De discussie over wetsvoorstellen voor een Hoge Raad (HR) en een College van Procureurs-Generaal (PG) dreigt te blijven hangen in institutionele macht en structuur. Daarbij raakt de kern uit beeld: in een rechtsstaat gaat het niet om méér macht aan de top, maar om betere rechtsbescherming (RB) voor de burger.

De rechterlijke macht is geen politiek toezichthouder. Haar taak is het toetsen of overheidsbesluiten rechtmatig, zorgvuldig en evenredig zijn en zo nodig corrigerend op te treden. Juist daarin ligt haar democratische functie. Wanneer die toetsing tekortschiet, ontstaat geen rechtszekerheid, maar machtsongelijkheid.

In Suriname ontbreekt volwaardige bestuursrechtspraak. Burgers die te maken krijgen met besluiten over grond, vergunningen, belastingen, ambtenarenzaken of sociale voorzieningen hebben nauwelijks effectieve mogelijkheden om deze besluiten inhoudelijk te laten toetsen door een onafhankelijke rechter. Daardoor staat de burger structureel zwak tegenover de overheid.

Ook in andere rechtsgebieden is de situatie kwetsbaar. Het strafrecht kampt met achterstanden en capaciteitsproblemen, terwijl civiele, familie- en arbeidszaken voor veel burgers traag, kostbaar en moeilijk toegankelijk zijn. Hierdoor kan de rechtspraak haar sociale en stabiliserende functie onvoldoende vervullen.

Daarnaast is de rechtspraak sterk gecentraliseerd. Voor veel burgers buiten Paramaribo vormen afstand, kosten en procedures een serieuze drempel om hun recht te halen. Rechtspraak die niet bereikbaar is, verliest haar betekenis. Decentralisatie van de rechtspraak is daarom geen luxe, maar een noodzakelijke voorwaarde voor daadwerkelijke rechtsbescherming.

Zolang deze fundamentele problemen blijven bestaan, is de focus op nieuwe instituties aan de top voorbarig. Institutionele vernieuwing heeft pas zin wanneer het fundament stevig is: toegankelijke rechtspraak en effectieve bescherming tegen onrechtmatig overheidshandelen.

De prioriteit moet daarom helder zijn: niet meer macht, geen nieuwe structuren, maar beter recht voor de burger. Dáár begint een geloofwaardige rechtsstaat.

Mr. dr. L. Soedamah