'Buiten werking'-bordjes hangen op lege brandstofpompen bij een Ampol-tankstation in Sydney, Australië, nadat de brandstof op was. (Foto: Reuters)
Terwijl de wereld worstelt met een wereldwijde brandstofcrisis die is aangewakkerd door de oorlog in Iran, overwegen landen in Azië opnieuw het toepassen van werk-vanuit-huisbeleid en stimuleringsmaatregelen die tijdens de Covid-19-pandemie werden ingezet. Azië staat hierbij in het middelpunt van de crisis, aangezien het meer dan 80% van de ruwe olie koopt die via de strategische Straat van Hormuz wordt vervoerd – een doorgang die sinds het uitbreken van het conflict op 28 februari vrijwel volledig door Iran is geblokkeerd.

Hoewel geen enkel land in de regio tot nu toe verplichtingen tot thuiswerken heeft ingevoerd, ligt het onderwerp wel op tafel. Zo noemde de Zuid-Koreaanse minister van Energie, Kim Sung-whan, thuiswerken een “goed idee” in reactie op aanbevelingen van het Internationaal Energieagentschap (IEA). Dit agentschap heeft ook een recordvoorraad van circa 400 miljoen vaten olie vrijgegeven om de crisis te bestrijden en pleit voor maatregelen zoals thuiswerken en het vermijden van vliegreizen om de druk op de olieprijzen te verlichten.

IEA-directeur Fatih Birol gaf deze week tijdens een conferentie in Sydney aan dat eerdere ervaringen, zoals de Europese maatregelen na de Russische invasie van Oekraïne, lieten zien dat dergelijke acties helpen om energievoorziening veilig te stellen in moeilijke tijden.

Zuid-Korea startte deze week een campagne om het energieverbruik te verminderen, met oproepen om korter te douchen, telefoons overdag op te laden en stofzuigers alleen in het weekend te gebruiken. Ook overweegt het land actief thuiswerkmaatregelen.

Andere landen in de regio nemen soortgelijke stappen. De Filipijnen verkortten deze maand de werkweek in sommige overheidskantoren en riepen een nationale energie-noodtoestand uit, terwijl Pakistan scholen tijdelijk sloot en thuiswerken stimuleerde. Sri Lanka voerde een wekelijkse vrije dag in om brandstof te besparen.

Daarnaast zetten landen als Singapore en Thailand in op energiebesparing via efficiëntere apparaten, beperking van airconditioninggebruik en het stimuleren van thuiswerken en minder formele kleding op kantoor.

Naast gedragsmaatregelen nemen sommige landen ook financiële maatregelen om de impact van stijgende brandstofprijzen op huishoudens te verzachten. Zo trekt Japan 800 miljard yen (ongeveer 5 miljard dollar) uit om benzinesubsidies te financieren, terwijl Nieuw-Zeeland vanaf april een wekelijkse toeslag van ruim 29 dollar introduceert voor gezinnen met lage inkomens.

Ondertussen kampen onder meer Australië en andere landen met paniekaankopen en tekorten, vooral in afgelegen gebieden. De Australische regering heeft daarom wetgeving voorgesteld om hogere straffen in te voeren voor brandstofprijsoplichting.

Toch staat de aanpak van de crisis voor beleidsmakers voor een dilemma, omdat centrale banken niet geneigd zijn om renteverlagingen door te voeren, maar juist aan renteverhogingen denken. In tegenstelling tot de pandemie, toen economische activiteit grotendeels stilviel en stimuleringsmaatregelen effectief waren, zorgen de huidige stijgende energieprijzen voor inflatiedruk die renteverhogingen kan rechtvaardigen, terwijl tegelijkertijd de economische groei onder druk staat.

Volgens econoom Jennifer McKeown van Capital Economics hangt de juiste beleidsreactie sterk af van de oorzaak, duur en impact van de stijgende olieprijzen op de inflatieverwachtingen.