Soms zegt een supermarkt meer over een land dan een begrotingsdebat. Tientallen mensen stonden zaterdag in de rij om te solliciteren bij de nieuwe vestiging van Tulip Supermarkt aan de Verlengde Gemenelandsweg. De belangstelling was zo groot dat de beelden al snel hun weg vonden naar sociale media.

Op het eerste gezicht lijkt daar niets bijzonders aan. Een nieuwe onderneming opent haar deuren en creëert werkgelegenheid. Dat is goed nieuws. Maar de opvallendheid zat niet in de vacature, maar de massale reactie. Binnen enkele dagen werd de sollicitatieoproep onderwerp van discussie, ook in De Nationale Assemblee. Niet één, maar meerdere ministers verwezen naar de lange rij sollicitanten.

Minister van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur Dirk Currie noemde het zelfs "triest" dat onder de sollicitanten ook leerkrachten waren. Mensen die dagelijks voor de klas staan en verantwoordelijk zijn voor de vorming van kinderen. Zijn woorden raakten een gevoelige snaar, want de rij voor de supermarkt ging uiteindelijk niet over Tulip. De rij ging over koopkracht en waardering. De rij ging over de vraag hoe Suriname omgaat met mensen die een cruciale rol vervullen binnen de samenleving.

Tulip bood voor verschillende functies nettosalarissen aan die variëren van ongeveer SRD 19.800 tot SRD 21.600 per maand. Daarmee doet de onderneming niets verkeerd. Integendeel! Iedere werkgever die zijn personeel een fatsoenlijk salaris betaalt, verdient waardering. Maar tegelijkertijd werd zichtbaar dat veel leerkrachten maandelijks nauwelijks SRD 15.000 verdienen. Daar zit het probleem. Niet omdat een supermarktmedewerker te veel verdient, maar omdat een leerkracht te weinig verdient.

De werkelijkheid is dat veel onderwijsgevenden allang niet meer uitsluitend leerkracht zijn. Velen geven overdag les en werken in de avonduren in callcenters, winkels of andere sectoren om hun inkomen aan te vullen. Sommigen hebben zelfs meerdere banen nodig om hun gezin draaiende te houden. Dat is allang een alarmsignaal voor de samenleving.

Een leerkracht die na een lange werkdag nog een tweede baan moet vervullen, komt de volgende ochtend niet uitgerust voor de klas. Niet omdat hij zijn werk niet serieus neemt, maar omdat hij financieel nauwelijks een andere keuze heeft. Toch wordt met 'droge ogen' in koor gezongen dat onderwijs de sleutel is tot ontwikkeling.

Tijdens de begrotingsbehandeling werd opnieuw gesproken over de noodzaak van onderwijsvernieuwing, capaciteitsopbouw en voorbereiding op de kansen die de olie- en gassector zal bieden. Maar woorden alleen leiden geen mensen op. Daarvoor zijn gemotiveerde leerkrachten nodig. En die moeten kunnen leven van hun beroep.

De cijfers uit de begroting laten zien dat voor onderwijs ongeveer SRD 7,48 miljard is uitgetrokken op een totale begroting van SRD 77,4 miljard. Dat komt neer op ongeveer 9,7 procent van de totale overheidsuitgaven. Dat percentage ligt lager dan in veel landen in de regio. Verschillende Caribische landen investeren tussen de 15 en 21 procent van hun overheidsuitgaven in onderwijs. Suriname blijft daar duidelijk bij achter.

Tegelijkertijd gaf minister van Binnenlandse Zaken Marinus Bee tijdens dezelfde begrotingsbehandeling maandag aan dat Suriname inmiddels ongeveer 51.000 ambtenaren telt. Volgens hem is het niet langer houdbaar dat bij vrijwel iedere regeringswisseling opnieuw mensen politiek worden aangenomen. Hij stelde dat deze praktijk moet stoppen en dat het overheidsapparaat efficiënter moet worden ingericht.

Ook die opmerking staat niet los van de rij voor Tulip. Want uiteindelijk draait de discussie om dezelfde vraag: hoe gebruiken wij onze schaarse middelen? Blijven wij geld besteden aan een steeds groter overheidsapparaat, of investeren wij meer in de mensen die onderwijs geven, zieken verzorgen en de basis leggen voor de ontwikkeling van het land?

De rij voor Tulip heeft een keiharde waarheid zichtbaar gemaakt. Niet omdat er te weinig banen zijn. Maar omdat steeds meer Surinamers het gevoel hebben dat hard werken alleen niet langer voldoende is om fatsoenlijk rond te komen. Misschien is dat wel de belangrijkste les van deze sollicitatieronde. Een land dat droomt van olie-inkomsten, maar zijn leerkrachten ziet vertrekken naar supermarkten en callcenters, moet zich afvragen waar zijn echte rijkdom ligt.

Nita Ramcharan