Conform de Grondwet en de Wet Regionale Organen kent Suriname twee regionaal vertegenwoordigende lichamen, te weten: de districtsraden (DR) en de ressortsraden (RR). Beide raden zijn destijds ingesteld in het belang van de regionale economische ontwikkeling, aan de hand van ontwikkelingsplannen.

De districtsraad is het hoogste politiek-bestuurlijke orgaan van een district en is hoofdzakelijk belast met de regelgeving en het bestuur van de huishouding van het district. De ressortsraad is het hoogste politiek-bestuurlijke orgaan van een ressort en is belast met het toezicht op het door het districtsbestuur gevoerde dagelijks bestuur voor zover dat het ressort betreft.

De RR heeft een adviserende rol richting de DR en de districtscommissaris (DC) over zaken die het ressort aangaan. Daarnaast behartigt de RR de belangen van het ressort en houdt zij toezicht op de lokale ontwikkeling, inclusief de besteding van middelen. De DR richt zich daarentegen op het vaststellen van het districtsbeleid, het districtsontwikkelingsplan en de districtsbegroting. Ook heeft de DR een adviserende rol richting de DC over aangelegenheden die het district betreffen en vormt zij de schakel tussen het lokale en het landelijke beleid. De RR is dus actief op dorps- en wijkniveau, terwijl de DR opereert op districtsniveau. Beide raden bestaan uit gekozen volksvertegenwoordigers die, hoewel zij geen ambtenaar zijn, maandelijks een wettelijk vastgestelde vergoeding ontvangen.

Vergoeding van beide regionale organen
De inwerkingtreding van de Wet Geldelijke Voorzieningen DNA-leden, kort na de verkiezingen van 25 mei 2025, bracht niet alleen financiële voordelen voor DNA-leden met zich mee, maar ook voor de leden van de DR en de RR. De vergoeding van deze raadsleden is namelijk gekoppeld aan die van DNA-leden, waardoor iedere salarisverhoging voor DNA-leden automatisch leidt tot een verhoging van de vergoeding voor de regionale organen.

Sinds juli 2025 ontvangen RR-leden ruim SRD 6.000 per maand en DR-leden SRD 9.000 per maand. Tot juni 2025 bedroegen deze vergoedingen respectievelijk SRD 2.595 en SRD 3.774 per maand.

Nut en noodzaak van DR en RR
De DR en RR zijn opgericht om, via burgerparticipatie, een optimale ontwikkeling van het district dan wel het ressort te bevorderen. Momenteel zijn er 106 DR-leden en 764 RR-leden, verdeeld over respectievelijk tien districten en 62 ressorten. Vanwege haar specifieke rol en verantwoordelijkheden staat de DR op enige afstand van de burgers. Aan de RR is daarentegen juist een directe verbinding met de inwoners van het ressort toebedeeld. Jammer genoeg wordt niet in alle ressorten hetzelfde gedacht over de RR.

In veel ressorten leeft namelijk de opvatting dat de RR weinig meerwaarde heeft en dat het functioneren van veel RR-leden – de uitzonderingen daargelaten – te wensen overlaat. Critici vergelijken de RR, gezien haar omvang en volgens hen beperkte doelmatigheid, inmiddels met een waterhoofd. Zij zijn van mening dat de RR beter kan worden opgeheven. Veel RR-leden zouden nauwelijks bekend zijn bij de bevolking. Vanuit de samenleving wordt al jaren de vraag gesteld: "Wie zijn onze RR-leden, wat doen zij eigenlijk en zitten zij in de RR alleen voor zichzelf en de vergoeding?"

Vanuit mijn eigen veldoriëntatie kan ik concluderen dat het merendeel van de RR weinig concrete resultaten laat zien en vaak tekortschiet, vooral als het gaat om toegankelijkheid en bereikbaarheid voor burgers. Niet alleen tijdens de recente wateroverlast waren veel RR-leden onzichtbaar, ook ontbreekt het volgens mij aan voldoende aandacht voor de slechte staat van wegen, bermen en afwatering, evenals voor de dagelijkse problemen van jongeren en behoeftige ouderen. Dat wordt hun door veel burgers kwalijk genomen.

Velen zijn, naar mijn mening terecht, van oordeel dat de RR, anders dan grondwettelijk werd beoogd, nooit volledig tot wasdom is gekomen en onvoldoende vertrouwen geniet binnen de gemeenschap. Het is daarom de hoogste tijd om deze kwestie serieus aan te pakken.

Mogelijk kan, door specifieke taken over te hevelen naar de DR, worden overgegaan tot opheffing van de RR in haar huidige vorm. In plaats daarvan zou een nieuw regionaal vertegenwoordigend orgaan kunnen worden ingesteld in de vorm van doelgerichte wijkcomités, bestaande uit betrokken en bevlogen vrijwilligers, die een redelijke vergoeding ontvangen per bijgewoonde vergadering en/of veldoriëntatie.

De positie en rol van de huidige RR zijn echter grondwettelijk vastgelegd. Een wijziging daarvan vereist een grondwetswijziging, waarvoor op grond van artikel 144 van de Grondwet een tweederdemeerderheid in De Nationale Assemblée nodig is. Daartoe zal de regering of een lid van De Nationale Assemblée een wetsvoorstel moeten indienen. Wie durft de kat de bel aan te binden?

Ter overdenking een citaat van Albert Einstein: "Je kunt een probleem niet oplossen met dezelfde denkwijze die het heeft veroorzaakt."

Roy Harpal