Minister Raymond Landveld met Richinel Vrieze, Abdul Madhar en Edgar van Genderen bij de benoeming voor 3 jaar.
De inmiddels ontslagen Raad van Commissarissen (RvC) van de Canawaima Management Company ontkent met klem dat zij ooit in het bezit is geweest van de omstreden facturen die recent in de publiciteit zijn opgedoken. Voormalig president-commissaris Richenel Vrieze zegt dat de documenten noch door de raad, noch door het bedrijf zijn gezien en plaatst daarmee directe vraagtekens bij de herkomst ervan.

Tegelijkertijd uit Vrieze kritiek op de wijze waarop zijn raad aan de kant is gezet. Volgens hem is het beginsel van hoor en wederhoor volledig genegeerd. “Er is geen ruimte geboden om gehoord te worden, ondanks dat wij de minister schriftelijk hebben benaderd. Een reactie is uitgebleven,” zegt hij.

De kwestie krijgt extra lading door onduidelijkheid rond het lidmaatschap van RvC-lid Abdul Madhar. Hij beweert per 10 februari geen deel meer uitmaakt van de raad. Opmerkelijk genoeg is dat dezelfde datum waarop de raad onder leiding van Vrieze, met onder anderen Madhar en Edgar van Genderen, juist werd benoemd. Madhar is evenwel in het bezit te zijn van een deel van zijn ontslagresolutie. Hij zou mondeling zijn ontslag hebben aangeboden. 

Uit deze resolutie blijkt dat Fandi Bogor lid zou zijn van de RvC. Hier draagt de RvC geen kennis van. Opvallend is dat Bogor in de nieuwe RvC is benoemd. 

Volgens Vrieze is de raad nooit officieel geïnformeerd over enig ontslag. “Formeel is ons niets medegedeeld. Madhar heeft deelgenomen aan de beraadslagingen en was op de hoogte van alle besluiten,” stelt hij. Daarbij wijst hij erop dat Madhar nog steeds als bestuurslid staat geregistreerd bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken. De RvC is op 19 maart ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken. Hij was daarbij persoonlijk aanwezig. 


De tegenstrijdigheid wordt groter doordat Madhar volgens Vrieze ook een ingebrekestelling aan terminalmanager Lesley Daniel heeft medeondertekend. Die brief is echter nooit overhandigd. “De terminalmanager was niet op de werkplek aanwezig,” aldus Vrieze.

Ook over zijn eigen optreden als waarnemend terminalmanager probeert Vrieze duidelijkheid te scheppen. Hij bevestigt dat hij tussen 13 en 29 maart 2026 op basis van een schriftelijke machtiging heeft gehandeld. De officiële terminalmanager zou pas op 16 april weer op de locatie in South Drain zijn verschenen.

Vrieze verwerpt daarnaast de beschuldiging dat hij via familie- of zakelijke banden verbonden zou zijn aan bedrijven die opdrachten uitvoeren voor Canawaima. Volgens hem is daarvan geen sprake en zijn de betreffende bedrijven, voor zover hem bekend, niet aan elkaar gelieerd.

Met de ontkenning van het bezit van de facturen en de tegenstrijdige verklaringen over bestuursbesluiten, groeit de onduidelijkheid rond de Canawaima-kwestie verder. Wie de documenten in omloop heeft gebracht en op basis waarvan besluiten zijn genomen, blijft vooralsnog onbeantwoord. Reparatiebedrijf Sardha heeft aangifte gedaan voor onder andere valsheid in geschrifte, want de rekeningen waren nog niet ingediend.