Bezoekers genieten zichtbaar van de visworst die zij mogen proeven op de Agrarische Beurs. Wanneer hen wordt gevraagd van welke vissoort het product is gemaakt, klinken aarzelende antwoorden als kandratiki, bang bang en tukunari. De verrassing is groot wanneer blijkt dat de visworst is gemaakt van de liba kwie.

De visworst slaat goed aan en trekt veel belangstelling van bezoekers. Het product is tot stand gekomen uit een samenwerking tussen het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) en ondernemers.

LVV-minister Mike Noersalim zegt desgevraagd dat met dit initiatief waarde is toegevoegd aan de liba kwie, een vissoort die door velen als schadelijk wordt gezien, omdat deze gaten maakt in onder meer damwanden. Samen met zijn collega van het ministerie van Openbare Werken en Ruimtelijke Ordening (OWRO) is gekeken naar manieren om de negatieve effecten van deze vissoort te beperken.

Gebleken is dat de liba kwie goed eetbaar is en in diverse gerechten kan worden verwerkt, waaronder visballetjes en visworst. Daarnaast komt de vis in grote aantallen voor. Het gebruik van de liba kwie als voedsel biedt meerdere voordelen: het vermindert niet alleen het risico op schade aan damwanden, maar draagt ook bij aan de voedselvoorziening en voedselzekerheid.


Voedselvoorziening en voedselzekerheid staan centraal op de Agrarische Beurs van LVV, die vrijdag van start is gegaan en duurt tot en met zondag 3 mei. President Jennifer Simons zei bij de opening dat al geruime tijd wordt geprobeerd de agrarische sector verder te ontwikkelen, maar dat dit niet altijd succesvol is verlopen.

Volgens het staatshoofd moet daarom meer aandacht worden besteed aan voorbereiding, onderzoek en alle andere schakels binnen de productieketen. Zij benadrukte dat dit geen taak is die binnen één jaar kan worden afgerond, maar dat de agrarische sector stap voor stap kan uitgroeien tot een van de belangrijkste sectoren van Suriname.

“We hebben echt alle potentieel om onszelf te voorzien,” zei president Simons. Daarbij wees zij niet alleen op exportmogelijkheden, maar vooral op voedselzekerheid. Volgens haar moet Suriname meer van zijn eigen voeding produceren. “We moeten zeker weten dat, als die boot niet komt, Surinamers nog steeds kunnen eten,” benadrukte zij het belang van lokale productie.

Zij riep alle belanghebbenden in de sector op om zich maximaal in te zetten om de agrarische sector in de komende één tot twee jaar naar een hoger niveau te tillen. Wanneer Suriname in eigen voedselvoorziening kan voorzien en de kinderziektes in verwerking en productie heeft overwonnen, kan de stap naar export worden gezet.


Voor LVV is publiek-private samenwerking geen abstract begrip, maar een praktisch instrument om de productiesector te versterken. Binnen de regering wordt volgens Noersalim ook gewerkt aan een hechtere samenwerking tussen ministeries, zodat ontwikkeling sneller kan plaatsvinden.

“Door ondernemers de ruimte te geven om innovaties en producten te presenteren aan investeerders en de gemeenschap, versterken we samen de economische ruggengraat van Suriname. Deze beurs is het bewijs dat we samen meer bereiken. Onze inzet is helder: Suriname moet een moderne, productieve en concurrerende agrarische economie worden,” zegt minister Noersalim.