Een delegatie van ex-militairen heeft opnieuw aangeklopt bij het Kabinet van de president.
Ex-militairen kampen met diverse knelpunten, waaronder een te lage resocialisatie- en invalidetoelage, beperkte medische zorg, het ontbreken in het begrafenisfonds van het ministerie van Defensie en stagnatie bij hun collectieve grondaanvraag. Deze problemen hebben zij dinsdag 5 mei opnieuw onder de aandacht gebracht bij het Kabinet van de President.

Een delegatie van de Vereniging Surinaamse Veteranen en Ex-militairen (VSVEM) werd namens president Jennifer Simons ontvangen door kabinetsfunctionarissen Melvin Linscheer, Rudie Roeplal en Bidjai Lalbiharie. Eerder, in 2025, hadden de ex-militairen al schriftelijk aandacht gevraagd voor deze zaken.

Volgens Waldo Jameson, voorzitter van de VSVEM, is het huidige begrafenisfonds niet toegankelijk voor ex-militairen omdat zij geen formele inkomsten hebben, een statutaire beperking die volgens hem moet worden aangepakt. Daarnaast zijn de resocialisatie- en invalidetoelagen volgens Jameson ontoereikend en is een verhoging op korte termijn onzeker vanwege nog lopende begrotingsbehandelingen.

Hoewel ex-militairen beschikken over een BaZo-kaart voor medische zorg, moeten zij zelf bijkomende kosten betalen, wat financieel zwaar weegt. Ook de collectieve aanvraag voor landbouwgrond die de groep sinds 2021 heeft ingediend, stagneert nog steeds. De grond is bedoeld voor landbouwactiviteiten en het opzetten van een bedrijf dat tevens als on-the-job training dient om leden bij te scholen en te binden.

Jameson benadrukte dat ex-militairen bovendien hun bijdrage willen leveren aan het komende woningbouwprogramma, mede dankzij bouwvaardigheden die zij tijdens hun militaire dienst hebben opgedaan.

De gesprekken met het kabinet worden op woensdag 13 mei 2026 voortgezet, waarbij ook wordt gekeken naar mogelijkheden om ex-militairen weer actief in het arbeidsproces te betrekken.