Ex-minister Bronto Somohardjo tijdens de hoorzitting vandaag.
Gewezen minister van Binnenlandse Zaken Bronto Somohardjo heeft vandaag tijdens een openbare hoorzitting van de commissie belast met het horen van politieke ambtsdragers ontkend dat hij opdracht heeft gegeven om buiten de wet te handelen. De commissie heeft Somohardjo gehoord op basis van de vordering van de procureur-generaal op basis van de Wet In Staat van Beschuldigingstelling en Vervolging Politieke Ambtsdragers.

Volgens het Openbaar Ministerie zijn er aanwijzingen dat tijdens zijn ministerschap personeel, materieel en middelen van het ministerie zouden zijn ingezet voor partijpolitieke doeleinden en dat een bevriend bouwbedrijf mogelijk zou zijn bevoordeeld bij opdrachten en betalingen. Somohardjo weersprak de beschuldigingen en stelde dat hij uitsluitend politiek verantwoordelijk was voor het beleid, terwijl de dagelijkse uitvoering door de ambtelijke leiding werd gedaan.

“Ik heb geen opdracht gegeven om buiten de wet te handelen”, verklaarde Somohardjo tijdens de zitting. Hij gaf verder aan dat hij nooit door de politie of het Openbaar Ministerie is gehoord. Volgens hem heeft alleen de Centrale Landsaccountantsdienst (CLAD) een onderzoek uitgevoerd. Somohardjo stelde dat uit dat onderzoek zou zijn gebleken dat hij geen malversaties heeft gepleegd.

Tijdens de hoorzitting werden door commissieleden en Assembleeleden verschillende vragen gesteld over procedures rond gunningen, overuren en het inzetten van personeel buiten werktijden. Somohardjo legde uit dat overuren eerst door diensthoofden en directie worden goedgekeurd voordat documenten uiteindelijk door hem werden geparafeerd. Hij ontkende dat hij op zogenoemde verzamelstaten zou hebben getekend.

Ook kwam aan de orde dat voormalig president Chan Santokhi volgens Somohardjo opdracht zou hebben gegeven voor het CLAD-onderzoek. Ronnie Brunswijk stelde daar tegenover dat Somohardjo destijds zelf om een onderzoek had gevraagd. De voormalige minister ging niet verder in op die discussie. 

Diverse commissieleden benadrukten tijdens de vergadering dat de commissie zich uiteindelijk niet moet uitspreken over schuld of onschuld, maar uitsluitend moet beoordelen of de vordering van de procureur-generaal wordt toegewezen. Dew Sharman waarschuwde dat De Nationale Assemblée zich niet op “glad ijs” moet begeven door inhoudelijk over de zaak te oordelen. Volgens hem moet de rechter uiteindelijk bepalen wie de waarheid spreekt.

Krishna Mathoera wilde van Somohardjo weten of hij bereid is de zaak door de rechter te laten behandelen om zijn naam te zuiveren. Somohardjo antwoordde daarop dat hij vertrouwen heeft in de commissie en de beoordeling aan De Nationale Assemblée overlaat.

De openbare hoorzitting stond onder leiding van Assembleevoorzitter Ashwin Adhin, nadat commissievoorzitter Rabin Parmessar de leiding had overgedragen. De vergadering verliep niet zonder discussie. Er ontstond onder meer debat over de rol van Assembleeleden die als toehoorder aanwezig waren en vragen wilden stellen tijdens de zitting.

De commissie moet uiteindelijk nog beslissen of de vordering van de procureur-generaal wordt toegewezen en of verdere vervolging van Somohardjo mogelijk wordt gemaakt. Dit is ook het geval in de zaak van ex-ministers Riad Nurmohamed en Gillmore Hoefdraad. Deze twee hoorzittingen waren niet openbaar.