De uitspraak van het Caribbean Court of Justice (CCJ) in de zaak van de Trinidadiaan Derek Ramsamooj zou Suriname eigenlijk wakker moeten schudden. Want zodra het over gedetineerden gaat, lijken mensenrechten minder belangrijk te worden. Voor veel mensen geldt simpelweg: “Hij zit vast, dus laat hem maar rotten.” Hard gezegd, maar dat is wel de mentaliteit die overheerst. 

Mensenrechten zijn niet bedoeld voor brave burgers alleen. Ze zijn juist om mensen te beschermen wanneer de macht van de Staat te groot wordt. Het CCJ tikte Suriname maandag hard op de vingers omdat Ramsamooj lange tijd zonder effectief contact met zijn advocaat achter slot en grendel zat. Volgens het hof zijn fundamentele rechten geschonden. Geen procedurefoutje, maar een ernstige schending van rechten die ook binnen CARICOM beschermd moeten worden. Een zware maar duidelijke boodschap, gevolgd door de ferme hamerslag.

Advocaat Milton Castelen, die Ramsamooj bijstaat, heeft gelijk wanneer hij zegt dat deze uitspraak veel groter is dan alleen deze ene zaak. Als internationale rechters moeten uitleggen dat mensenrechten ook in Suriname gelden, dan hebben wij als rechtsstaat een serieus probleem. Nog erger wordt het wanneer je beseft dat het Constitutioneel Hof — het orgaan dat burgers moet beschermen tegen wetten en besluiten die in strijd zijn met de grondwet — niet functioneert sinds mei 2025. Er wordt geen actie ondernomen, er is geen enkele haast en geen nationale verontwaardiging dan roepende stemmen in de woestijn. Dat is eigenlijk absurd. Misschien omdat mensenrechten vaak worden gezien als iets voor advocaten, Ngo's en internationale organisaties. Niet als iets dat gewone burgers direct raakt. Dat is een gevaarlijke misvatting.

Vandaag gaat het misschien om een verdachte in een politiecel. Morgen kan het gaan om een journalist, een activist, een ondernemer of een gewone burger die tegenover de overheid komt te staan. Een rechtsstaat werkt namelijk niet alleen wanneer alles goed gaat. Een rechtsstaat bewijst zich juist wanneer de overheid macht kan misbruiken en daar grenzen aan worden gesteld. 

De  situatie binnen ons strafrechtsysteem is al jaren zorgwekkend.  Internationale rapporten van onder meer de OAS en het Amerikaanse State Department spreken al langer over overvolle cellen, slechte sanitaire voorzieningen, gebrek aan medische zorg en langdurige voorlopige hechtenis. Mensen zitten één tot twee jaar in voorarrest zonder dat hun zaak inhoudelijk wordt behandeld. Rechtszaken worden eindeloos uitgesteld. Soms zitten verdachten langer vast dan de straf die later wordt opgelegd. 

Natuurlijk moeten criminelen worden aangepakt. Niemand pleit voor wetteloosheid. Maar voorarrest hoort geen verborgen straf te zijn. En een verdachte verliest niet automatisch zijn fundamentele rechten zodra een celdeur dichtgaat. Juist in de cel moet de rechtsstaat zichtbaar zijn. Want daar heeft een burger het minst macht tegenover de Staat. Wanneer iemand wekenlang geen contact mag hebben met zijn advocaat ontstaat een gevaarlijke situatie. Internationale standaarden zijn daar heel duidelijk over. Zulke situaties vergroten het risico op druk, misbruik en schending van rechten.

Maar we schuiven zulke discussies vaak weg met opmerkingen als: “Hij zal wel iets gedaan hebben. Criminelen verdienen geen luxe. Laat ze daar maar zitten.” Totdat het iemand is die we kennen. Totdat het onze zoon, dochter, broer, vriend, nicht of collega betreft. Dan willen we wél een advocaat. Dan willen we wél een rechter die onafhankelijk is. Dan willen we ineens wél bescherming tegen staatsmacht. Daarom bestaan mensenrechten. Niet om populaire mensen te beschermen, maar om willekeur te voorkomen.

Hoewel Suriname partij is bij meerdere internationale verdragen die fundamentele rechtsbescherming garanderen, lijkt het land nog steeds “op een eiland” te opereren als het gaat om de naleving van rechtsstatelijke principes. De grondwet bepaalt in artikel 10 dat iedereen recht heeft op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak door een onafhankelijke rechter, terwijl artikel 12 expliciet vastlegt dat eenieder zich in rechte mag laten bijstaan. Daarnaast is het land sinds 1976 partij bij het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten, sinds 1987 aangesloten bij het Amerikaans Verdrag voor de Rechten van de Mens én erkent het de rechtsmacht van het Inter-Amerikaans Hof voor de Rechten van de Mens. Ook trad het land in 2003 toe tot het Verdrag van Chaguaramas. Daarmee zijn de internationale normen rond een eerlijk proces juridisch bindend voor Suriname. 

De uitspraak van het CCJ moet daarom niet worden gezien als een aanval op Suriname, maar als een pijnlijke spiegel. Een spiegel die laat zien dat hervormingen binnen politie, justitie en detentie al veel te lang worden uitgesteld. En misschien is dat uiteindelijk het grootste probleem van Suriname: we reageren pas wanneer internationale instanties ons publiekelijk met de hamer op de vingers tikken. Mensenrechten stoppen niet bij de gevangenispoort. 

Nita Ramcharan