Een derde rechterlijke instantie is anno 2026 imperatief voor de rechtsontwikkeling en het rechtsgevoel in Suriname. In de meeste rechtsprocessen, zowel civiele als strafzaken, bestaat na het vonnis van de kantonrechter de wettelijke mogelijkheid om in hoger beroep te gaan bij het Hof van Justitie, dat de zaak opnieuw behandelt. Suriname kent geen scheiding tussen kantonrechters en rechters die bevoegd zijn bij het Hof in hoger beroep. Nederland kent wel een scheiding tussen deze twee categorieën.

In Nederland bestaat na hoger beroep de mogelijkheid van cassatie bij de Hoge Raad der Nederlanden, die geen feitenrechter is, in tegenstelling tot de kantonrechter en de rechter bij het Hof. Het Surinaamse rechtssysteem sluit aan bij dat van Nederland: onze wetboeken en rechterlijke organisatie komen in grote lijnen overeen. Een Surinaamse variant van de Nederlandse Hoge Raad is dan ook denkbaar, mits wordt beoogd een derde rechterlijke instantie in te stellen die geen feitelijke, maar juridische toetsing verricht van eerdere straf- of civiele vonnissen, en waarvan de rechters niet deelnemen aan feitelijke rechtspraak bij het kantongerecht en het Hof van Justitie.

De raadsheren (en -vrouwen) van de Hoge Raad worden in Nederland door de Tweede Kamer voorgedragen en zijn ingedeeld in kamers naar specialisatie, zoals civiel recht, bestuursrecht en belastingrecht. De Hoge Raad toetst in het belang van de wet. In Suriname bestaat geen strikte scheiding tussen rechters die uitsluitend straf- of civiele rechtspraak bedrijven. Het komt dan ook vaak voor dat in hoger beroep in een strafzaak een hof wordt samengesteld met een of meer rechters die zich dagelijks bezighouden met civiele rechtspraak.

Ik citeer geen wettelijke bepalingen en schrijf vereenvoudigd, omdat de discussie over de vorm en werkwijze van een derde rechterlijke instantie een nationale kwestie is. Deze mag niet worden voorgedicteerd door een kleine groep intellectuelen of pseudo-intellectuelen, vooral niet wanneer de Caribbean Court of Justice (CCJ) als mogelijke derde instantie wordt geopperd.

De CCJ vindt haar oorsprong in CARICOM en is een regionale rechterlijke instantie die ten eerste een originele bevoegdheid heeft, dat wil zeggen rechtspreekt over geschillen met betrekking tot de interpretatie en toepassing van het herziene Verdrag van Chaguaramas. Ten tweede heeft de CCJ een appellate jurisdiction, oftewel hogerberoepsbevoegdheid in straf- en civiele zaken van rechters in CARICOM-lidstaten die afstand hebben gedaan van de Privy Council. De ontwikkeling van deze hogerberoepsbevoegdheid hield verband met het losmaken van de voormalige Britse koloniën in het Caribisch gebied van de Privy Council in Groot-Brittannië, die tot het begin van de 21e eeuw de hoogste rechterlijke instantie was voor deze koloniën.

Bij de uitoefening van haar appellate jurisdiction is de CCJ dus een tweede instantie en feitenrechter die rechtspreekt volgens common law-procedures. Het rechtssysteem van Suriname is echter gebaseerd op het civil law-systeem, in tegenstelling tot het common law-systeem van de meeste CARICOM-lidstaten. Overigens heeft Suriname bij de toetreding tot de Agreement Establishing the Caribbean Court of Justice de appellate jurisdiction van de CCJ niet geaccepteerd.

Indien Suriname de appellate jurisdiction alsnog van toepassing zou verklaren op hogerberoepszaken van Surinaamse rechters, zou de derde rechterlijke instantie opnieuw een feitenrechter zijn. In common law-systemen is het belang van de wet ondergeschikt en is de rol van argumentatie aan de hand van precedenten doorslaggevend voor het rechterlijk oordeel. Surinaamse vonnissen zijn daarentegen gebaseerd op wetgeving die is geworteld in het civil law-systeem. De vraag rijst hoe de CCJ bijvoorbeeld zou oordelen bij schending van het legaliteitsbeginsel, een fundamenteel beginsel van de Surinaamse strafvordering. Vier CARICOM-lidstaten hebben de appellate jurisdiction van de CCJ geaccepteerd.

Indien een derde feitenrechter als derde instantie wordt beoogd, is de CCJ een mogelijkheid. Cassatie bij de CCJ ligt echter niet voor de hand. Bij cassatie wordt immers getoetst of het recht juist is toegepast en of de wettelijk voorgeschreven procedures door de eerdere rechter(s) zijn gevolgd.

De appellate jurisdiction van de CCJ kan bovendien worden uitgehold indien CARICOM-lidstaten die deze jurisdictie hebben geaccepteerd, in de toekomst binnen hun eigen rechtsontwikkeling een Supreme Court instellen, uiteraard na de nodige grondwetswijzigingen. De Supreme Court is een element uit het common law-systeem. Met succes heeft bijvoorbeeld India, als voormalige Britse kolonie, een eigen Supreme Court ontwikkeld.

Mogelijk is een Hof van Cassatie in Suriname haalbaar, mits over het grondwettelijk bestaansrecht, de competentie en een vaste bemensing een eerlijke en open dialoog wordt gevoerd en aansluiting wordt gezocht bij een vergelijkbaar rechtssysteem. Met de aankomende oil- & gasactiviteiten kan Suriname bovendien veel regionale ondernemers aantrekken en mogelijk vaker een beroep doen op de regionaal breed gedragen originele bevoegdheid van de CCJ.

Aashna Kanhai