NDP-fractieleider Rabin Parmessar vraagt om de vergadering voort te zetten.
Een discussie over het vergunningenbeleid voor kleine ondernemers is dinsdag in De Nationale Assemblee volledig uit de hand gelopen. Wat begon met scherpe kritiek van NDP-fractieleider Rabin Parmessar op minister Andrew Baasaron van Economische Zaken, Ondernemerschap en Technologische Innovatie, mondde uit in langdurige woordenwisselingen tussen coalitie en oppositie over parlementair gedrag en ongelijke behandeling. De tweede vervanger van de vicevoorzitter, Ivanildo Plein, die de vergadering leidde moest meerdere keren schorsen, riep zelfs politieassistentie in en verdaagde uiteindelijk de vergadering toen leden van de VHP-fractie de zaal begonnen te verlaten.

De minister legde uit dat de afhandeling van vergunningaanvragen soms langer duurt doordat zijn ministerie afhankelijk is van adviezen van verschillende instanties, waaronder het Bureau voor Openbare Gezondheidszorg, de brandweer en de Nationale Milieu Autoriteit. Hij zei dat wordt gewerkt aan verbetering en volledige digitalisering van het proces. Parmessar nam met die uitleg geen genoegen. Volgens hem wachten vooral kleine ondernemers en ambachtslieden te lang op hun vergunning, terwijl andere aanvragen volgens hem veel sneller worden afgehandeld.
Minister Adrew Baasaron

Parmessar wilde van de minister weten binnen welke termijn ondernemers die aan alle voorwaarden voldoen hun vergunning kunnen krijgen. Volgens hem moeten er duidelijke doorlooptijden komen en worden kleine ondernemers nu in de kou gelaten. De discussie werd steeds feller toen Plein probeerde de NDP-fractieleider te laten afronden om andere leden gelegenheid te geven vragen te stellen. Er ontstond geroep over en weer, waarna de vergadering werd geschorst.

Na hervatting vroeg NDP-lid Silvana Afonsoewa de leiding ervoor te zorgen dat de minister alsnog concreet antwoord zou geven op de zorgen van ondernemers. Volgens haar kijken jonge ondernemers mee die hun aanvragen al langere tijd bij het ministerie hebben liggen en willen weten hoe de regering de situatie gaat verbeteren. Zij merkte op dat in de schorsing overleg is geweest in de fractie en dat Parmessar wat emotioneel is geweest tijdens zijn opmerkingen. 

Jogi eist gelijke behandeling
VHP-lid Mahinder Jogi zei dat Parmessar tijdens de woordenwisseling in de schorsing krachttermen heeft gebruikt die niet in het parlement thuishoren. Jogi verwees naar een eerder incident waarbij hijzelf na ongepaste uitlatingen die niet in de microfoon waren gedaan de vergadering had moeten verlaten. Hij eiste dat dezelfde maatstaf voor alle Assembleeleden wordt gehanteerd.

Volgens Jogi zou het parlement anders kunnen ontaarden in een situatie waarin ieder lid zonder consequenties kan zeggen wat hem of haar uitkomt. Plein antwoordde dat hij de gewraakte woorden niet had gehoord en daarom geen maatregelen tegen Parmessar kon nemen. Na opnieuw een schorsing ging Plein naar de audioafdeling van het parlement om te laten nagaan of er beeld- of geluidsmateriaal bestond waarop de vermeende uitspraken waren vastgelegd. Dat bleek volgens hem niet het geval.

Plein stelde dat uitspraken die tijdens een officiële vergadering worden gedaan, worden geregistreerd, maar dat dit niet noodzakelijk geldt voor hetgeen tijdens een schorsing gebeurt. Tijdens de schorsing zijn er geen opnames gemaakt. Zonder bewijs kon hij naar eigen zeggen geen disciplinaire maatregel treffen. “Ik bescherm niemand en ik zal niemand beschermen”, hield Plein de vergadering voor. Volgens hem zouden maatregelen volgen zodra kon worden vastgesteld dat een lid zich buiten de orde had begeven.

