Minister Stephen Tsang van OWRO.
Het ministerie van Openbare Werken en Ruimtelijke Ordening (OWRO) heeft voor de uitvoering van zijn plannen in 2026 naar schatting nog SRD 1 miljard extra nodig. Dat maakte minister Stephen Tsang bekend tijdens de begrotingsbehandeling in De Nationale Assemblee. Volgens de bewindsman is de huidige begroting ontoereikend om alle noodzakelijke investeringen in wegen, ontwatering, pompgemalen, vuilverwerking en woningbouw uit te voeren.

Tsang hield het parlement voor dat zijn ministerie na de regeringswisseling een omvangrijke onderhoudsachterstand heeft aangetroffen op het gebied van wegen, bruggen, steigers, goten, kanalen, sluizen en pompgemalen. Hoewel inmiddels op verschillende locaties werkzaamheden zijn uitgevoerd, is volgens hem nog veel meer nodig om structurele verbeteringen te realiseren.

De minister presenteerde een overzicht van projecten waarvoor aanvullende financiering nodig is. Het grootste bedrag, SRD 440 miljoen, is bestemd voor de rehabilitatie van verharde en onverharde wegen in Paramaribo, Wanica en Saramacca. Daarnaast is volgens hem onder meer SRD 251,3 miljoen nodig voor het schoonmaken van hoofd- en tertiaire kanalen, SRD 117 miljoen voor ontwateringswerken en kustbescherming en ruim SRD 107 miljoen voor de bouw en rehabilitatie van pompgemalen. Ook voor woningbouw, vuilverwerking en early warning-systemen zijn extra middelen gevraagd.

De minister schetste tegelijkertijd een zorgwekkend beeld van de staat van de Surinaamse infrastructuur. Volgens cijfers van het ministerie verkeert meer dan 60 procent van het landelijke wegennet in slechte of matige staat. Vooral secundaire en tertiaire wegen hebben volgens OWRO jarenlang te weinig onderhoud gehad.

Suriname beschikt volgens Tsang over ongeveer 5.000 kilometer openbare verharde en onverharde wegen. Het ministerie becijferde dat het volledig wegwerken van de achterstand in onderhoud en rehabilitatie van het wegennet ongeveer SRD 116,28 miljard zou kosten. Daartegenover staat dat in de begroting van 2026 voor wegen ongeveer SRD 1,75 miljard is opgenomen. Volgens de berekeningen van OWRO kan daarmee slechts ongeveer 1,5 procent van de totale onderhoudsachterstand worden weggewerkt. Wanneer ook bruggen en steigers worden meegerekend, zou jaarlijks zelfs minder dan één procent van de achterstand kunnen worden ingelopen.

Tijdens de behandeling verduidelijkte Tsang dat binnen de begroting van OWRO voor 2026 ongeveer SRD 1,75 miljard beschikbaar is voor droge civieltechnische werken, waaronder wegen, bruggen en steigers. Voor natte infrastructuur, waaronder ontwatering, kanalen, sluizen en pompgemalen, is ongeveer SRD 1,09 miljard uitgetrokken.

Ondanks de financiële beperkingen houdt de minister vast aan ambitieuze doelen. Zo wil het ministerie uiteindelijk alle zandwegen in Suriname verharden. Als symbolische doelstelling noemde Tsang het voornemen om in het kader van het 170-jarig bestaan van Openbare Werken minimaal 170 wegen te verharden. Daarnaast wordt gewerkt aan nieuwe pompgemalen, het versterken van de ontwatering, de modernisering van sluizen en de voorbereiding van grote infrastructurele projecten zoals een brug naar Guyana en een mogelijke tweede brug over de Surinamerivier.

Volgens de minister zal het parlement uiteindelijk moeten meehelpen bepalen welke projecten prioriteit krijgen indien de gevraagde aanvullende middelen niet volledig beschikbaar komen. Daarmee lijkt de discussie over de verdeling van schaarse middelen binnen de infrastructuursector de komende maanden een belangrijk onderdeel van het begrotingsdebat te blijven.