De bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering is geen nieuw vraagstuk. Het land werkt al jarenlang aan versterking van zijn anti-money launderingbeleid op basis van internationale richtlijnen van de Caribbean Financial Action Task Force (CFATF). Juist daarom roept de instelling van een nieuwe Anti-Money Laundering Task Force (AML-TF) vragen op. De fundamentele vraag is: waarom wordt opnieuw een taskforce ingesteld om zaken te inventariseren en te coördineren die de afgelopen jaren al uitgebreid zijn onderzocht en gerapporteerd?

Volgens het presidentieel besluit moet de nieuwe AML-TF openstaande verplichtingen inventariseren, tekortkomingen identificeren, wetgeving en ontwerpwetgeving beoordelen en een roadmap opstellen. Maar dit zijn geen nieuwe vraagstukken. Suriname heeft al een National Risk Assessment (NRA) uitgevoerd. Vervolgens heeft het land de CFATF-beoordeling doorlopen en zijn verschillende verbetertrajecten ingezet. Daarnaast bestaat er een Nationale AML/CFT Strategische Planning voor 2024-2028 met meer dan honderd actiepunten.

Daar kwam de NRA 2.0 bij, over de periode juni 2021 tot en met mei 2024. Deze analyse bracht opnieuw de actuele risico's en tekortkomingen in kaart. Met andere woorden: er is de afgelopen jaren niet stilgezeten.

Rol Roy Baidjnath Panday
Ook de rol van voormalig procureur-generaal Roy Baidjnath Panday moet correct worden geplaatst. Hij was tot en met 2020 voorzitter van de Nationale Anti-Money Laundering Commissie (NAMLAC). Vanaf 2021 vervulde hij de rol van voorzitter/coördinator van de Project Implementation Unit (PIU) van het Anti-Money Laundering Programma.

Vanuit deze structuren zijn verschillende inventarisaties, rapportages en verbetermaatregelen voorbereid. Ook de NRA 2.0 werd binnen het bredere AML-traject gepresenteerd. Daarnaast werd in 2023, op advies van de AML-PIU, Kroll ingeschakeld om voorstellen te ontwikkelen ter verbetering van de aanpak van witwaspraktijken. 

Dan rijst opnieuw de vraag: wat moet de nieuwe taskforce nog inventariseren? Als eerdere rapporten inmiddels achterhaald zijn, moet de regering aangeven welke onderdelen dat zijn, waarom ze achterhaald zijn en wat er fundamenteel is veranderd. Als de informatie nog steeds bruikbaar is, waarom wordt dan opnieuw een structuur opgetuigd?

Het probleem lijkt uitvoering, niet informatie
Suriname beschikt inmiddels over een aanzienlijke hoeveelheid informatie over zijn AML-risico's en tekortkomingen. Er zijn risicoanalyses, CFATF-aanbevelingen, strategische plannen, wetgevingsvoorstellen en actiepunten. Het probleem lijkt daarom niet te zijn dat Suriname niet weet waar de problemen zitten. De belangrijkere vraag is: waarom worden bestaande aanbevelingen niet sneller en consequenter uitgevoerd?
Dat is wezenlijk anders dan opnieuw inventariseren.

De urgentie is duidelijk. Suriname moet in november opnieuw verantwoording afleggen binnen het CFATF-traject. Juist daarom moet worden voorkomen dat kostbare tijd wordt besteed aan het opnieuw organiseren van structuren. CFATF kijkt uiteindelijk naar concrete resultaten: welke wetgeving is aangepast, welke aanbevelingen zijn uitgevoerd, welke tekortkomingen zijn opgelost en welke instellingen functioneren effectief? Een nieuwe commissie op zichzelf is geen resultaat.

Bestaande instituties
Sinds 2024 fungeert Justitie en Veiligheid als National Focal Point voor CFATF. Daarnaast beschikt Suriname over bestaande instituties zoals de Financial Intelligence Unit, de Centrale Bank van Suriname, het ministerie van Financiën en Planning en het Openbaar Ministerie. Als de nieuwe AML-TF bedoeld is om deze organisaties beter te laten samenwerken, moet de regering duidelijk maken welke coördinatie momenteel ontbreekt en waarom die niet binnen de bestaande structuur kan worden verbeterd.

Naast de inhoudelijke vragen is er de kwestie van de vergoedingen. Volgens het presidentieel besluit ontvangt de voorzitter SRD 100.000 per maand en ieder van de vier overige leden SRD 80.000. Alleen deze vijf leden kosten de Staat SRD 420.000 per maand. Met een secretaris van SRD 65.000 en twee secretariële medewerkers van ieder SRD 55.000 loopt het vaste bedrag op tot minimaal SRD 595.000 per maand. Bij een looptijd van anderhalf jaar betekent dit ongeveer SRD 10,71 miljoen, exclusief eventuele technische adviseurs.

Dat is publiek geld. Het is daarom redelijk om te vragen op basis waarvan deze bedragen zijn vastgesteld, hoeveel tijd de leden aan hun werkzaamheden besteden, welke prestaties worden verwacht en hoe de resultaten worden gemeten. Dat is geen aanval op de personen. Het is controle op de besteding van publiek geld.

Gebruik wat er al ligt
Het zou logischer zijn om eerst alle bestaande informatie bijeen te brengen: eerdere inventarisaties, NRA's, CFATF-aanbevelingen, het strategisch plan en de bestaande actiepunten. Maak vervolgens inzichtelijk wat is uitgevoerd, wat gedeeltelijk is uitgevoerd, wat nog openstaat, welke instelling verantwoordelijk is en waarom bepaalde acties zijn blijven liggen. Dan ontstaat een action tracker, geen nieuwe bureaucratische werkelijkheid.

Als er onvoldoende capaciteit is bij de FIU, de Centrale Bank, Financiën, Justitie & Veiligheid, investeer dan daarin. Als coördinatie ontbreekt, verbeter die. Als wetgeving moet worden aangepast, versnel dat proces. Suriname hoeft het wiel niet opnieuw uit te vinden. Het wiel ligt er al. Er zijn risicoanalyses, rapporten, actieplannen, bestaande instituties en een National Focal Point.

De vraag is daarom: Wat gaat deze taskforce anders doen dan wat al eerder is gedaan — en waarom moet de belastingbetaler daarvoor minimaal SRD 595.000 per maand betalen? In de strijd tegen witwassen telt uiteindelijk niet hoeveel commissies er zijn, maar hoeveel aanbevelingen daadwerkelijk worden uitgevoerd. Publiek geld vraagt daarbij om transparantie, proportionaliteit en verantwoording.

Humphrey Tjin Liep Shie