Presidentskandidaat Azruddin Mohamed van de partij We Invest in Nationhood toont zijn met inkt bevlekte vinger na het uitbrengen van zijn stem tijdens de algemene verkiezingen in Georgetown, Guyana, op 1 september 2025. (Foto: AP)
De uitleveringsprocedure van Azruddin Mohamed, leider van de belangrijkste oppositiepartij in Guyana, en zijn vader Nazar Mohamed kan worden voortgezet, oordeelde het Caribisch Hof van Justitie (CCJ) woensdag. Het hof wees daarmee hun juridische uitdaging tegen de uitleveringsaanvraag van de Verenigde Staten af, waarmee een belangrijke stap is gezet in een complexe zaak die diepgaande implicaties heeft voor politiek en rechtshandhaving in het olie-rijke land.

Azruddin Mohamed en zijn vader worden door de VS beschuldigd van grootschalige goudsmokkel en witwassen van geld. Volgens het Amerikaanse ministerie van Justitie hebben zij meer dan 10.000 kilo goud illegaal geëxporteerd naar de Verenigde Staten en meer dan 50 miljoen dollar aan belastingen ontweken. De Mohameds, die een van de grootste goudhandelaren en exporteurs in Guyana waren, verkochten goud aan kopers in Miami en Dubai en beheerden daarnaast een succesvol wisselkantoor en omvangrijke vastgoedportefeuilles.

Azruddin Mohamed, die in januari werd gekozen tot oppositieleider in het Guyanese parlement en oprichter is van de relatief nieuwe politieke partij We Invest in Nationhood, heeft de beschuldigingen altijd ontkend. Zijn snelle opkomst in de politiek, slechts zes maanden na de oprichting van zijn partij, maakte hem een belangrijke speler in een land waar corruptie en politieke spanningen al jaren aan de orde van de dag zijn.

De zaak werpt een scherp licht op de uitdagingen waarmee Guyana wordt geconfronteerd terwijl het land een economische opleving doormaakt dankzij enorme offshore olievoorraden. Deze rijkdom heeft internationale aandacht getrokken, maar ook interne spanningen en beschuldigingen van corruptie en machtsmisbruik versterkt. Tegelijkertijd onderhoudt de VS goede betrekkingen met de regering van president Irfaan Ali, wat de politieke dynamiek rondom deze uitleveringszaak extra complex maakt.

Tijdens de openbare zitting in Trinidad, waar het CCJ zetelt als hoogste rechtsorgaan voor verschillende Caribische landen, noemde rechter Winston Anderson de zaak “complex”. De verdediging voerde onder meer aan dat sommige aanklachten geen uitleverbare misdrijven zijn, maar het hof wees deze argumenten af.

Na de uitspraak reageerde Azruddin Mohamed via sociale media: “De strijd gaat door. Het CCJ heeft niet in ons voordeel geoordeeld, maar we respecteren de beslissing.” Zijn vader benadrukte dat hun advocaten het uitgebreide vonnis van 256 pagina’s nog aan het bestuderen zijn en dat zij bereid zijn “tot het einde” te vechten.

De Mohameds zijn sinds hun arrestatie vorig jaar op borgtocht vrij, maar de voortzetting van de uitleveringsprocedure betekent dat zij mogelijk binnenkort naar de Verenigde Staten moeten reizen om zich te verantwoorden. Dit zou verstrekkende gevolgen kunnen hebben voor de politieke verhoudingen in Guyana en de aanpak van corruptie in de regio.