Er wordt steeds meer gesproken over local content in Suriname. De olie- en gassector die zich aandient, brengt aanzienlijke economische kansen met zich mee. Die kansen maken vooral één ding duidelijk: deze sector kan zich niet permitteren om zich “vanzelf” te ontwikkelen.

Recent sprak een topbestuurder uit de sector op een lokale zender de opvatting uit dat specifieke wetgeving voor local content niet nodig zou zijn. Volgens deze visie ontstaat ontwikkeling vanzelf: banen worden gecreëerd, mensen verdienen, bedrijven betalen belasting en de economie groeit mee. Dat klinkt logisch en vraagt weinig inspanning, maar het is een gevaarlijke misvatting. De olie- en gassector is geen gewone sector. Het is een kapitaalintensieve, internationaal ingebedde industrie met sterke machtsposities van multinationale bedrijven. Zonder duidelijke regels en kaders ontstaat er geen evenwichtige ontwikkeling, maar een situatie waarin de sterkste partijen de richting bepalen. In zo’n context is local content geen vanzelfsprekend resultaat, maar een beleidskeuze die actief moet worden vormgegeven door een overheid gericht op duidelijke ontwikkelingsdoelen.

Het idee dat Suriname kan voortbouwen op ervaringen uit de mijnbouw of eerdere industriële projecten is bovendien achterhaald. De wereld is veranderd. Internationale normen op het gebied van handel, investeringen, transparantie en duurzaamheid zijn veel strenger geworden. Organisaties zoals de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds benadrukken al jaren dat landen alleen succesvol zijn in het benutten van natuurlijke hulpbronnen als zij beschikken over sterke juridische en institutionele kaders. Local content maakt daar expliciet onderdeel van uit. Zonder wetgeving ontbreekt namelijk de basis om doelen vast te leggen, verantwoordelijkheden te verdelen en regels af te dwingen. Dan blijft local content afhankelijk van goede wil, losse afspraken en individuele interpretaties. Dat leidt onvermijdelijk tot willekeur, inefficiëntie en uiteindelijk tot gemiste kansen voor de nationale economie.

In diverse sectoren is een patroon te zien: problemen binnen de sector worden steeds apart bekeken. Men kijkt naar de oplossing voor het moment, terwijl een visie op samenhang en doorwerking naar andere vraagstukken noodzakelijk is. Deze losse aanpak kan vooral plaatsvinden als wetgeving niet zorgt voor een geïntegreerde aanpak en samenhangende visie. Natuurlijk is het van belang dat zaken voor de burger verbeteren: werkvergunningen moeten soepeler, bureaucratie moet worden verminderd, investeringsregels moeten worden aangepast. Van net zo groot belang is echter dat de sector voor het bestuur, de overheid goed beheersbaar blijft. Daarvoor is niet alleen praktisch bestuur nodig, maar zeker ook duurzame ordening.

De olie- en gassector vraagt vanaf het begin om ordening. Niet achteraf, niet stapsgewijs, maar vooraf. Omdat de sector zich snel ontwikkelt en grote financiële stromen genereert, kunnen fouten in de beginfase later nauwelijks worden hersteld. Wat niet is vastgelegd, wordt praktijk. En wat praktijk wordt, is moeilijk terug te draaien. Daarom is wetgeving geen overbodige luxe, maar een noodzakelijke voorwaarde. Goede wetgeving zorgt ervoor dat duidelijk is wat onder local content wordt verstaan, welke doelen worden nagestreefd en hoe die worden bereikt. Het bepaalt welke instanties verantwoordelijk zijn, welke instrumenten worden gebruikt en hoe toezicht en handhaving plaatsvinden. Het creëert rechtszekerheid voor investeerders én bescherming voor nationale belangen.

Uit internationale ervaringen blijkt dat landen die dit goed organiseren, beter in staat zijn om hun natuurlijke hulpbronnen om te zetten in brede economische ontwikkeling. Landen die dat niet doen, blijven vaak steken in fragmentatie en afhankelijkheid. Suriname staat nu op het cruciale punt om goed te beslissen over de voorbereiding. In die besluitvorming gaat het niet om de keuze tussen “wel of geen regels”, maar tussen een sector die zich ongecontroleerd ontwikkelt en een sector die doelgericht wordt opgebouwd. We mogen niet aannemen dat ontwikkeling vanzelf ontstaat, want dan onderschatten we de complexiteit van de huidige wereld. Als we inzetten op duidelijke wetgeving en ordening, leggen we nu de basis voor duurzame groei binnen een goed georganiseerde en bestuurbare sector.

Jim A. Yard
bestuurskundige/wetgevingsjurist