termijn. Suriname heeft dat volgens hem aan den lijve ondervonden. De onafhankelijkheid was niet uitsluitend het resultaat van binnenlandse politieke initiatieven, maar ook van onderhandelingen die in belangrijke mate door Nederland werden geregisseerd.

Voorts stelt hij dat vertrouwen en wederkerigheid cruciale bouwstenen vormen voor democratische ontwikkeling. Het gebrek daaraan, zowel in de samenleving als in de politiek, vormt nog steeds een grote uitdaging. De daadwerkelijke groei van het collectieve denken – staatsrechtelijk, bestuurlijk én maatschappelijk – heeft volgens hem nooit plaatsgevonden.

De verbroederingspolitiek, die gedurende enige tijd voor stabiliteit zorgde, stortte uiteindelijk in. Volgens Lim A Po lag hierin een belangrijke oorzaak van de staatsgreep door de militairen in 1980. Tevens is hij van mening dat etnische tegenstellingen op termijn mogelijk zullen verdwijnen.

Een van zijn meest verrassende uitspraken betreft de totstandkoming van de Surinaamse Grondwet van 1975. Volgens Lim A Po geschiedde het opstellen daarvan onder regie van Nederland, onder leiding van prof. dr. David Simons en een aantal jonge Nederlandse juristen.

Bij velen is niet bekend dat Hans Lim A Po driemaal door de militairen werd gearresteerd, naar zijn zeggen telkens in verband met aangelegenheden rond de zogenoemde Nationale Grenscommissie. Steeds werd hij na één dag vrijgelaten.

Op de vraag van Adams of hij in december 1982 het risico liep van zijn vrijheid te worden beroofd, antwoordt Lim A Po dat hij het antwoord schuldig moet blijven.

De relatie tussen staat en samenleving wordt door Lim A Po, die thuis is in de rechtsfilosofie, in navolging van enkele bekende auteurs als volgt beschreven: Tussen staat en samenleving loopt een smalle tussenweg (narrow corridor). Alleen binnen die corridor bestaat een evenwichtige balans tussen beide.

Samengevat is de kern van de narrow corridor-opvatting:
"Instituties alleen zijn niet genoeg. Democratie op papier werkt niet zonder een samenleving die bereid is om voor vrijheid te vechten én een staat die sterk genoeg is om rechten te handhaven. Vrijheid is een dynamisch proces, geen eindstation. Je moet er elke generatie voor rennen om in de corridor te blijven."

Ten slotte vraagt Adams aan Lim A Po of hij denkt erin geslaagd te zijn de duisternis van de narrow corridor enigszins te verlichten. Lim A Po antwoordt dat hij in elk geval hoopt het besef te hebben gewekt dat wij er zonder hoge standaarden niet zullen komen.

De recensent deelt deze hoop en is van mening dat zij wordt bevestigd door de vele bijdragen die Hans Lim A Po aan de Surinaamse samenleving heeft geleverd, niet alleen via het FHR Instituut, maar ook door zijn talrijke maatschappelijke en bestuurlijke inspanningen, zoals in het artikel beschreven.

Carlo Jadnanansing

Maurice Adams, Op zoek naar de narrow corridor. In gesprek met Hans Lim A Po over staat, recht en democratie in Suriname, 44 pagina’s.