De massale vissterfte in de bovenloop van de Saramaccarivier is veel meer dan alleen een milieu-incident. Een integraal impactrapport van de Nationale Milieu Autoriteit (NMA) dat Starnieuws in bezit heeft, onthult een mogelijke chemische vervuiling, risico's voor mens en natuur en economische schade voor gemeenschappen die van de rivier afhankelijk zijn. Het rapport onthult ook dat de ramp zich nog geen vier weken nadat de overheid, de Matawai-gemeenschap en goudmaatschappij Zijin Rosebel Mines afspraken maakten over toezicht, veiligheid en ordening in het Moeroekreekgebied, voltrok.

Het rapport is nog niet definitief. Verschillende laboratoriumonderzoeken lopen nog en de oorzaak en verantwoordelijke voor de vervuiling zijn officieel nog niet vastgesteld. Een deel van de conclusies in het document moet daarom nog wetenschappelijk en door de bevoegde instanties worden bevestigd. De definitieve resultaten van de vismonsters worden vandaag (10 augustus) verwacht, terwijl het eindrapport van de overheid binnen twee weken wordt verwacht.

De NMA waarschuwde de bevolking op 26 juni om geen dode of zieke vissen te eten of te verkopen, rivierwater voorlopig niet voor huishoudelijke doeleinden te gebruiken en direct contact met het water zoveel mogelijk te vermijden.

Cyanide en kwik
De eerste watermonsters, genomen op 25 juni, brachten cyanide en kwik aan het licht, maar in concentraties onder de geldende normwaarden. Tegelijk werden verhoogde waarden vastgesteld van ijzer, aluminium, mangaan, zwevende stoffen (TSS) en Chemical Oxygen Demand (COD), een maat voor de hoeveelheid zuurstof die nodig is om chemische stoffen in het water af te breken. De NMA heeft daarbij een belangrijke kanttekening gemaakt: cyanide kan in de natuur relatief snel afbreken en verdunnen. Een lage concentratie op het moment waarop een monster wordt genomen, sluit daarom niet uit dat eerder hogere concentraties aanwezig zijn geweest.

Op grond van de eerste onderzoeksresultaten houdt de milieuautoriteit er serieus rekening mee dat de vissterfte het gevolg kan zijn geweest van een eenmalige ongecontroleerde lozing van een chemische substantie. Een belangrijk deel van het onderzoek is nog niet afgerond. In reeds onderzochte vismonsters zijn geen verhoogde concentraties kwik, lood en cadmium aangetroffen. Andere analyses, waaronder onderzoek naar arseen, sediment en aanvullende monsters, moeten meer duidelijkheid verschaffen.

Effecten
Het impactrapport waarschuwt dat de gevolgen van een chemische lozing veel verder kunnen reiken dan de zichtbare vissterfte. Vooral wanneer verontreinigende stoffen in sediment terechtkomen, kunnen effecten langer aanwezig blijven dan in stromend rivierwater. Het rapport wijst onder meer op mogelijke risico's voor bodemorganismen, vissen, visetende dieren en uiteindelijk de mens. Vooral zware metalen verdienen volgens de analyse langdurige aandacht omdat deze, anders dan cyanide, niet eenvoudig verdwijnen en zich onder bepaalde omstandigheden in bodem, sediment en voedselketens kunnen ophopen.

Ook kostgronden langs waterwegen verdienen volgens het document nader onderzoek. Gemeenschappen in het gebied gebruiken rivier- en kreekwater niet alleen voor visvangst, maar ook voor huishoudelijke activiteiten en landbouw. De precieze omvang van dergelijke langetermijneffecten is echter nog niet vastgesteld. Daarvoor zijn de resultaten van sediment-, bodem-, planten- en aanvullende biologische onderzoeken noodzakelijk.

Gevolgen al merkbaar
Voor bewoners is de discussie over exacte concentraties ondertussen niet alleen wetenschappelijk. De gevolgen zijn al merkbaar. Vis vormt voor verschillende gemeenschappen langs de rivier een belangrijke voedselbron en in sommige gevallen ook een bron van inkomsten. Zodra visvangst en het gebruik van rivierwater worden afgeraden, ontstaat afhankelijkheid van aangevoerd drinkwater en voedsel.

Bewoners van Pikin Saron hebben inmiddels compensatie en een structurele oplossing gevraagd. Zij wijzen erop dat noodhulp de directe problemen enigszins kan verzachten, maar geen antwoord biedt op het verlies van voedselvoorziening en inkomsten. Daarmee heeft de vissterfte ook een sociaal-economische dimensie gekregen.

