Een publiek debat zegt vaak veel meer over een samenleving dan over het onderwerp waarover wordt gediscussieerd. De reacties die mensen geven, de argumenten die zij gebruiken en de waarden die zij belangrijk vinden, vormen als het ware een spiegel van de maatschappij. 
Dat bleek de afgelopen dagen opnieuw na het ingezonden artikel van de voorzitter van de Surinaamse Politiebond, Revelino Eijk, over het dragen van baarden en zichtbare tatoeages binnen het Korps Politie Suriname. Zijn stelling was helder: een baard verricht geen politiewerk en een tatoeage schrijft geen proces-verbaal. Niet uiterlijke kenmerken, maar opleiding, discipline, integriteit en vakmanschap bepalen de kwaliteit van een politieambtenaar.

Wie ooit met een integere en professionele politieagent heeft gewerkt, weet dat karakter zich niet laat aflezen aan een gezicht, een kapsel of een arm waarop een tatoeage zichtbaar is. Andersom maakt een gladgeschoren gezicht iemand nog geen betere politieman. Professionaliteit zit in handelen, niet in uiterlijk.

Toch bleek uit de honderden reacties onder het artikel op Starnieuws dat daarmee de discussie allerminst is beëindigd. Integendeel. Een groot deel van de samenleving gaf aan dat juist van een politieagent méér mag worden verwacht dan alleen vakbekwaamheid. Voor veel burgers vertegenwoordigt een politieagent immers niet alleen zichzelf, maar ook het gezag van de Staat. En bij dat gezag hoort, volgens velen, ook een bepaalde uitstraling. Dat is geen onbelangrijke gedachte.

Een uniform is nooit zomaar werkkleding. Een rechter draagt een toga, een militair een uniform en een politieagent vertegenwoordigt dagelijks de overheid op straat. Nog voordat er een woord wordt gesproken, vormt een burger zich vaak een eerste indruk. Of we dat nu eerlijk vinden of niet, uitstraling speelt een rol in hoe gezag wordt ervaren. Maar wie bepaalt uiteindelijk die uitstraling? De politiebond? De korpsleiding? De regering? Of is het uiteindelijk de samenleving die, bewust of onbewust, de norm vaststelt over wat zij verwacht van degenen die haar veiligheid moeten waarborgen? Misschien is dát wel de belangrijkste vraag die deze discussie heeft opgeroepen.


Na jarenlange publieke discussie over tatoeages bij de politie kwamen overheden in Europa tot deze besluitvorming 

Daarbij past ook enige voorzichtigheid met buitenlandse voorbeelden. In de discussie werd regelmatig verwezen naar Nederland, waar regels bestaan over tatoeages, sieraden en uiterlijke verzorging van politiepersoneel. Maar Suriname is Nederland niet. Onze samenleving kent een eigen geschiedenis, een eigen cultuur en een unieke combinatie van bevolkingsgroepen en religies. Wat daar als passend wordt beschouwd, hoeft dat hier niet automatisch te zijn. 

Juist daarom verdient deze discussie meer dan een uitwisseling van meningen op sociale media. Zij vraagt om een breed maatschappelijk gesprek. Niet om mensen met tatoeages of een baard uit te sluiten, maar om gezamenlijk vast te stellen welke uitstraling een Surinaamse politie in de 21ste eeuw wil hebben. Dat gesprek zou uiteindelijk kunnen leiden tot een modern en breed gedragen kleding- en uiterlijkreglement, waarin professionaliteit, representativiteit, persoonlijke vrijheid en maatschappelijke verwachtingen zorgvuldig met elkaar in balans worden gebracht. 

Misschien is het goed om te erkennen dat ook normen veranderen. Er was een tijd dat niemand discussieerde over een politiepet, een snor of de lengte van het haar van een agent. Vandaag voeren we een debat over baarden en tatoeages. Morgen kan het over iets anders gaan. Dat is niet vreemd; het laat zien dat ook gezag zich voortdurend verhoudt tot een samenleving die verandert.

Juist daarom mag de uitkomst van deze discussie niet worden bepaald door emoties, persoonlijke voorkeuren of buitenlandse voorbeelden alleen. Zij verdient een zorgvuldig maatschappelijk gesprek waarin zowel de rechten van de politieambtenaar als de verwachtingen van de samenleving een volwaardige plaats krijgen. Deze discussie gaat niet over inkt onder de huid of haar op een gezicht. Zij gaat over vertrouwen, over gezag en over de vraag hoe Suriname wil dat het gezicht van zijn politie eruitziet. 

Wilfred Leeuwin