De noodzaak om virtuele activa zoals cryptovaluta te reguleren wordt in De Nationale Assemblee nauwelijks betwist. Over de manier waarop dat moet gebeuren, bestaan echter forse twijfels. Tijdens de eerste ronde van de behandeling van de ontwerpwet Toezicht Virtuele Activa Dienstverleners waarschuwden parlementariërs voor te zware regels, te ruime bevoegdheden voor de Centrale Bank van Suriname (CBvS), onvoldoende rechtsbescherming en het risico dat lokale ondernemers uit de markt worden gedrukt. Tegelijk wordt strenge regulering noodzakelijk geacht om witwassen en andere financiële criminaliteit tegen te gaan. De behandeling wordt vandaag voortgezet.

De ontwerpwet heeft tijdens de eerste ronde vanuit verschillende politieke hoeken kritische vragen opgeroepen. Rabin Parmessar (NDP), voorzitter van commissie van rapporteurs, plaatste vraagtekens bij onder meer de reikwijdte en uitvoerbaarheid van de voorgestelde regulering. Commissielid Asis Gajadien (VHP) waarschuwde eveneens dat regulering niet mag ontaarden in een systeem dat innovatie belemmert of bestaande en nieuwe ondernemers met onwerkbare voorwaarden confronteert. Lid van de commissie Jennifer Vreedzaam (NDP) legde in haar bijdrage eigen accenten bij de risico's, het toezicht en de praktische uitvoering van de wet. 

De rode draad door vrijwel alle bijdragen is dat Suriname regelgeving nodig heeft. Virtuele activa kunnen vanwege hun grensoverschrijdende en deels gedecentraliseerde karakter worden misbruikt voor witwassen en andere vormen van financiële criminaliteit. Tegelijkertijd biedt de technologie mogelijkheden voor goedkoper en sneller betalingsverkeer, financiële inclusie en nieuwe vormen van ondernemerschap.

Ramsukul: voorkom dat de kleine ondernemer buiten de deur blijft
Lid van de commissie van rapporteurs, Kishan Ramsukul (VHP) zei dat virtuele activa voor Suriname voordelen bieden bij onder meer overmakingen vanuit de diaspora, internationale betalingen door kleine en middelgrote ondernemingen en financiële dienstverlening in gebieden waar bancaire voorzieningen beperkt zijn. Hij vindt regulering noodzakelijk, maar waarschuwde dat het wetsontwerp in zijn huidige vorm te zwaar kan uitpakken. Een dienstverlener moet onder meer een rechtspersoon zijn, aan nog vast te stellen kapitaalvereisten voldoen, ten minste twee bestuurders en een raad van commissarissen hebben en beschikken over een uitgebreide administratieve organisatie en interne controle. Daarmee dreigt volgens hem juist de kleine innovatieve ondernemer buiten de markt te worden gehouden.

Ramsukul wil daarom dat wordt gekeken naar een proportioneel systeem waarbij niet iedere aanbieder, ongeacht omvang en risico, aan dezelfde zware eisen wordt onderworpen. Ook waarschuwde hij voor een te ruime definitie van virtuele activa. Gewoon online bankieren, de SRD en bestaande digitale wallets moeten volgens hem niet door deze wet worden getroffen. Voor bedrijfseigen tokens en andere digitale toepassingen kan eventueel afzonderlijke regulering worden ontwikkeld.

Jones legt nadruk op witwassen
Ebu Jones (NDP) benaderde het vraagstuk nadrukkelijk vanuit de bestrijding van criminaliteit. Volgens hem ontstaat juist een gevaar wanneer virtuele activa onvoldoende worden gereguleerd. Geld uit drugshandel, corruptie en andere strafbare activiteiten kan worden omgezet in bitcoin of andere digitale activa en daarmee buiten het zicht van de autoriteiten worden gebracht.

Jones bracht daarbij ook de online bettingsector ter sprake. Hij vindt dat moet worden onderzocht of digitale tegoeden die binnen dergelijke systemen worden gekocht, verkocht of tegen contanten worden ingewisseld, binnen de regulering moeten worden gebracht. Hij opperde daarom dat mogelijk naar een bredere definitie moet worden gekeken.

Hij koppelde de wet verder aan de aanpak van corruptie en het afpakken van wederrechtelijk verkregen vermogen. Zonder voldoende zicht op de omzetting van geld naar virtuele activa kan het volgens hem moeilijker worden om te achterhalen waar crimineel verkregen vermogen terechtkomt. Jones drong daarom ook aan op voortgang met de zogenoemde kaalplukwetgeving.

Regering dinsdag aan zet
Na de eerste ronde tekent zich een opmerkelijk brede overeenstemming af over het doel, maar veel minder over het instrument. De meeste sprekers vinden regulering noodzakelijk, mede vanwege de internationale verplichtingen van Suriname op het gebied van de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering. De discussie concentreert zich vooral op de vraag of de voorgestelde regels proportioneel, uitvoerbaar en juridisch voldoende afgebakend zijn.

Centraal staan daarbij de positie en bevoegdheden van de CBvS, de overgangsregeling voor bestaande aanbieders, de toegang voor kleine lokale ondernemers, toezicht op buitenlandse platforms, bescherming van persoonsgegevens en tegoeden van klanten en de vraag hoe innovatie mogelijk blijft binnen een streng AML/CFT-regime.

Vandaag is de regering aan zet. Uit de beantwoording moet blijken welke kritiek wordt overgenomen en of het wetsontwerp nog wordt aangepast voordat DNA tot besluitvorming overgaat.