Mogelijke onrechtmatige handelingen door ex-minister Gilmore Hoefdraad zouden gepleegd zijn “met medeweten van verschillende staatsinstellingen”. Een soortgelijke verklaring gaf ook ex-minister Bronto Somohardjo, die de vinger wees naar ambtenaren die verantwoordelijk waren voor de uitvoering. Als De Nationale Assemblée (DNA) deze verklaringen accepteert, zouden onwettige handelingen van een minister wettig worden, mits voldoende overheidsinstanties en ambtenaren erbij betrokken zijn.

De Surinaamse burger wordt met deze verklaringen hard met de neus gedrukt op hoe corrupt het bestuur van ons land zou zijn. De verklaringen leggen bloot waarom elke president die aantreedt er werk van maakt om overal politieke loyalisten te plaatsen. Ook nu is dat proces gaande, waarbij onder andere leden van raden van commissarissen/toezichthouders (RvC/RvT), die toezicht moeten houden, worden vervangen door coalitiegenoten.

Waarom deskundigheid niet altijd doorslaggevend lijkt te zijn en zelfs inhoudelijke instructies met gewijzigde beleidsinzichten van de regering uitblijven bij het instellen van deze toezichthoudende raden, wordt hiermee volgens de schrijver ook duidelijk. Deze politieke loyalisten zouden slechts geplaatst worden om mee te werken aan het regeerbeleid, ook als het om illegale handelingen gaat.

Met hetzelfde lef als ex-minister Bronto Somohardjo had Hoefdraad eenvoudig kunnen ontkennen dat hij de handelingen heeft gepleegd, dat hij “slechts politiek verantwoordelijk” was en dat ambtenaren belast waren met de uitvoering. Maar volgens de schrijver gaat de brutaliteit van de ex-minister van Financiën verder. Hij zou niet eens de moeite hebben genomen om de vermeende illegale constructies bij de Surinaamse Postspaarbank te ontkennen.

Ook zou met geen woord zijn ontkend dat SRD 5 miljard aan onwettig geïnde gelden is besteed zonder rekening te houden met comptabele wetten en regels. Volgens Hoefdraad zou de toenmalige nationale crisis de illegale handelingen noodzakelijk hebben gemaakt.

Ook ex-minister Riad Nurmohamed is gehoord in de Pan-American-kwestie, weliswaar achter gesloten deuren op eigen verzoek. Met de openbare verklaringen van de overige twee ex-ministers wekt dit volgens de schrijver slechts meer argwaan.

In het geval van Pan-American zou uiteindelijk achteraf US$ 8 miljoen zijn betaald aan een verkavelaar. Deze volgens de schrijver illegale betaling zou hebben plaatsgevonden op basis van besluiten die genomen zijn in de regeringsraad onder voorzitterschap van de toenmalige en inmiddels overleden president Chandrikapersad Santokhi, nadat het verkavelingsproject reeds was afgerond en bijna alle woningen waren verkocht.

Volgens ex-minister van Financiën Stanley Raghoebarsing zou het zijn gegaan om een “mondelinge Public-Private Partnership (PPP)-afspraak”. Ex-president Santokhi zou vervolgens drie besluiten in de regeringsraad hebben genomen, waarbij twee eerdere besluiten werden gecorrigeerd om uiteindelijk mogelijk te maken dat Raghoebarsing de betalingen aan Pan-American kon verrichten. De schrijver vraagt zich af of deze werkwijze een onwettige handeling wettig maakt.

Als de verklaringen van de ex-ministers waar zijn, dan bevindt Suriname zich volgens de schrijver in een zeer verontrustende situatie waarin gesproken kan worden van een corrupt bestuurssysteem.

Volgens het artikel investeren multinationals momenteel meer dan US$ 10 miljard in de Surinaamse olie-industrie, om daarna jaarlijks vrijwel hetzelfde bedrag uit de zeebodem op te pompen. Bij voortzetting van corrupt bestuur zal de bevolking volgens de schrijver weinig merken van de toekomstige offshore-olie-inkomsten.

DNA kan hierin volgens de schrijver enigszins corrigerend optreden door kamerbreed de verzoeken tot in staat van beschuldigingstelling van de drie ex-ministers goed te keuren. Elk ander besluit zou volgens het artikel betekenen dat corrupt bestuur wordt gelegitimeerd en dat Suriname een rampzalige toekomst tegemoet gaat.