Commissievoorzitter Dinotha Vorswijk
De wijziging van de Brandweerwet moet het Korps Brandweer Suriname moderner, slagvaardiger en beter bestuurbaar maken. Tijdens de behandeling in De Nationale Assemblee benadrukte commissievoorzitter Dinotha Vorswijk (ABOP) dat de huidige wetgeving verouderd is en dat vooral duidelijkheid nodig is over bevoegdheden, handhaving, sancties en de rol van districtscommissarissen bij brandweeroptreden.

Vorswijk gaf tijdens de vergadering een inhoudelijke toelichting op het wetsvoorstel. Volgens haar is het hoofddoel van de wetswijziging om het Korps Brandweer Suriname efficiënter en effectiever te maken. De huidige wetgeving is verouderd en modernisering is volgens de commissie noodzakelijk om de brandweer beter in staat te stellen haar taken uit te voeren.

De commissie heeft tijdens het vooronderzoek onder meer het ministerie van Justitie en Politie, het Korps Brandweer Suriname, Bureau Wetgeving en de brandweerbond gehoord. Daarbij zijn verschillende aandachtspunten naar voren gekomen, waaronder de bevoegdheden van de districtscommissaris, toezicht en handhaving, valse meldingen, sancties en de positie van brandweerpersoneel.

Rol districtscommissarissen
Vorswijk vroeg onder meer duidelijkheid over de rol van districtscommissarissen. In het ontwerp wordt voorgesteld dat zij zich moeten onthouden van technische aanwijzingen aan de brandweer. Volgens de commissie moet helder worden vastgelegd wat de gevolgen zijn wanneer een districtscommissaris zich daar niet aan houdt.

Ook werd aandacht gevraagd voor het optreden van de brandweer bij verzoeken van burgers. Volgens de commissievoorzitter moet worden voorkomen dat de brandweer wordt ingezet voor privédoeleinden, zoals het vullen van zwembaden of het schoonspuiten van panden. De brandweer moet zich volgens Vorswijk richten op noodsituaties en levensbedreigende omstandigheden.

Daarnaast pleitte zij voor duidelijke sanctiebevoegdheden, onder meer bij overtredingen zoals valse meldingen en hinderlijke vuilverbranding. Zonder sancties blijft de brandweer volgens haar “een tijger zonder tanden”.

Slechte materiële positie
Tijdens de interrupties vroegen verschillende leden aandacht voor de slechte materiële positie van de brandweer. Er werd gewezen op verouderde slangen, uniformen, schoeisel, voertuigen en een tekort aan posten. Ook kwam de behoefte aan een brandweerpost te Meerzorg opnieuw aan de orde.

Verder werd gesproken over de verhouding tussen de bevoegdheden van districtscommissarissen en de operationele leiding van de brandweer. Meerdere leden benadrukten dat districtscommissarissen verantwoordelijk blijven voor openbare orde en rust, maar zich niet moeten bemoeien met technische brandweerzaken.

Ook de positie van de luchthavenbrandweer, met name op Zorg en Hoop, werd aangekaart. Er werd gevraagd om betere afstemming tussen Justitie en Politie en Transport, Communicatie & Toerisme zodat brandweerorganisaties beter worden geordend en calamiteiten efficiënter kunnen worden aangepakt.

Vorswijk benadrukte na de interrupties dat de commissie zich bewust is van de vele knelpunten binnen het korps, maar zich in deze fase vooral heeft gericht op de voorgestelde wetswijzigingen. De verdere behandeling van de Brandweerwet wordt op een later moment voortgezet.