SMA voorzitter Michel Soebhan. (Foto: Ranu Abhelakh)
“Dit jaar leert het Offerfeest ons letterlijk dat we offers moeten brengen — niet van dieren, maar van onze wensen, begeerten en verlangens — om onze komende generaties een goed Suriname te kunnen geven.” Met deze boodschap vat voorzitter Michel Soebhan van de Surinaamse Moeslim Associatie (SMA) de huidige situatie rond het Offerfeest samen.

Woensdag wordt Ied-al-Adha, het Offerfeest, gevierd. Dat staat dit jaar onder zware druk door de hoge prijzen van offerdieren (runderen, schapen en geiten) in Suriname. Het aantal offers is hierdoor flink afgenomen, zegt Soebhan in gesprek met Starnieuws. Toch betekent dat volgens hem niet dat de kern van het Offerfeest verloren gaat. Integendeel.

Soebhan: “Als je geen geld hebt, is offeren niet verplicht. Dan houd je alleen het gebed.” Volgens hem draait het feest uiteindelijk om solidariteit en zelfbeheersing. “Het Offerfeest leert ons niet alleen om dieren te offeren, maar ook onze verlangens en onze levensstijl.”

De huidige situatie dwingt mensen volgens hem om andere keuzes te maken. “Wij moeten onze levensstijl aanpassen aan onze financiële kracht. We moeten niet eisen wat wij niet kunnen betalen.” Soebhan staat kort stil bij de financiële situatie van het land, de vele subsidies, sociale voorzieningen en hoge schulden door de jaren heen. “Het volk moet kunnen begrijpen dat wij die luxe die wij willen en waaraan wij gewend zijn, niet waardig zijn. We moeten gaan opofferen. Het Offerfeest leert ons om alle soorten situaties te kunnen overbruggen door opofferingen te doen.”

Soebhan schetst de situatie van enkele jaren terug en die van nu. Waar eerder nog vijftig tot zestig stieren werden geofferd, blijft dat aantal nu steken op ongeveer vijf stieren die woensdag geofferd zullen worden. De prijsstijging is aanzienlijk.

“In het begin konden wij een stier met ongeveer 150 kilo vlees kopen voor een tegenwaarde van 600 tot 700 euro. Vorig jaar werd dat 1400 tot 1500 euro. En dit jaar is het gestegen tot 2500 euro voor diezelfde stier.”

Ook schapen en geiten zijn fors duurder geworden. “Voor een schaap dat misschien tien kilo vlees oplevert, moeten wij 12.500 SRD betalen. Als het iets groter is, 15.000 tot 20.000 SRD. Dus mensen kunnen zich dat niet meer permitteren.”

De impact is groot. “Tien jaar lang hebben wij huis aan huis, aan leden en niet-leden en aan sociale instellingen vlees bezorgd. Ongeveer tien sociale instellingen kregen van ons elk tien kilo vlees, omdat mensen offerden en het vlees bij ons achterlieten om uit te delen”, blikt Soebhan terug.

“Qurbani (kurbanie), het offeren, is niet verplicht”, onderstreept Soebhan. “Als je geen geld hebt, is het niet verplicht. Als die dieren zo duur zijn dat je het niet kunt betalen, dan doe je geen offer. Dan houd je het alleen op het gebed.”

Hij voegt eraan toe dat de godsdienst zegt: als je geld hebt, dan eet je vlees. Als je geen geld hebt, eet je geen vlees. “Als jij vlees eet, moet je ook aan arme mensen denken en offeren. Maar als je zelf niet kunt eten, hoef je niet te offeren.” De voorzitter sluit niet uit dat op de dag zelf mogelijk nog mensen binnenkomen met hun offerdier. 

Vóór het offeren wordt eerst de Ied-namaaz gelezen in de Nationaal Iedgah Suriname, het SMA-Centrum aan de Livornoweg 91. Het programma begint om 08.00 uur en de Ied-namaaz vangt precies om 08.30 uur aan.