Minister Stephan Tsang geeft uitleg in DNA.
De ministers Stephen Tsang van Openbare Werken & Ruimtelijke Ordening, Mike Noersalim van Landbouw, Veeteelt & Visserij (LVV) en regeringscoördinator André Misiekaba hebben donderdag in De Nationale Assemblée toelichting gegeven over de maatregelen tegen de aanhoudende wateroverlast in verschillende delen van het land. Minister Tsang stelde dat zijn ministerie sinds zijn aantreden eind juli 2025 geconfronteerd werd met een enorme achterstand in onderhoud van de infrastructuur. Volgens hem verkeerden zowel de natte als droge infrastructuur in “deplorabele staat”.

“We zagen dat zelfs bomen groeiden in kanalen en zeelozingen. Kolken zaten vol met rommel. We hebben zelfs matrassen, ijskasten en gasfornuizen aangetroffen”, zei Tsang in het parlement donderdag. Volgens de bewindsman bleek ook het machinepark grotendeels defect of onbruikbaar. Van de drie kolkenzuigers functioneerde er geen enkele volledig. Inmiddels zijn verschillende machines gerepareerd en wordt gewerkt met een combinatie van eigen materieel en particuliere aannemers. Sinds september 2025 wordt volgens Tsang gewerkt aan een structureel programma voor schoonmaak van lozingen, rehabilitatie van wegen en verbetering van de afwatering.

De minister benadrukte dat de recente zware regenval uitzonderlijk was. Volgens hem geldt 25 tot 50 millimeter regen al als zware neerslag, terwijl op 10 mei tussen de 80 en 110 millimeter regen werd gemeten. “Dan kunt u ervan uitgaan dat we grote problemen hebben”, stelde Tsang. Tegelijkertijd zei hij dat dankzij reeds genomen maatregelen het water sneller is weggetrokken dan voorheen.

Tsang gaf verder aan dat momenteel in meerdere gebieden werkzaamheden worden uitgevoerd, waaronder Wintiwai, Pontbuiten, Rahimal, Leiding 10A, Domburg. Daarnaast worden de komende periode extra aanbestedingen voorbereid voor het opschonen van kanalen en het verbeteren van het afwateringssysteem in diverse districten. Ook wordt gewerkt aan rehabilitatie van sluizen en pompinstallaties, waaronder in Paramaribo-Noord, Santo Boma en andere gebieden.

De minister maakte bekend dat samen met de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank wordt gewerkt aan zogenoemde “early warning systems” voor extreme weerssituaties. Daarnaast is een interdepartementale crisiswerkgroep ingesteld waarin onder meer Openbare Werken, LVV, Ruimtelijke Ordening en het Nationaal Coördinatiecentrum Rampenbeheersing (NCCR) samenwerken.

Minister Mike Noersalim van LVV verklaarde dat ook zijn ministerie actief machines inzet om acute problemen aan te pakken, onder meer in Nickerie, Saramacca, Weg naar Zee en Commewijne. Hij gaf aan dat eerst in kaart moest worden gebracht welke machines daadwerkelijk beschikbaar waren. “Dat was een zoekwerk en puzzelwerk. Er lopen nog onderzoeken bij de politie over waar sommige machines zijn gebleven”, aldus Noersalim.

Bij het opschonen van de Jahkrikreek in Saramacca stuit LVV veel vuil dat is gedumpt. 

Volgens de bewindsman probeert LVV zoveel mogelijk werkzaamheden in eigen beheer uit te voeren om kosten te besparen. Waar dat niet mogelijk is, worden aannemers ingeschakeld. Voor volgende week staat volgens de minister een openbare aanbesteding gepland voor zeven projecten die verband houden met de aanpak van wateroverlast.

Regeringscoördinator Misiekaba deed een oproep aan de samenleving en het parlement om begrip en ondersteuning te tonen. Hij benadrukte dat zelfs moderne rioleringssystemen problemen ondervinden bij extreme regenval. “Guyana stond onder water, Trinidad stond onder water, Hilversum in Nederland stond onder water door zware regens”, zei Misiekaba. Volgens hem zal het tijd kosten om de jarenlange achterstand in onderhoud volledig weg te werken.

Misiekaba wees er daarnaast op dat de regering voorlopig nog beperkt is in het vrijmaken van middelen, zolang de begroting 2026 nog niet is behandeld. Toch gaf hij de garantie dat de regering de samenleving niet in de steek zal laten. “De ministers zijn elke dag in het veld bij de mensen en kijken hoe zij verlichting kunnen brengen”, stelde de regeringscoördinator.