Minister Dirk Currie pleit voor meer geld voor onderwijs, wetenschap en cultuur.
Suriname behoort tot de landen in de Caribische regio die relatief het minst investeren in onderwijs. Volgens de ontwerpbegroting voor 2026 gaat ongeveer SRD 7,48 miljard, ofwel 9,7 procent van de totale overheidsuitgaven, naar de onderwijssector. Daarmee blijft Suriname ruim onder het Caribisch gemiddelde van ongeveer 15 procent. Minister Dirk Currie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur wil daarom wettelijk vastleggen dat jaarlijks 20 tot 25 procent van de staatsinkomsten aan onderwijs wordt besteed.

Tijdens de begrotingsbehandeling in De Nationale Assemblee stelde Currie dat de ontwikkeling van Suriname niet alleen zal worden bepaald door de verwachte olie-inkomsten, maar vooral door de kwaliteit van het menselijk kapitaal. Volgens hem moet onderwijs daarom een vaste en beschermde plaats krijgen binnen het financieel beleid van de overheid. "Onderwijs is geen kostenpost, maar een investering in de toekomst van ons land," hield de minister het parlement voor.


Grote achterstand op regio

Uit een vergelijking met andere Caribische landen blijkt dat Suriname aanzienlijk minder investeert in onderwijs dan de meeste landen in de regio. Terwijl Belize en Dominica ongeveer 21 procent van hun overheidsuitgaven aan onderwijs besteden en Jamaica bijna 19 procent, komt Suriname in de begroting voor 2026 uit op slechts 9,7 procent.

Ook als aandeel van het bruto binnenlands product (BBP) blijft Suriname achter. De onderwijsuitgaven bedragen ongeveer 3 procent van het BBP, tegenover een Caribisch gemiddelde van circa 4,9 procent. Landen als Belize, Guyana en Dominica investeren zelfs meer dan 5 procent van hun BBP in onderwijs.

Volgens Currie onderstrepen deze cijfers dat Suriname meer moet investeren in kennis en menselijk kapitaal om economisch concurrerend te blijven.

Wettelijke garantie
Om te voorkomen dat onderwijs afhankelijk blijft van politieke keuzes of economische tegenwind, wil de minister wettelijk vastleggen dat jaarlijks tussen de 20 en 25 procent van de staatsinkomsten wordt gereserveerd voor de sector. Volgens Currie biedt zo'n wettelijke norm meer zekerheid voor investeringen in schoolgebouwen, leermiddelen, de opleiding van leerkrachten, digitalisering en de verbetering van de onderwijskwaliteit.

De bewindsman wees erop dat Suriname zich voorbereidt op een nieuwe economische fase, waarin de olie- en gassector naar verwachting voor extra inkomsten zal zorgen. Zonder voldoende gekwalificeerd personeel dreigt het land volgens hem echter een belangrijk deel van die kansen mis te lopen. "Natuurlijke hulpbronnen alleen maken een land niet welvarend. Uiteindelijk zijn het de mensen die het verschil maken," stelde de bewindsman.

Met zijn voorstel wil Currie ook een maatschappelijk debat op gang brengen over de prioriteit die onderwijs binnen de overheidsfinanciën moet krijgen. Volgens hem zijn investeringen in onderwijs geen uitgaven die jaarlijks ter discussie zouden moeten staan, maar een structurele investering in de toekomstige ontwikkeling van Suriname.