De afgelopen periode heeft de Surinaamse samenleving een ongekende opeenstapeling van verlies gekend. Binnen korte tijd namen we afscheid van meerdere voormalige leiders, met als meest recente het heengaan van Chandrikapersad (Chan) Santokhi op 30 maart 2026. Vier ex-presidenten in vijftien maanden tijd, een moment dat niet alleen tot rouw stemt, maar ook tot bezinning dwingt.

Wat in deze dagen opvalt, is niet alleen het intense verdriet, maar ook de schoonheid van het menselijke. Politici, burgers, organisaties en zelfs voormalige critici laten hun meest respectvolle, warme en waardige kant zien. Woorden van erkenning, dankbaarheid en respect klinken luid. En ineens is er ruimte voor nuance. Voor zachtheid. Voor menselijkheid. Voor Soso lobi.

Waar was deze menselijkheid tijdens het leven?
En dat roept een ongemakkelijke vraag op: waar was deze menselijkheid toen het er het meest toe deed? In de politieke arena lijkt macht vaak zwaarder te wegen dan menselijkheid. Kritiek — noodzakelijk in een democratie — verandert te vaak in iets persoonlijks en ongenadigs. Leiders worden niet alleen beoordeeld op hun beleid, maar ook neergezet als het symbool van alles wat misgaat. In dat proces verdwijnt de mens achter de functie.

Een leven van inzet en doorzettingsvermogen
Ook Chan Santokhi kende die realiteit. Zijn traject — van opgroeien in een boiti, de spirituele ontwikkeling, tot het bekleden van het hoogste ambt in Suriname — getuigt van doorzettingsvermogen en toewijding. Maar in het heetst van het politieke debat raakte dat verhaal vaak ondergesneeuwd. Wat overbleef, waren beschuldigingen, verwijten en harde oordelen.

En toch — wanneer strijd stilvalt en eindigheid van het leven zich aandient, ontstaan vaak omstandigheden om anders te kijken. De dood haalt de scherpte uit woorden en legt iets diepers bloot: het besef dat achter elke functie een mens schuilgaat.

Misschien confronteert de dood met een waarheid die tijdens het leven onbemerkt wordt vergeten: macht is tijdelijk, menselijkheid zou blijvend moeten zijn. In het aangezicht van vergankelijkheid vallen verschillen weg. Er is geen winnaar of verliezer meer, geen oppositie of coalitie na de dood. Alleen herinnering blijft.

Menselijkheid die vaak wordt onderdrukt
Het vermogen om respectvol, waardig en zelfs liefdevol te spreken toont aan dat menselijkheid niet verdwijnt, maar slechts wordt onderdrukt door belangen, macht, emoties en de voortdurende strijd om gelijk te krijgen.

Als die betere kant in de mens bestaat, waarom krijgt deze dan zo weinig ruimte tijdens het leven?

Een volwassen samenleving laat zich niet alleen meten aan economische of politieke prestaties, maar ook aan de manier waarop mensen worden behandeld — vooral wanneer zij zichtbaar, invloedrijk en kwetsbaar zijn.

Een oproep tot verandering
Misschien ligt in dit moment van collectieve rouw een stille opdracht besloten. Niet om minder kritisch te zijn, maar om rechtvaardiger te worden in onze kritiek. Niet om verschillen te vermijden, maar om de mens achter die verschillen te blijven zien.

Tussen macht en menselijkheid maken wij elke dag keuzes.
In het algemeen:
Wij wachten te vaak tot de dood om recht te doen aan een leven.
Wij wachten te vaak tot de stilte om eerlijk te spreken.
Wij wachten te vaak tot het einde om weer mens te worden.

Maar wie pas na het laatste afscheid respect toont, heeft de essentie van menselijkheid gemist. Laat dit geen moment van voorbijgaande emotie zijn, maar een breekpunt. Een keuze: Niet morgen. Niet bij een volgend verlies. 

Wat geven wij door — aan hen die na ons komen, aan hen die nu opstaan, aan onszelf?
Aan jongeren en jonge politici: koester je idealen, maar verlies nooit de mens uit het oog. Laat je stem krachtig zijn, maar je woorden rechtvaardig. Want wie leert winnen met menselijkheid, versterkt uiteindelijk wat echt telt.

Aan hen die vandaag verantwoordelijkheid dragen: besef dat macht slechts tijdelijk is, maar voorbeeldgedrag een erfenis. Geschiedenis wordt niet alleen geschreven in besluiten, maar in de manier waarop wij elkaar behandelen — juist in moeilijke tijden.

Aan de samenleving: wees waakzaam in je oordeel. Kritiek mag scherp zijn, maar mag nooit ontmenselijken. Want een cultuur van hardheid keert altijd terug naar onszelf.

En aan ons allen: stel het niet uit! 
Niet tot de stilte. 
Niet tot het afscheid.
Toon respect wanneer het nog gehoord kan worden. Spreek recht wanneer het nog verschil maakt. Zie de ander als mens. 

Wat blijft, is hoe wij elkaar hebben gezien en erkend als mens.

T. Sansaar