In mijn gesprekken met Mahdi, mijn vriend uit Afghanistan, wordt poëzie vaak onze stille taal. Laatst stuurde hij mij een gedicht van de Iraanse dichteres Forough Farrokhzad, als antwoord op mijn overpeinzing over 'de lente die niet wijkt'. Een beeld van hoop en volharding, temidden van een wereld die vaak lijkt te wankelen.

Het gedicht vertelt over een kleine vogel die de lente ruikt, en zonder aarzeling opstijgt om haar partner te zoeken. Ze heeft geen zorgen, geen schulden, leest geen kranten, kent de wereld van mensen niet. Vrij van angst en last vliegt ze boven het gevaar uit, genietend van 'blauwe momenten' – pure, onbezorgde vrijheid.

Toen ik het las, zag ik in die vogel een spiegel van mezelf en van ons allemaal. Hoe vaak verstrikken wij ons niet in de eindeloze stroom van nieuws, zorgen en verplichtingen? Hoe vaak vergeten we te leven in het moment, te vertrouwen op de kracht die in ons schuilt? Mahdi, die in een land leeft waar oorlog en onzekerheid dagelijkse realiteit zijn, herinnert mij met dit gedicht aan iets dat zo eenvoudig is en tegelijk zo krachtig: de vrijheid van de geest, het vertrouwen dat zelfs in de zwaarste tijden de lente haar weg vindt.

Door Mahdi leerde ik meer over Perzische poëzie. Ik herinner me een moment in de bus in Beijing, waar hij een earphone in mijn oor deed en een in het zijne. Samen luisterden we naar een gedicht dat gezongen werd in het Perzisch. Ik verstond de woorden niet, maar het lied verscheurde me van binnen. Ik voelde en ervoer de emotie van het gedicht zonder woorden. Met volgelopen ogen keek ik naar hem, mijn hart sprak zonder taal. Zoals onze collega Sumudu uit Sri Lanka het zo mooi zei: "Music is an international language." Zo voelde ik de woorden, ook al begreep ik ze niet.

Zelf hebben we momenten gekend waarop het leek alsof die lente nooit zou komen. Toen het leven zwaar drukte met tegenspoed en onrust, voelden we ons gevangen in een web van angst en twijfel. Maar het beeld van die vogel, die zonder aarzeling opstijgt en vliegt, geeft mij telkens weer moed. Het herinnert mij eraan dat ook ik mag loslaten, mag vertrouwen, mag opstijgen boven het dagelijkse tumult.

Mahdi’s keuze om dit gedicht met mij te delen, voelt als een brug tussen onze werelden. Tussen zijn strijd en mijn zoektocht, tussen zijn hoop en mijn verlangen. Het zegt: ook al zijn de omstandigheden zwaar, ook al lijkt de lente soms ver weg, onze ziel kan vrij blijven. De lente wijkt niet zolang wij de moed hebben te vliegen.

Dit gedicht nodigt ons uit om onze eigen vogel te zijn. Om met vertrouwen en eenvoud te leven, om ons niet te laten verlammen door wat we niet kunnen veranderen. Om de lente te zoeken die in ons hart schuilt, en haar te laten bloeien, ondanks alles.

Zo is Mahdi’s boodschap helder en hoopvol: zolang we blijven vliegen, zolang we blijven hopen, wijkt de lente nooit.

Indra Toelsie