De onderwijsbonden hebben eindelijk gedaan wat jarenlang onmogelijk leek: zij hebben één vuist gemaakt. Die vuist was duidelijk niet mogelijk tijdens de regering-Santokhi, toen vakbondsleider Reshma Mangre tegelijkertijd in de pluche zetel van de VHP in De Nationale Assemblee zat. In die periode ontstond niet voor niets het Syndicaat voor Onderwijsgevenden. Maar goed, de oude strijdbijl lijkt begraven. Iedereen zit nu aan dezelfde tafel en kijkt vooruit maar de rode lap is wel irriterend.

De strijd van de leerkrachten – ondanks alle capriolen van vakbondsleiders door de jaren heen – is legitiem. Zij kunnen niet leven van wat zij verdienen. Een gemiddeld netto-inkomen van ongeveer SRD 15.000 is anno 2026 geen salaris meer waarmee een gezin fatsoenlijk kan draaien. Daarvan moeten huur of hypotheek worden betaald, kinderen naar school worden gestuurd, stroom- en waterrekeningen worden voldaan, boodschappen worden gedaan en medische kosten worden gedragen. Zelfs met een verzekering bij het SZF moet er vaak nog worden betaald voor medicijnen.

Dat rekensommetje klopt al jaren niet meer. Daarom kan deze onderwijsactie niet worden afgedaan als een vakbondsstrijd of een politiek spel. Het gaat over iets fundamenteels: hoeveel waarde hecht het land nog aan de mensen die onze kinderen opleiden?  Kijk naar de politie. Kijk naar de gezondheidszorg. Overal zien we hetzelfde patroon. Mensen vertrekken. Sommigen verlaten hun beroep, anderen verlaten het land. De brain drain is geen theoretisch begrip uit een beleidsdocument meer. Ze staat voor onze neus.

De onderwijsbonden en Ravaksur trekken al jaren aan de bel. Eerst onder de vorige regering en nu opnieuw. Er zijn commissies ingesteld, gesprekken gevoerd, rapporten geschreven, werkgroepen benoemd en toelagen toegekend. Maar uiteindelijk heeft dat weinig veranderd aan de harde realiteit van de leerkracht.

De regering zegt dat er geen geld is. Dat argument begint versleten te raken als een oude grammofoonplaat. Tijdens verkiezingen blijkt er namelijk altijd geld te zijn voor beloften. Dan worden verwachtingen gecreëerd en wordt een betere toekomst verkocht. Maar zodra de rekening moet worden betaald, blijkt ineens alles onmogelijk.

Natuurlijk heeft de regering een punt wanneer zij zegt dat een salarisverhoging voor leerkrachten gevolgen heeft voor de rest van de vakbeweging. CLO, Ravaksur en andere groepen zullen eveneens aankloppen. Maar regeren is kiezen. Als inefficiëntie binnen de overheid blijft bestaan en als politici blijven functioneren alsof het land zich niet in een economische herstelperiode bevindt, dan mag de vraag worden gesteld waar de prioriteiten werkelijk liggen.

Het voelt zeker merkwaardig aan om sommige stemmen nu luid verontwaardigd te horen spreken over de positie van leerkrachten, terwijl zij jarenlang deel uitmaakten van het politieke systeem dat deze problemen niet heeft opgelost. Dat betekent niet dat de strijd van de bonden minder rechtvaardig is. Integendeel. De leerkrachten hebben gelijk. De vraag is alleen of de politieke leiding eindelijk bereid is die werkelijkheid onder ogen te zien.

Onderwijs is de fabriek waarin de toekomst van een land wordt gemaakt. En als de mensen in die fabriek niet meer kunnen leven van hun loon, moet niemand verbaasd zijn wanneer de productie stilvalt. Vandaag blijven de scholen opnieuw dicht en wordt er verder onderhandeld. De regering zal dus een keuze moeten maken. Niet tussen leerkrachten en geld, maar tussen prioriteiten. En daarvoor heb je geen werkgroep, presidentiële commissie, een beleidsdocument van honderd pagina's nodig. Iedereen weet namelijk al jaren waar het probleem zit. De vraag is niet wat er moet gebeuren. De vraag is of er eindelijk de politieke wil bestaat om het te doen.

Niemand verwacht dat deze regering morgen alle problemen oplost. Maar de bonden hebben gelijk wanneer zij zeggen dat de tijd van pleisters, toelagen en beloften voorbij is. Want als deze regering het onderwijs niet kan redden, wie dan wel? En als wij blijven accepteren dat een leerkracht nauwelijks kan rondkomen, moeten we straks niet klagen over de kwaliteit van het onderwijs dat allang te wensen overlaat. Dan hebben we niet gefaald in het onderwijs.  Dan heeft het onderwijs ons gefaald verklaard. En daarvoor is er geen duur buitenlands onderwijscongres nodig! 

Nita Ramcharan