Minister Adelien Wijnerman van Financiën en Planning heeft erkend dat er inconsistenties zijn tussen cijfers in de begroting, het financieel jaarplan en het staatsschuldenplan. Tijdens de begrotingsbehandeling vrijdag erkende zij dat de verschillen zijn ontstaan doordat de documenten op verschillende momenten zijn opgesteld. De bewindsvrouw zal de cijfers actualiseren en de aangepaste versies naar De Nationale Assemblee sturen. Verschillende Assembleeleden hadden gevraagd waarom bedragen in de begroting, het financieringsplan en het staatsschuldenplan niet overal op elkaar aansluiten.

De minister lichtte toe dat de totale ontvangsten voor 2026 zijn geraamd op ongeveer SRD 65 miljard, terwijl de totale uitgaven circa SRD 77 miljard bedragen. Daarmee komt het negatieve begrotingssaldo uit op SRD 12,8 miljard, ofwel 5,1 procent van het bruto binnenlands product.

Wijnerman zei verder dat de schuld-bbp-ratio nog boven de wettelijke norm van 60 procent ligt. Volgens de laatste wetswijziging heeft Suriname tot en met 2029 de ruimte om de staatsschuld weer terug te brengen naar 60 procent van het bbp. Dat moet gebeuren door aflossingen, beperkte financieringstekorten, economische groei en het gebruik van vooral multilaterale en bilaterale financieringsbronnen.

De minister gaf ook aan dat de schuldendienst voor de tweede helft van 2026 naar verwachting ongeveer SRD 9,8 miljard bedraagt. Daarvan is ongeveer SRD 6 miljard bestemd voor buitenlandse rente en aflossingen en SRD 4 miljard voor binnenlandse verplichtingen. Volgens Wijnerman gaat ongeveer 19 procent van de geprojecteerde overheidsinkomsten in 2026 naar rente en aflossingen.

Verder zei de bewindsvrouw dat het niet gaat om nieuwe leningen, maar om reeds gesloten leningen die worden gebruikt voor programma-uitgaven in 2026. Het staatsschuldenplan zal ook worden geactualiseerd en samen met de aanpassingen van de begroting worden ingediend. Dit zal gebeuren vóór de tweede ronde van de begrotingsbehandeling. 

De regering gaat maandag verder met het beantwoorden van vragen. Tot nu toe zijn zeven bewindslieden aan het woord gekomen.