Minister Miquilla Huur van Regionale Ontwikkeling
Minister Miquella Huur van Regionale Ontwikkeling erkent dat de financiële middelen waarover districtscommissarissen nu beschikken onvoldoende zijn om hun wettelijke taken naar behoren uit te voeren. Tijdens de begrotingsbehandeling sprak zij zich uit voor een versterking van de financiële positie van de districten en verdere decentralisatie van bestuur en dienstverlening. Volgens de minister is de maximale toewijzing van ongeveer SRD 1 miljoen per district ontoereikend voor essentiële werkzaamheden zoals vuilophaal, onderhoud van secundaire en tertiaire waterwegen en andere basisvoorzieningen.

"Ik sta achter uw oproep om de financiële middelen voor de districtscommissariaten te verhogen", zei Huur in reactie op opmerkingen vanuit De Nationale Assemblee. Het ministerie werkt volgens haar aan een verhoging van de zogenoemde artikel 4-middelen uit de Interimwet Financiële Decentralisatie. Daarnaast wordt gewerkt aan wijzigingen van de Algemene Wet Districtsbelastingen en de Wet Financiële Verhouding tussen Staat en District, waarmee districten meer eigen inkomsten moeten kunnen genereren en zelfstandiger kunnen functioneren.

Huur benadrukte dat decentralisatie alleen kan slagen wanneer bevoegdheden samengaan met voldoende financiële middelen en deskundigheid. Daarom worden in 2026 ook trainingen verzorgd voor leden van districtsraden en ressortraden om hun bestuurlijke, administratieve en financiële kennis te versterken.

Tijdens de beantwoording van vragen onderstreepte de minister opnieuw dat het huidige budget onvoldoende is. Zij gaf aan dat ook de uitvoering van de vuilophaal in de districten opnieuw zoveel mogelijk bij de regionale bestuursorganen moet worden ondergebracht.

Huisvesting 
De minister ging ook in op de huisvesting van haar ministerie. Regionale Ontwikkeling is momenteel verspreid over drie locaties. Volgens Huur vertraagt dat de interne samenwerking, besluitvorming en dienstverlening. Ongeveer 85 procent van de begroting gaat op aan lonen en salarissen, waardoor er nauwelijks ruimte is voor grote investeringen zoals nieuwbouw. Het ministerie wil daarom het projectvoorstel voor een nieuw gebouw ook presenteren aan internationale ontwikkelingsorganisaties, bilaterale partners en private donoren.

Vanuit De Nationale Assemblee is daarnaast opnieuw gevraagd naar de status van het terrein aan de Van Rooseveltkade. Huur gaf aan dat op basis van de beschikbare informatie het perceel niet is uitgegeven of overgedragen en vooralsnog als staatseigendom wordt aangemerkt. Voor formele zekerheid wordt de eigendomssituatie samen met het ministerie van Grondbeleid en Bosbeheer geverifieerd. Zodra de onderliggende stukken beschikbaar zijn, zal het parlement daarover worden geïnformeerd.