De recente discussie in De Nationale Assemblee over de positie van de procureur-generaal (pg) raakt aan een kernvraag van elke democratische rechtsstaat: hoe wordt de onafhankelijkheid van het vervolgingsgezag beschermd, juist wanneer strafrecht en politiek elkaar raken?

Dat deze discussie nu zo scherp wordt gevoerd, is geen toeval. In vrijwel alle democratieën ontstaat spanning zodra het Openbaar Ministerie strafzaken behandelt waarin politieke actoren of staatsbelangen een rol spelen. Die spanning is op zichzelf geen bewijs van disfunctioneren.

Integendeel: zij is vaak een teken dat instituties hun rol vervullen.

Politieke overtuiging versus politieke beïnvloeding

Het toeschrijven van een ‘politieke kleur’ aan een pg leidt af van de wezenlijke staatsrechtelijke vraag. In een rechtsstaat is de persoonlijke politieke overtuiging van een functionaris juridisch irrelevant, zolang deze geen invloed heeft op vervolgingsbeslissingen.

Relevant is wél de vraag of het systeem voldoende waarborgen kent tegen politieke instructie of druk. Niet personen vormen het probleem, maar mogelijke structurele kwetsbaarheden.

Constitutionele kader in Suriname

De Surinaamse Grondwet kent een gemengd model. De regering bepaalt het algemeen vervolgingsbeleid en kan slechts in uitzonderlijke gevallen, in het belang van de staatsveiligheid, instructies geven met betrekking tot de vervolging (artikel 148 Grondwet Suriname). 

Elke hervorming van de rechterlijke macht vereist zorgvuldigheid, feitenonderzoek en een brede maatschappelijke en politieke afweging. In het huidige debat ontbreken echter een objectief evaluatierapport, een cijfermatige onderbouwing en een onafhankelijke analyse waaruit blijkt dat ingrijpen noodzakelijk is. Ook is geen zichtbare parlementaire onderzoeksfase doorlopen. In dat licht kan het wetsvoorstel de indruk wekken van politieke inmenging in een onafhankelijke staatsmacht.
 
Die indruk kan het vertrouwen in de rechtspraak ondermijnen en dat vertrouwen is essentieel voor rechtszekerheid, stabiliteit en democratische legitimiteit.

Juist dit model vereist grote zorgvuldigheid. Wijzigingen die raken aan de benoeming, zittingsduur of institutionele positionering van de pg kunnen niet los worden gezien van lopende of toekomstige strafzaken.

Hervormingen zonder voorafgaand onafhankelijk onderzoek wekken al gauw de indruk dat wetgeving wordt ingezet als politiek instrument.

Die indruk kan het vertrouwen in de rechtsstaat ernstig ondermijnen.

Rechtsvergelijking: Caribische regio
In verschillende Caribische rechtsstelsels, waaronder Jamaica en Trinidad & Tobago, is gekozen voor een Director of Public Prosecutions (DPP) met sterke constitutionele bescherming.

Benoeming vindt daar plaats via onafhankelijke commissies, met beperkte politieke betrokkenheid. De afstand tot de uitvoerende macht is expliciet bedoeld om het vervolgingsgezag te beschermen tegen politieke druk.

Deze systemen laten zien dat in maatschappijen met een beladen politieke geschiedenis juist extra institutionele waarborgen nodig zijn om vertrouwen in het strafrecht te behouden.

Rechtsvergelijking: Nederland

In Nederland valt het Openbaar Ministerie formeel onder ministeriële verantwoordelijkheid. Tegelijkertijd zijn instructiebevoegdheden strikt gereguleerd, transparant en parlementair controleerbaar. Informele politieke beïnvloeding van individuele strafzaken geldt als onaanvaardbaar en leidt tot zware politieke consequenties.

Van belang is ook dat hervormingen van het Openbaar Ministerie in Nederland vrijwel altijd worden voorafgegaan door onafhankelijke commissies, evaluaties en brede consultaties. Wetgeving zonder feitelijke onderbouwing is daar uitzonderlijk.

Wat is rechtsstatelijk verantwoord?
Een democratisch en juridisch houdbare hervorming van het pg-ambt vergt minimaal vier voorwaarden:
1. Onafhankelijk evaluatieonderzoek
2. Institutionele focus
3. Parlementaire zelfbeperking
4. Transparantie en rechtsvergelijking

Een rechtsstaat wordt niet getest in tijden van rust, maar in momenten van spanning.
Juist dan moet wetgeving bescherming bieden tegen de verleiding om recht aan macht aan te passen.

Wie werkelijk wil hervormen, begint met feiten, waarborgen en institutionele zorgvuldigheid. 

Zonder die basis is elke hervorming kwetsbaar niet alleen juridisch, maar ook democratisch!

Ch. Nagessar LLB