De prijs van Guyana's Liza-ruwe olie stijgt doordat de oorlog met Iran de wereldwijde oliemarkt onder druk zet.
Buurland Guyana met bijna 1 miljoen inwoners, was al de snelst groeiende economie ter wereld voordat de oorlog tussen de VS en Israël tegen Iran de olieprijzen fors deed stijgen. Nu zal het land nog meer profiteren van de verschuivende wereldwijde energiemarkten. Tegelijkertijd brengt deze meevaller nieuwe uitdagingen met zich mee voor de economie en de samenleving.

Met naar schatting 11 miljard vaten olie onder de grond trekt Guyana de aandacht als een stabiele en geografisch toegankelijke olieproducent zonder strategische knelpunten zoals de Straat van Hormuz. Dit maakt het land steeds belangrijker in het mondiale energiespel.

De snelle ontwikkeling van de olie-industrie, geleid door het Exxon Mobil-consortium dat al het Guyanese olieproductiebeheer in handen heeft, leidde in slechts zeven jaar tot een productie van meer dan 900.000 vaten per dag. Een ongekend tempo, aangezien offshore-projecten normaal twee keer zo lang duren voordat de eerste olie vloeit. Het bruto binnenlands product (bbp) van Guyana verviervoudigde tussen 2019 en 2024 tot 27,5 miljard dollar, volgens de Wereldbank.

Waar Guyana vroeger een van de armste landen van Zuid-Amerika was, zijn de sporen van de olierijkdom zichtbaar in Georgetown. Nieuwe kantoren, luxe hotels en woonwijken die doen denken aan Amerikaanse buitenwijken verrijzen, terwijl reclame van oliebedrijven het straatbeeld siert.

Meer geld, meer problemen?
De grote uitdaging voor de overheid is om te voorkomen dat Guyana verstrikt raakt in de val van oliebaten: de cyclus van economische bloei gevolgd door neergang. Het land kijkt daarbij naar buurland Venezuela, dat ondanks enorme olievoorraden kampt met politieke chaos en economische instabiliteit. Om dit te voorkomen heeft Guyana sinds 2019 een stabiliteitsfonds waarin alle olierechten worden gestort. Zo kan de overheid haar inkomsten spreiden over langere termijn investeringen.

De recente stijging van de olieprijs met 30% sinds het begin van de oorlog in Iran betekent mogelijk nog meer inkomsten. Bij een prijs van 100 dollar per vat kan Guyana dit jaar naar schatting 4,3 miljard dollar aan olie-inkomsten binnenhalen, een stijging van 67% ten opzichte van vorig jaar. Bovendien zou het land eerder dan verwacht een groter deel van de winst mogen ontvangen, zodra Exxon zijn investeringen heeft terugverdiend. De zeggenschap over de winstolie stijgt dan van 12,5% naar 50%.

President Irfaan Ali waarschuwde echter dat hogere olieprijzen ook leiden tot stijgende importkosten voor bijna alle goederen, waaronder brandstof en kunstmest, waardoor de positieve effecten deels teniet worden gedaan.

Ondanks de snelle groei heeft de infrastructuur in Guyana nog niet gelijke tred gehouden. Open riolen en frequente stroomuitval blijven problemen in de hoofdstad Georgetown.

Strategische ligging en markttoegang

Guyana ligt in een regio met gevestigde oliestaten als Venezuela en Trinidad & Tobago en opkomende producent Suriname. Het land profiteert van directe toegang tot de Atlantische Oceaan zonder kwetsbare zeestraten. Met lage break-even prijzen rond 25 tot 35 dollar per vat en de nabijheid van de VS-markt heeft Guyana een sterke positie voor de lange termijn.

Zelfs als de olieprijzen weer dalen naar pre-oorlogsniveaus, wordt het land gezien als een politiek stabiele oliebron die zijn reputatie verder zal versterken.

Hoewel het bbp met dubbele cijfers groeit sinds de olieproductie begon, concentreert die groei zich vooral in de olie- en gassector en aanverwante diensten, die vorig jaar meer dan 75% van het bbp uitmaakten.

Meer welvaart delen
De overheid wil dat meer olie-inkomsten naar de brede bevolking vloeien. Daarom wordt de lokale contentwet aangescherpt, die oliemaatschappijen verplicht om een deel van hun diensten af te nemen van Guyanese bedrijven. Zo moeten bijvoorbeeld 25% van de medische diensten en 90% van de catering lokaal worden ingekocht. Uitbreiding van deze regels moet zorgen voor meer banen en vakbekwame arbeidskrachten.

Ondernemers juichen dit toe, maar signaleren ook problemen zoals ‘fronting’, waarbij buitenlandse bedrijven lokale ondernemingen gebruiken als dekmantel zonder echte controle af te staan. Ook zeggen lokale bedrijven dat ze weinig extra omzet zien, terwijl inflatie de kosten verhoogt.

Net als in veel andere landen stijgen de brandstofprijzen, wat het dagelijks leven duurder maakt. Guyana heeft zelf geen raffinaderij en moet benzine, diesel en andere geraffineerde producten importeren.

Exxon’s topman in Guyana erkent dat hogere olieprijzen positieve effecten kunnen hebben, maar dat het voor veel inwoners een ‘gemengde zegen’ is.