Wanneer volwassenen praten over die goede oude tijd (die nooit meer terugkomt), roept dat vaak hele mooie herinneringen op. Veel van mijn kinder- en jeugdjaren stonden in het teken van sport en recreatie. Onze dagen brachten wij veelal gezamenlijk door met buitenactiviteiten als djompo futu, vliegeren, shopsteentje, makoketje, gongote, djoel, stuivertje verwisselen en één van mijn favorieten: ik verklaar de oorlog aan.

Samen spelen is een belangrijk instrument; het draagt niet alleen bij aan een gezonde ontwikkeling van het kind, maar bevordert onder meer kernwaarden als wederzijds respect, geduld, vertrouwen en verdraagzaamheid. Het is daarom zeer verontrustend dat er steeds minder (samen) wordt gespeeld. Het is verontrustend, niet alleen vanwege het aspect van saamhorigheid, maar zeker ook vanwege de verbondenheid met de Surinaamse cultuur en de overlevering van onze geschiedenis, die langzaam verloren gaat.

Dit gevoel van verlies bekruipt mij als ik kijk naar de politieke realiteit. Misschien te vroeg, maar het lijkt er nu reeds op alsof wij de 'strijd' verloren hebben, aangezien de beloofde kenki uitblijft en de politieke blunders zich blijven herhalen. Terwijl de wereld momenteel oorlog voert met vernietigende wapens, hebben wij hier onze eigen "oorlog" te voeren. Eén waarin wij de oorlog verklaren aan al het ontoelaatbare door de daad bij het woord te voegen en het getij eindelijk te keren!

Laten we de oorlog verklaren aan de lage lonen van leerkrachten die in grote getallen wegtrekken om hun heil elders te zoeken. Wij moeten eveneens de oorlog verklaren aan de exodus van medici en verpleegkundig personeel voordat het te laat wordt. De oorlog moet verder verklaard worden aan 'concepten' als patronage, friends and family, aan ontelbare raden en commissies en nog veel meer!

Het volk heeft mandaat gegeven en wil per slot van rekening daadwerkelijke zichtbare veranderingen waarnemen. “Ik verklaar de oorlog aan” is daarom niets anders dan een dringende oproep aan de president en haar kabinet om het mes erin te zetten. Immers, waar niet wordt opgetreden, ontwikkelt gewoonte zich tot cultuur, met diepe wortels die heel moeilijk te bestrijden zijn. De oorlog verklaren aan betekent ook dat verzwakt leiderschap, gebrek aan transparantie en vriendjespolitiek gauw tot het verleden moeten gaan behoren! Suriname gaat spannende tijden tegemoet en zal daarvoor misschien letterlijk oorlog moeten voeren.

Het is daarom bijna pijnlijk om te concluderen dat zelfs de projectie van grote olievondsten nog steeds niet zal betekenen dat het beter zal gaan met het land. Ik weet niet of ik de plank missla, maar het lijkt alsof er sprake is van een (chronisch) gebrek aan wilskracht, wat ons steeds in dezelfde vaargeul doet terechtkomen zonder noemenswaardige progressie. De aanloop naar de verkiezingen en daarna stonden in het teken van doelbewuste propaganda c.q. beloften om herstel te bewerkstelligen. Echter is tot op heden daarvan geen duidelijk resultaat merkbaar. Hoelang zal dit nog ons 'lot' zijn? Het volk heeft mandaat gegeven; zij verwacht dat met recht en waarheid wordt waargemaakt wat beloofd is. Laten we dit in herinnering brengen elke keer wanneer wij zingen: wi mu seti kondre bun!

Het is tijd!
God zij met ons, Suriname.

Valpoort Nathalie M.J.