NDP wil kwestie intern afhandelen

Afonsoewa bevestigde daarna dat er tijdens de schorsing een woordenwisseling had plaatsgevonden tussen Parmessar en een fractielid. Zij zei in de buurt van Parmessar te hebben gestaan toen tussen hem en een ander parlementslid woorden vielen. Volgens haar was er niets via een microfoon gezegd en gebeurde het incident tijdens de schorsing. Zij stelde voor dat de NDP-fractie de zaak intern zou bespreken en ervoor zou zorgen dat een dergelijk incident zich niet opnieuw voordoet.

De VHP nam daar geen genoegen mee. VHP-lid Dew Sharman stelde dat met de verklaring van Afonsoewa juist was bevestigd dat er wel degelijk iets was gebeurd. Volgens hem was NDP-lid Ebu Jones na de woordenwisseling boos uit de zaal gelopen. De VHP bleef erop aandringen dat de vergaderleiding één lijn moest trekken bij ongepaste uitlatingen, ongeacht of die tijdens een schorsing of buiten een ingeschakelde microfoon werden gedaan.

Politieassistentie ingeroepen
De spanning bleef oplopen. Na opnieuw een schorsing maakte Plein bekend dat hij ook politieassistentie had ingeroepen en met aanwezige agenten had gesproken. Tijdens het overleg in de schorsing was volgens hem afgesproken dat de VHP-fractie een verklaring zou afleggen, waarna de vergadering in het belang van de rust zou worden voortgezet. Plein zei de verklaring te accepteren omdat het grotere belang volgens hem was dat de behandeling van de wet kon doorgaan.

PL-fractieleider Bronto Somohardjo bood vervolgens namens de coalitie - “dit gedeelte van het parlement” - excuses aan de samenleving aan voor hetgeen zich had afgespeeld. Hij verweet de oppositie echter tegelijkertijd dat zij de vergadering zou proberen te stagneren en de leiding zou aanvallen waardoor wetten niet worden aangenomen. Volgens Somohardjo moest het parlement zich weer richten op het aannemen van de wet die werd behandeld. Die opmerkingen zorgden opnieuw voor irritatie bij de VHP.

VHP dreigt vergadering te verlaten
VHP-fractieleider Asis Gajadien stelde dat de uitspraken van de PL-fractieleider de situatie juist “van kwaad tot erger” hadden gemaakt. Hij waarschuwde dat het parlement niet mocht verworden tot een “scheldkanonade” waarin tijdens vergaderingen of schorsingen alles kon worden gezegd. Gajadien zei uiteindelijk dat hij zijn fractie zou vragen de vergadering te verlaten als er geen oplossing kwam. Aan de orde was de behandeling van de ontwerpwet houdende nadere wijziging van het Reglement Industriële Eigendom Suriname 1912. 

Plein probeerde de discussie af te sluiten. Hij wees erop dat tijdens het overleg in de schorsing afspraken waren gemaakt en dat van NDP-zijde was aangegeven dat het incident intern zou worden afgehandeld. Parmessar probeerde daarna opnieuw de aandacht terug te brengen naar de wet en de problemen van ondernemers. Hij erkende dat hij mogelijk te scherp tegen de minister was geweest, maar benadrukte dat zijn felheid voortkwam uit zijn inzet voor kleine ondernemers. Hij vroeg de regering alsnog antwoord te geven op zijn oorspronkelijke vragen.

Volgens Parmessar was de wet belangrijk genoeg om de behandeling voort te zetten en moest het parlement weer naar “rustiger vaarwater”.
Dat lukte uiteindelijk niet. Toen Gajadien opnieuw het woord wilde en Plein zag dat VHP-leden de zaal begonnen te verlaten, concludeerde hij dat voortzetting niet langer mogelijk was. “Wat ik ga voorstellen, is dat we deze vergadering gaan verdagen naar een nader te bepalen datum”, zei Plein. Vervolgens verdaagde hij de vergadering formeel.