De verdediging in hoger beroep van de Pikin Saron-zaak heeft dinsdag zware beschuldigingen geuit over de behandeling van de verdachten na de gewelddadige confrontatie van 2 mei 2023 in West-Suriname. Volgens advocaat Milton Castelen is een van de verdachten, M.R., door de politie als overleden beschouwd en samen met de lichamen van Ivanildo Dijksteel en Martinus Wolfjager in een aluminium lijkenkist vervoerd naar Lelydorp.

Castelen, die tijdens de zitting ook waarnam voor advocaat Murwin Dubois, hield een meer dan drie uur durend pleidooi waarin hij stelde dat de verdachten na de uit de hand gelopen protestactie van Inheemsen in Pikin Saron op onmenselijke wijze zijn behandeld.

Volgens de advocaat werd M.R. samen met de twee overleden mannen vanuit West-Suriname vervoerd, omdat de politie ervan uitging dat hij dood was. In Lelydorp zou vervolgens een lijkenwagen zijn ingeschakeld om de drie lichamen naar het lijkenhuis over te brengen. Pas toen de chauffeur van de lijkenwagen merkte dat M.R. mogelijk nog leefde, werd een ambulance opgeroepen om hem naar het ziekenhuis te vervoeren.

De verdediging stelde verder dat uit proces-verbalen blijkt dat de verdachten rond tien uur ’s morgens werden voorgeleid, terwijl M.R. volgens eigen onderzoek van de verdediging pas na één uur ’s middags medische hulp kreeg.

Castelen trok ook de betrouwbaarheid van de processen-verbaal in twijfel. Volgens hem verklaart de politie dat op 3 mei 2023 een uitgebreide verklaring van M.R. werd opgenomen, één dag na de gebeurtenissen. De verdachte ontkent echter dat hij toen in staat was om een verklaring af te leggen vanwege zijn fysieke toestand.

Volgens de verdediging bevatten meerdere processen-verbaal onjuiste of valselijk opgemaakte verklaringen die belastend zijn voor de verdachten. Daarom is het hof gevraagd deze stukken uit te sluiten van het bewijs. Ook vroeg Castelen het Openbaar Ministerie te onderzoeken of M.R. daadwerkelijk in staat was om op dat moment uitvoerig te worden verhoord.

Daarnaast uitte de advocaat kritiek op kantonrechter Duncan Nanhoe, die de zaak in eerste aanleg behandelde. Volgens Castelen heeft de rechter blijk gegeven van vooringenomenheid tegenover de verdachten. Hij verwees daarbij naar uitspraken die Nanhoe volgens hem meerdere malen tegen de verdachten zou hebben gedaan, waaronder: “U weet wat u gedaan hebt.”

“De kantonrechter heeft tekortgeschoten in het uitspreken van recht”, stelde Castelen.

De verdediging bracht verder naar voren dat de Staat Suriname volgens eigen onderzoek aan de Organisatie van Amerikaanse Staten en de Verenigde Naties zou hebben gerapporteerd dat tijdens de onlusten ook doden aan de zijde van de politie waren gevallen. Toen internationale organisaties om onderbouwing vroegen, zou die volgens Castelen echter niet zijn geleverd.

Ook verwees de advocaat naar het Kaliña- en Lokono-vonnis van het Inter-Amerikaans Hof voor de Rechten van de Mens, waarin de Staat Suriname werd opgedragen de rechten en leefgebieden van Inheemse gemeenschappen te respecteren. Volgens Castelen waren de aanwezige politieagenten tijdens de operatie in Pikin Saron niet op de hoogte van dat vonnis.

Verder haalde de verdediging uitspraken aan van Richano Santokhi, die publiekelijk verklaard zou hebben dat zijn vader, toenmalig president Chandrikapersad Santokhi, opdracht zou hebben gegeven de mannen te executeren.

Omdat de verdediging op alle onderdelen van de tenlastelegging tegen de vijf verdachten afzonderlijk wil ingaan, is het pleidooi nog niet afgerond. De behandeling van de zaak wordt op 3 juni voortgezet.