De verdere behandeling van de strafzaak tegen advocaat Derrick Veira vond woensdag plaats, waarbij drie politieagenten als getuigen zijn gehoord over het incident op 2 januari, waarbij de advocaat tijdens een verhitte discussie op het politiebureau aan de Keizerstraat zijn wapen trok.

“San’ ede i har’ a gon?” was het eerste wat een politieagent aan advocaat Derrick Veira vroeg op 2 januari, toen hij tijdens een bezoek aan het politiebureau aan de Keizerstraat zijn wapen trok in een verhitte discussie met een andere agent.

Veira heeft verklaard dat die agent zijn cliënten probeerde af te persen en dat hij hem daarmee probeerde te confronteren. Volgens een getuige raakte de betreffende agent geëmotioneerd door de uitlatingen van Veira. Ook de agent liet zich niet onbetuigd en slingerde enkele uitlatingen naar het hoofd van de advocaat.

De advocaat stelt dat hij zich op een bepaald moment bedreigd voelde door de agent, waarna hij het wapen, dat zich in zijn tas bevond, tevoorschijn haalde, mogelijk de trekker overhaalde en het wapen naar de grond gericht hield.

Tijdens de zitting zijn drie politieagenten als getuigen gehoord. Twee agenten getuigden over het incident zelf, terwijl een derde vertelde over een eerdere ervaring met de advocaat op het politiebureau Geyersvlijt. De agent die Veira vroeg waarom hij het wapen had getrokken, verklaarde dat hij geen noodzaak zag voor het gebruik van een vuurwapen en dat de situatie daar volgens hem niet om vroeg.

Volgens Veira bestond echter de mogelijkheid dat de geëmotioneerde agent het wapen van de getuige had kunnen pakken om op hem te schieten.

De getuige gaf tijdens de zitting aan dat de advocaat zou hebben “geblunderd” en daarom probeert de zaak een andere wending te geven. Kantonrechter Maytrie Kuldip Singh merkte op dat dit een constatering of mening van de getuige was, maar dat zij zich baseert op feiten.

Op 4 juni zal de officier van justitie haar requisitoir houden.