We staan aan de vooravond van grote inkomsten uit oil & gas. Die rijkdom kan ons land vooruithelpen, maar alleen wanneer zij transparant, controleerbaar en in het algemeen belang wordt beheerd. Onze bestuurlijke geschiedenis verplicht ons daarom tot een ongemakkelijke vraag: is het systeem dat straks over miljarden beschikt voldoende beschermd tegen corruptie, belangenverstrengeling en politieke bevoordeling?

Daarom moeten wij niet alleen praten over de kansen van oil & gas, maar ook over het systeem dat deze rijkdom zal beheren. Want waar controle zwak is en politieke macht toegang geeft tot staatsmiddelen, ontstaat ruimte voor kleptocratie.

Dit is een systeem waarin machthebbers de staat gebruiken om zichzelf, hun familie, partijgenoten of zakelijke relaties te verrijken. Letterlijk betekent het: bestuur door dieven. Het berooft de samenleving van haar toekomst. Het gaat hierbij niet om een corrupte ambtenaar of bestuurder. Van kleptocratie spreken wij wanneer misbruik structureel wordt en politieke macht wordt ingezet om rijkdom naar een kleine groep te leiden.

Grote projecten, grote vragen
Wanneer contracten, aanbestedingen, betalingen en uiteindelijke kosten niet volledig controleerbaar zijn, ontstaat ruimte voor misbruik. De Desiré Delano Bouterse Highway is zo'n voorbeeld (opening: 15 mei 2020). Voor een weg van ongeveer tien kilometer werd rond de zestig miljoen Amerikaanse dollar betaald. De kernvraag is waarom deze weg zoveel kostte, hoe die prijs tot stand kwam, wie eraan verdiende en of het geleverde werk in verhouding stond tot het betaalde bedrag.

Ook rond Ballast Nedam kwamen ernstige vragen naar voren (Bosjebrug, opening: 20 mei 2000). In Nederland werd een schikking getroffen in een internationaal onderzoek naar betalingen aan buitenlandse tussenpersonen, waarbij ook Suriname werd genoemd. De belangrijkste vraag aan onze zijde bleef liggen: wie ontving het geld, welke besluiten werden daardoor beïnvloed en wat heeft dit "grapje" onze samenleving gekost? In Suriname bleef het muisstil.

De zwijgcultuur
Vaak vermoeden wij dat er iets niet klopt, maar laten wij na dit volledig te onderzoeken. Wij weten, maar zwijgen. Wij zien, maar kijken weg. Zo beschermen wij niet de samenleving, maar de daders die gemeenschapsgeld misbruiken. Wij verschuilen ons liever achter: nex no fout, a no mi, a so a kondre tan. Maar wie de schuldige beschermt, wordt medeplichtig aan roof en diefstal. Zo groeit een zwijgcultuur waarin loyaliteit aan personen, partijen, familie of vrienden belangrijker wordt dan loyaliteit aan onze samenleving. Wie spreekt, wordt als verrader behandeld, terwijl degene die gemeenschapsgeld misbruikt bescherming geniet en zelfs wordt geprezen.

En dan komt oil & gas
Wanneer wij praten over oil en gas, worden wij terecht enthousiast. Wij zien betere scholen, sterkere gezondheidszorg, goede wegen, betaalbare woningen, moderne technologie, meer werkgelegenheid en nieuwe kansen voor onze kinderen. Met oil en gas krijgt Mama Sranan de ruimte om achterstanden in te lopen en structureel te investeren in onze mensen. Die hoop is reëel. Daarom moeten wij haar beschermen.

Grote rijkdom brengt niet alleen kansen. Zij brengt ook macht, contracten, concessies, internationale belangen en enorme geldstromen met zich mee. In een sterke rechtsstaat kunnen die middelen ontwikkeling brengen. Maar in een systeem met kleptocratische trekken kunnen zij veranderen in een grabbelton.

Wanneer wij bij wegen en bruggen al moeite hebben volledige openheid af te dwingen, hoe groot wordt het gevaar dan wanneer mammoetbedragen door hetzelfde bestuurlijke systeem gaan stromen?

We hoeven niet arm te blijven door een gebrek aan geld, maar doordat het verkeerd wordt beheerd. Wordt dit rijkdom of oli-dom?

Deh fii rustig! Bescherm het systeem dat ons moet beschermen!
Wetten alleen zijn niet genoeg. Wij hebben onafhankelijke controle, transparantie, deskundige instellingen, moedige ambtenaren, kritische media en burgers nodig die weigeren te zwijgen.

Wie gemeenschapsgeld steelt, berooft niet alleen de staatskas. Hij of zij berooft onze kinderen van onderwijs, onze zieken van zorg, onze buurten van veiligheid en onze dorpen van ontwikkeling.

De werkelijke vraag
De vraag is niet alleen hoeveel olie en gas Suriname bezit. De werkelijke vraag is of wij bestuurlijk en moreel sterk genoeg zijn om onze rijkdom te beheersen, of dat die rijkdom uiteindelijk onze politiek, onze instellingen en onze samenleving zal overheersen.

Bedenk dat alleen sterke instituties kunnen voorkomen dat onze nationale rijkdom de nieuwe grabbelton wordt.
De nieuwe rijkdom mag geen oude vloek worden.

Paul Middellijn