Timing
Een van de opmerkelijkste bevindingen uit de reconstructie is echter de timing. Op 28 mei, nog geen maand voordat de eerste grote vissterfte werd gemeld, ondertekenden de overheid, de Matawai-gemeenschap en Zijin Rosebel Mines N.V. een nieuw protocol voor het Moeroekreekgebied. Het protocol moest juist meer ordening, veiligheid, registratie en toezicht brengen in de goudwinning in het gebied. Stichting Moeroemoeroe kreeg een centrale rol bij het beheer en de registratie van lokale kleinschalige goudzoekers. Nog belangrijker was de afspraak over toezicht. Er zou een monitoringscommissie komen met vertegenwoordigers van onder andere Natuurlijke Hulpbronnen, Justitie en Politie, Regionale Ontwikkeling en Defensie, Zijin en Stichting Moeroemoeroe. Enkele weken later lagen grote aantallen dode vissen in het watersysteem.

Dat betekent niet automatisch dat de partijen bij het protocol verantwoordelijk zijn voor de vervuiling. Het roept wel de vraag op hoe effectief het afgesproken toezicht daadwerkelijk was en of risicovolle mijnbouwactiviteiten en het gebruik of de opslag van chemicaliën voldoende werden gecontroleerd.

Minister van Olie, Gas en Milieu Patrick Brunings heeft aangegeven dat wordt onderzocht of een opslagplaats of bassin met chemicaliën als gevolg van zware regenval is overstroomd, waarna stoffen via de Moeroekreek in het watersysteem terechtkwamen. Welke stof in welke concentratie is vrijgekomen, waar dat precies gebeurde en wie daarvoor verantwoordelijk is, is nog niet definitief vastgesteld.

Het aan Starnieuws verstrekte impactrapport gaat op sommige punten verder. Het beschrijft een scenario waarbij afvalwater en ertsslib uit een mijnbouwbekken in één golf zijn vrijgekomen en maakt op basis daarvan een technische schatting van de mogelijke omvang van de lozing. Voor deze berekening is echter nog geen onafhankelijke bevestiging gevonden. Starnieuws presenteert die daarom niet als vaststaand feit. Hetzelfde geldt voor de verantwoordelijkheid van bedrijven die in of nabij het gebied actief zijn. Zolang het onderzoek niet heeft vastgesteld van welke locatie de vervuiling afkomstig was, kan verantwoordelijkheid niet zonder meer aan een concessiehouder, staatsbedrijf of groep kleinschalige goudzoekers worden toegeschreven.


Als uiteindelijk wordt vastgesteld dat de vissterfte inderdaad is veroorzaakt door een ongecontroleerde chemische lozing vanuit goudwinning, moet niet alleen worden vastgesteld wie de stof heeft geloosd. Ook moet worden onderzocht hoe zo'n incident kon plaatsvinden in een gebied waarvoor kort daarvoor nieuwe afspraken over beheer, registratie, veiligheid en monitoring waren gemaakt. Wie wist welke chemicaliën in het gebied aanwezig waren? Wie controleerde de opslag? Welke mijnbouwactiviteiten waren geregistreerd? Wie inspecteerde de opvangbekkens? En functioneerde de afgesproken monitoringscommissie daadwerkelijk?


Het rapport maakt daarnaast duidelijk waarom de gevolgen voor de gemeenschappen niet uitsluitend in geld of aantallen dode vissen kunnen worden uitgedrukt. Voor Inheemse en tribale gemeenschappen is de rivier tegelijkertijd drinkwatervoorziening, voedselbron, vervoersroute, economische basis en onderdeel van hun traditionele leefomgeving. Wanneer een gemeenschap wordt gewaarschuwd geen water en vis uit die rivier te gebruiken, wordt daarmee een belangrijk deel van het dagelijkse bestaan geraakt.

De eerste waarschuwing werd op 26 juni gegeven. Meer dan zes weken later ontbreekt nog steeds het definitieve antwoord op de belangrijkste vragen: wat heeft de massale vissterfte veroorzaakt, waar kwam de verontreiniging vandaan, welke schade is achtergebleven en wie draagt daarvoor verantwoordelijkheid?

Ongeacht wie uiteindelijk als veroorzaker wordt aangewezen, heeft de vissterfte inmiddels al een ander probleem blootgelegd: hoe kwetsbaar het toezicht op goudwinning en het gebruik van chemicaliën in het binnenland kan zijn. De dode vissen waren zichtbaar. De grotere vraag is wat er vóór hun dood buiten het zicht van de autoriteiten in het gebied gebeurde.