De economie is in het tweede kwartaal van 2025 licht gegroeid, maar blijft kwetsbaar door toenemende inflatie, oplopende overheidstekorten en een verslechterende schuldpositie. Dat blijkt uit het kwartaalverslag 2025 van de Centrale Bank van Suriname (CBvS). Volgens de CBvS groeide de economie met 0,6 procent, een lichte vertraging ten opzichte van hetzelfde kwartaal in 2024. De groei werd vooral gedragen door de handel, transport en horeca, terwijl sectoren als industrie, mijnbouw en landbouw juist een negatieve bijdrage leverden, onder meer door lagere goudproductie en afnemende rondhoutwinning.  

Inflatie loopt weer op
De inflatie nam in het tweede kwartaal opnieuw toe. De kwartaaleinde-inflatie kwam uit op 3,6 procent, terwijl de gemiddelde inflatie 2,4 procent bedroeg. De prijsstijgingen werden vooral veroorzaakt door de depreciatie van de Surinaamse dollar, hogere kosten voor voeding, transport, water en kookgas, en aanhoudende regenval die de voedselprijzen opdreef. Voor het derde kwartaal 2025 verwacht de CBvS verdere inflatiedruk. Intussen is bekend dat de inflatie van rond de 10% eind december is toegenomen tot 11,4%, redactie Starnieuws

Overheidsfinanciën onder zware druk

De overheidsfinanciën laten een zorgwekkend beeld zien. De totale inkomsten bedroegen SRD 12,8 miljard, terwijl de uitgaven opliepen tot SRD 15,2 miljard, wat resulteerde in een totaal begrotingstekort van SRD 2,4 miljard. Het primair tekort kwam uit op SRD 782,5 miljoen. 
Hoewel de inkomsten stegen door hogere belastingopbrengsten, namen de uitgaven sterker toe, vooral door personeelskosten, subsidies en verkiezingsgerelateerde uitgaven. De tijdelijke koopkrachtmaatregelen voor ambtenaren en gepensioneerden droegen hier aanzienlijk aan bij.

Staatsschuld blijft stijgen
De staatsschuld liep verder op tot SRD 140,6 miljard, wat neerkomt op 95,8 procent van het bbp volgens de nationale definitie. Meer dan 80 procent van de schuld is in vreemde valuta, waardoor de schuldpositie extra gevoelig blijft voor wisselkoersschommelingen. 

De CBvS heeft in het tweede kwartaal de rente aanzienlijk verlaagd om de hoge financieringskosten te beheersen. De OMO-rente daalde fors, maar de doorwerking naar lagere bancaire leenrentes blijft vooralsnog beperkt. Tegelijkertijd nam de overtollige liquiditeit in het bankensysteem sterk toe, wat het monetaire beleid complexer maakt.

Vooruitblik

De CBvS waarschuwt dat de economische vooruitzichten onzeker blijven. Zonder structurele hervormingen en betere beheersing van de overheidsuitgaven zullen inflatie, schuld en begrotingsdruk ook in de komende kwartalen aanhouden. De bank benadrukt het belang van budgettaire discipline en stabiliteit in aanloop naar de periode na het IMF-programma.