Onlangs voltrok zich in Paramaribo een scène die de werkelijke, herkenbare staat van onze economie blootlegt. Voor de deuren van een lokale onderneming stonden tientallen tieners, twintigers en enkele ouderen, massaal in de rij. De inzet van deze uitputtende wachtrij? Slechts een handjevol openstaande, reguliere werkplekken voor de tientallen hoopvolle sollicitanten met hun cv's en ambities. Dit is de tastbare escalatie van een enorme, structurele werkloosheid onder de Surinaamse jeugd. Terwijl er op macroniveau voortdurend wordt gesproken over economische groei en toekomstige miljarden, vecht de gemiddelde schoolverlater op straat om kruimels. De toegang tot de formele arbeidsmarkt is voor een hele generatie nagenoeg hermetisch afgesloten.

Wanneer jongeren proberen te solliciteren, stuiten zij direct op de muur van de jarenlange eis van werkervaring. Werkgevers hanteren vaak een veel te bureaucratische en rigide definitie van wat ervaring inhoudt. Men staart zich blind op formele, administratieve jaren achter een kantoorbureau. Dat is een grote denkfout. Als er geen werk is voor jonge starters, hoe kunnen zij dan ooit aan de vereiste werkervaring komen? Het is een vicieuze cirkel die jongeren bij voorbaat uitsluit. Geen baan betekent geen ervaring, maar erger nog: in deze cruciale levensfase betekent geen baan vaak ook geen toekomst voor een vervolgstudie. Wanneer er geen sponsoren of andere financiers beschikbaar zijn, wordt de droom van een universitaire of hogere opleiding abrupt in de kiem gesmoord door een leeg banksaldo.

Werkervaring zou daarom geen kunstmatige, bureaucratische grenzen moeten kennen. Een jonge Surinamer die de grens oversteekt naar bijvoorbeeld Frans-Guyana om daar zelfstandig worst te verkopen, bouwt in de praktijk vaardigheden op die geen enkel schoolboek kan aanleren. Zo'n jongere leert omgaan met internationale handel, valutaschommelingen, logistiek, directe verkoop, risicobeheer en overleven onder moeilijke omstandigheden. Dat is rauwe, intrinsieke werkervaring. Het feit dat het formele systeem deze vorm van ondernemerschap en praktijkervaring niet erkent als geldige werkervaring, bewijst hoe ver de gevestigde orde afstaat van de werkelijkheid.

Omdat reguliere instapbanen door deze starre eisen vrijwel onbereikbaar zijn geworden, heeft zich een verschuiving voorgedaan. Werken in een callcenter is voor velen de enige uitweg en de enige directe mogelijkheid geworden om snel een stabiel inkomen te verdienen. Achter deze sector schuilt echter een maatschappelijk probleem dat bekendstaat als brain waste. Dit is de verspilling van Surinaams intellectueel kapitaal. Hoogopgeleide jongeren met veel potentie worden gereduceerd tot operators die routinematige telefoongesprekken afhandelen voor buitenlandse markten. Hun potentieel om de lokale productie, landbouw of financiële sector te moderniseren, wordt ingeruild voor een snelle loonstrook. Het callcenter biedt op korte termijn een oplossing voor financiële problemen, maar draagt tegelijkertijd bij aan intellectuele stilstand en stimuleert uiteindelijk ook een bredere brain drain van jong talent.

Alsof de situatie voor schoolverlaters nog niet zorgwekkend genoeg is, dreigt vanuit het overheidsbeleid een nieuwe belemmering. Er gaan binnen de overheid serieuze stemmen op om de pensioengerechtigde leeftijd structureel te verhogen van 60 naar 62 of zelfs 65 jaar. Economisch wordt dit gepresenteerd als een noodzakelijke maatregel om de pensioenfondsen te ontlasten, maar op de arbeidsmarkt werkt het als een extra blokkade. Hoe kan worden verdedigd dat zestigplussers twee tot vijf jaar langer hun functies blijven bekleden, terwijl de gemiddelde twintiger die net van school komt nauwelijks een kans krijgt? Dit beleid betekent in de praktijk dat schoolverlaters nog langer moeten wachten op de schaarse arbeidsplaatsen. Het is een eenvoudige rekensom: wanneer de uitstroom aan de bovenkant bewust wordt vertraagd, raakt de onderkant van de arbeidsmarkt onvermijdelijk verstopt voor iedere nieuwe generatie.

Suriname staat aan de vooravond van grote economische transities en kan zich deze blokkade simpelweg niet veroorloven. De uitdagingen van vandaag kunnen niet worden opgelost met de vastgeroeste denkwijzen van gisteren. Er is dringend behoefte aan een natuurlijke doorstroom op de arbeidsmarkt. Er moet ruimte worden gemaakt voor nieuwe energie, modern intellect en een frisse, dynamische manier van denken en werken.

De zandloper loopt onverbiddelijk leeg. Zolang de overheid de ondernemingszin van jongeren onvoldoende erkent, jonge denkers dwingt tot intellectuele verspilling in callcenters en de formele arbeidsmarkt langer bezet houdt door de pensioenleeftijd te verhogen, is de hoge jeugdwerkloosheid in Suriname geen toeval.

Baggio Matodja
baggiomatodja16@gmail.com