Reactie op ‘WK-droom Suriname eindigt na 1-2 nederlaag tegen Bolivia’

Het Starnieuws-artikel WK-droom Suriname eindigt na 1-2 nederlaag tegen Bolivia d.d. 26 maart 2026 begint kernachtig: De WK-droom van Suriname is uiteengespat na een 1-2 nederlaag tegen Bolivia in Monterrey (Mexico). Ondanks fases van goed spel en een voorsprong in de tweede helft wist Natio de wedstrijd niet over de streep te trekken. Teleurstelling overheerst bij zowel de spelers als de supporters, nu de kans op een eerste deelname aan een wereldkampioenschap definitief verkeken is.

Dit Starnieuws-artikel is een van de weinige gebalanceerde mediareacties op de nederlaag van ‘Natio’ tegen Bolivia. Met mijn reactie wil ik het Surinaamse publiek, de media, deskundigen en de regering aanmoedigen om ons toekomstig sportbeleid en sportgebeuren gestructureerd vanuit Suriname te helpen ontwikkelen.

Lessen leren
“De berg heeft een muis gebaard” past naadloos op ‘Natio’, dat samen met haar slogan ‘Bribi na krakti’ ten onder ging tegen een uitgebalanceerd Boliviaans elftal. Dit gezegde betekent dat na enorm veel tamtam een pover resultaat wordt behaald. Suriname moet hieruit de volgende lessen leren. Ten eerste is ‘Natio’ een van buitenaf in Suriname geïmplanteerd team dat weinig of geen binding heeft met Zuid-Amerika, inclusief Suriname. Ten tweede is vanaf het ontstaan van ‘Natio’ er geen wezenlijke participatie geweest van belangrijke Surinaamse actoren (zoals Surinaamse kennisinstituten, deskundigen, voetbalverenigingen en bonden) in beleid en strategie. 

Ten derde is de SVB vanaf het begin veel te sterk gaan leunen op spelers en trainers uit Nederland/Europa. Ten vierde observeren we een overvloed aan informatie vanuit een optimistische hype over een geïmplanteerd Natio-team door vele quasi-deskundigen. Sommigen kwamen na afloop van de wedstrijd niet verder dan ongefundeerde statements dat niet Bolivia had gewonnen, maar dat Suriname de wedstrijd had weggegeven. De kern van wat hieruit geleerd moet worden is: ontwikkeling van voetbal en andere sporten komt nimmer duurzaam van de grond door het louter implanteren van spelers en staf.

Implantatie brengt geen ontwikkeling
Met ‘Natio’ – een voetbalimplantatie die weinig of geen binding heeft met Suriname en de Zuid-Amerikaanse regio – is door de jaren heen geen basis gelegd voor de ontwikkeling van het Surinaamse voetbal. Na “de berg die een muis baarde” moeten we in een ontnuchteringsfase, vanuit een doordacht plan, de toekomst van het Surinaamse voetbal en het sporttalent duurzaam veiligstellen en werken aan een passend beleid.

Sporen van sportontwikkeling
De kernvraag is: hoe ontdek je sporttalent en breng je dit naar de nationale en internationale top?

In 2014 werd het rapport gepubliceerd Sporttalent in Suriname: herkenning en ontwikkeling van potentieel sporttalent in Suriname (auteurs: Henk van Dams, Mitchel Lie A Ling, Tobi Graafsma en Jack Menke). Deze publicatie werd breed besproken met sportdeskundigen, instituten en de top van het ministerie van Sport- en Jeugdzaken. De studie concludeert dat de internationale sportprestaties van Suriname gedurende 20 jaar zijn achteruitgegaan en dat er een groot tekort is aan kader, professionaliteit, faciliteiten en wetenschappelijkheid in de sporttalentontwikkeling.

In een periode van 20 jaar (1993-2012) leverde onze deelname aan Zuid-Amerikaanse en internationale wedstrijden in totaal 34 medailles op. Opvallend was dat alle medailles werden gewonnen door individuele sporten: zwemmen (15), atletiek (8), taekwondo (5) en badminton (5). De teamsport voetbal won geen enkele medaille en deed slechts één keer mee aan deze spelen.

Dit rapport gaat in op problemen en mogelijkheden voor identificatie en ontwikkeling van sporttalent in Suriname. De problemen vormen het tekort aan kader, professionaliteit, faciliteiten en de kenniskloof in de ontwikkeling van sporttalent. Niettegenstaande deze knelpunten waren er rond 2012 enkele positieve initiatieven voor talentidentificatie. Het ministerie van Sport- en Jeugdzaken beoogde via de basisschool en sportbuurtwerk talentscouting van de grond te brengen, met ondersteuning van de Regionale Sport Academie (RSA). Dit instituut begon met de opleiding Certificate Course in Talent Identification om het tekort aan capaciteit in te lopen. Helaas lukte het niet om het gebrek aan kader en capaciteit in te lopen, onder meer vanwege trage besluitvorming, maar bovenal omdat sport weinig prioriteit heeft in het regeringsbeleid.

Successtory Zwembond
De zwemsport van 1972-1980 strekt tot voorbeeld voor sporttalentontwikkeling in breedte- en topsport. De zwembond bracht een nieuwe lichting nationale en internationale topsporters voort, met als uitblinkers Anthony en Pauline Nesty en Giovanni en Enrico Linscheer. Dit zorgvuldig geplande beleid schoot wortel door uit te gaan van participatie en duurzaamheid als pijlers van talentontwikkeling. Na het falende implantatiemodel van ‘Natio’ kunnen wij hieruit leren om de voetbalsport in Suriname gestructureerd te helpen ontwikkelen.

Jack Menke