Minister Adelien Wijnerman van Financiën & Planning.
Tijdens de behandeling van de Comptabiliteitswet gaf minister van Financiën en Planning Adelien Wijnerman uitleg over de leningen die door de vorige regering en de huidige regering zijn afgesloten. Volgens de minister heeft de vorige regering in totaal ongeveer US$ 2,2 miljard geleend, verdeeld over ongeveer 35 buitenlandse leningen en 28 binnenlandse leningen. Over de huidige regering gaf zij aan dat sinds het aantreden ongeveer US$ 1,8 miljard is geleend. Daarbij benadrukte zij echter dat dit bedrag voornamelijk bestaat uit twee obligatieleningen (bonds) en dat het niet correct is om dit volledig als nieuwe schuld te beschouwen.

Minister Wijnerman zei dat van die US$ 1,8 miljard ongeveer US$ 1,2 miljard gebruikt is om bestaande schulden af te lossen of te vervangen, waaronder de bond van 2033, de VRI-regeling en andere vervroegd afgeloste leningen.

Daarnaast maakte zij bekend dat:
● ongeveer US$ 186 miljoen bestemd is voor sociale projecten;
● ongeveer US$ 380,5 miljoen betrekking heeft op renteverplichtingen die onderdeel uitmaken van de obligatieconstructie;
● ongeveer US$ 29,6 miljoen bestaat uit kosten die samenhangen met de uitgifte van de obligaties.

De sociale projecten waarvoor middelen zijn gereserveerd betreffen onder meer:
● gezondheidszorg;
● onderwijs;
● jeugd en sport;
● landbouw;
● digitalisering;
● woningbouw

De minister gaf verder aan dat de totale rentelast van de twee obligaties over een periode van tien jaar naar verwachting ongeveer US$ 1,3 miljard zal bedragen.

Uitleg van waarnemend president Rusland
Waarnemend president Gregory Rusland ging vervolgens in op de veelgehoorde kritiek dat de regering in korte tijd US$ 1,8 miljard zou hebben geleend. Volgens Rusland erfde de huidige regering een situatie waarbij vanaf 2025 grote aflossingen en rentebetalingen op bestaande schulden moesten plaatsvinden. Zonder ingrijpen zou dit volgens hem grote gevolgen hebben gehad voor de financiering van onder andere onderwijs en gezondheidszorg.

Rusland stelde dat een aanzienlijk deel van de US$ 1,8 miljard niet naar nieuwe uitgaven is gegaan, maar naar het aflossen van oude schulden. Hij noemde daarbij onder meer een schuld van ongeveer US$ 1 miljard aan Oppenheimer die werd afgelost. Volgens hem moet daarom niet alleen naar het bruto geleende bedrag van US$ 1,8 miljard worden gekeken, maar vooral naar wat er netto is overgebleven nadat oude schulden zijn afgelost. Hij schatte dat netto ongeveer US$ 180 miljoen beschikbaar bleef voor andere doeleinden.

Opvallend is echter dat minister Wijnerman later een andere berekening gaf. Volgens haar heeft de regering na aftrek van aflossingen en herfinancieringen effectief ongeveer US$ 596 miljoen extra geleend.

Daarmee blijft de discussie bestaan over de vraag hoeveel de schuldpositie van Suriname daadwerkelijk is toegenomen. De regering benadrukt dat een groot deel van de leningen is gebruikt voor schuldherschikking en herfinanciering van bestaande verplichtingen, terwijl critici wijzen op de omvang van de nieuwe obligaties en de toekomstige rentelasten die daarmee gepaard gaan.