De discussie over local content moet veel verder gaan dan het creëren van banen voor Surinamers of opdrachten voor lokale bedrijven. Dat was de centrale conclusie tijdens een discussiebijeenkomst van Stichting Passie voor Land en Volk. Volgens de inleiders moet de opkomende olie- en gasindustrie worden gebruikt als katalysator voor een bredere economische transformatie, zodat Suriname ook na het olietijdperk een concurrerende economie behoudt.

Tijdens de bijeenkomst, die volgde op de lancering van de stichting, verzorgden Antoon Karg, Sieglien Burleson en Wilgo Bilkerdijk presentaties vanuit respectievelijk juridisch-bestuurlijk, economisch en strategisch perspectief. Hoewel de invalshoeken verschilden, kwamen zij uit op dezelfde conclusie: local content is geen doel op zichzelf, maar een instrument om de Surinaamse economie structureel te versterken.


Olie is een middel, geen einddoel
Volgens de inleiders moet de olie- en gassector niet worden gezien als de toekomstige economie van Suriname, maar als een versneller van economische ontwikkeling. De inkomsten uit olie zouden moeten worden benut om andere sectoren, zoals landbouw, industrie, technologie, dienstverlening en export, concurrerender te maken.

Zonder een dergelijke strategie bestaat volgens de deskundigen het risico dat Suriname blijft hangen in een economie die afhankelijk is van olie-inkomsten, terwijl de productie in andere sectoren achterblijft.

Waarschuwing voor 'resource curse'
Tijdens de presentaties werd gewezen op de ervaringen van andere grondstofrijke landen. Daar leidde de ontdekking van natuurlijke rijkdom niet automatisch tot grotere welvaart, maar juist tot economische afhankelijkheid, toenemende import, sociale ongelijkheid en een verzwakking van andere productieve sectoren. Ook werd gewaarschuwd voor het risico van de zogenoemde Dutch disease, waarbij een bloeiende grondstoffensector andere delen van de economie verdringt.

Volgens de sprekers kan Suriname deze valkuilen vermijden door tijdig te investeren in onderwijs, innovatie, ondernemerschap, vakopleiding en institutionele versterking.

Meer nodig dan een Local Content-wet
De deskundigen benadrukten dat een Local Content-wet weliswaar noodzakelijk is, maar op zichzelf onvoldoende zal zijn. Zij pleitten voor een integrale nationale ontwikkelingsstrategie waarin verschillende ministeries, uitvoeringsorganisaties en maatschappelijke partners samenwerken aan de uitvoering van het beleid.

Daarbij werd onder meer voorgesteld een Nationale Ontwikkelings- en Implementatie Coördinatie Council in te stellen die verantwoordelijk wordt voor strategische planning, beleidscoördinatie, monitoring en de uitvoering van nationale ontwikkelingsdoelstellingen. Daarnaast werd gepleit voor versterking van instellingen als de Kamer van Koophandel en Fabrieken, het Surinaams Standaarden Bureau, de Suriname National Training Authority en de Economische Controle Dienst.


Drie fondsen voor olie-inkomsten
Ook over het beheer van toekomstige olie-inkomsten werden concrete voorstellen gedaan. Volgens de inleiders zou Suriname niet alleen moeten beschikken over een stabilisatie- en spaarfonds, maar ook over een Nationaal Ontwikkelings- en Transformatiefonds. Vanuit dat fonds zouden investeringen kunnen worden gedaan in onderwijs, infrastructuur, digitalisering, energie, innovatie, agro-industrie en de ontwikkeling van kleine en middelgrote ondernemingen. Op die manier kunnen tijdelijke olie-inkomsten worden omgezet in blijvende economische groei.

De bijeenkomst werd geopend door Jennifer van Dijk-Silos, voorzitter van Stichting Passie voor Land en Volk. Zij stelde dat Suriname voor een historische keuze staat en riep op om de kansen van de olie- en gassector te benutten voor duurzame ontwikkeling, goed bestuur en een economie die ook op de lange termijn perspectief biedt.