Suriname blijft sinds de eerste verkiezingen in 1949 gevangen in foute oude hits, nu in een nieuwe jas gestoken, zoals de offshore-oliehit ‘Nooit meer arm’ van de Staatsolie-directeur. Ook deze nieuwe regering wil een oudere hit van ‘bedeling’ draaien in een nieuwe jas van armoedebestrijding door het ministerie van Sociale Zaken en Volkshuisvesting. Deze politieke armoede houdt de economische en sociale armoede in stand.

Groei-Geld-Geef-ziekte
Bij gebrek aan een samenhangende ontwikkelingsvisie raakte de vorige regering verstrikt in een ‘3 G’: ‘Economische groei-geld-geef-ziekte’. De ‘Royalty voor Iedereen’ had geen duurzame werking, maar diende het kortdurende machtsbelang van de regeringscoalitie van 2020-2025. Dit was een vorm van partijpolitieke misleiding met belastinggelden, doortrokken van narratieven (opvattingen gegoten in een aantrekkelijk ‘verhaal’ om de geest van burgers te ‘pakken’). Met haar narratief en regeringsretoriek “Samen hebben we offers gebracht, nu gaan we u teruggeven” ging de regering-Santokhi ten onder.

Achterhaalde verzorgingsstaat

De huidige regering wil sociale maatregelen versneld uitvoeren om de economische gevolgen van de oorlog in het Midden-Oosten voor vooral kwetsbare groepen en werkenden op te vangen. De maatregelen houden in het verhogen van tarieven voor kinderbijslag, mensen met een beperking, AOV’ers en geregistreerde sociaal zwakke huishoudens. Verder ontvangen ambtenaren en landsdienaren een koopkrachtversterking en leerkrachten een ondersteuningstoelage.

Vergeleken met de uitkeringen van de vorige regering zijn deze maatregelen niet misleidend. Helaas verschilt deze werkwijze niet van armoedebestrijding volgens het Hollandse verzorgingsstaatmodel. De Nieuw Front-regering (1991-1996) lanceerde ook een sociaal vangnet volgens dit principe. Het met Nederlandse ontwikkelingsgelden gefinancierde vangnet beoogde armen te beschermen tegen de schokken van het in 1993 gestarte aanpassingsprogramma. Het vangnet (circa 70% traditionele financiële bijstand en 30% voedselpakketten), de Hollandse snit van armoedebestrijding, bleek weinig effectief om armoede duurzaam te bestrijden. Het Nieuw Front ging in 1996 roemloos ten onder.

Effectieve armoedebestrijding

Een belangrijke oorzaak van armoede in Suriname sinds de onafhankelijkheid betreft de negatieve gevolgen van globalisatie voor de macro-economische situatie in Suriname. Dit hield verband met de neergang in de bauxietsector, de opschorting van de Nederlandse ontwikkelingshulp, de uitvoering van een structureel aanpassingsprogramma in 1993 en recentelijk door de regering-Santokhi.

Een andere oorzaak van armoede betreft de toegenomen verschillen tussen economische sectoren, bijvoorbeeld tussen de (illegale) goudsector en de huishoudelijke diensten. Een derde oorzaak is de afhankelijkheid van grote delen van de bevolking van een zwakke overheid met een verzorgingsstaatbeleidscultuur en een verkeerde prioriteitsstelling bij het toewijzen van fondsen. De scheve verdeling van overheidsfondsen resulteert in een afname van investeringen in de sociale infrastructuur, het onderwijs en de gezondheidszorg, en in bedroevende prestaties in deze sectoren.

In 1998 berekende ik voor Paramaribo het effect van drie inkomensbronnen op armoedevermindering. Het effect van lokale sociale uitkeringen op armoede in huishoudens met een overheidsuitkering droeg met 9% het minst bij aan armoedevermindering. Het effect van informele inkomens bedroeg 18%. Het grootste effect werd gevonden in huishoudens die buitenlandse geldovermakingen ontvingen, met een bijdrage van 39% aan armoedevermindering.

Surinaamse armoedestudies

In de periode 1998-2001 werden in opdracht van de ministeries van Sociale Zaken en Volkshuisvesting, Regionale Ontwikkeling en het Planbureau studies uitgevoerd naar een effectievere aanpak van armoedebestrijding. Er zijn diverse rapporten geproduceerd met een nieuwe agenda, gericht op de hoge armoedecijfers en de beperkte effectiviteit van eerdere maatregelen.

Dit zou moeten resulteren in duurzame maatregelen voor armoedebestrijding. Tevens zou een geïntegreerde ontwikkelingsvisie moeten ontstaan, gericht op macro-economische stabiliteit, verhoging van belastinginkomsten, economische groei, meer uitgaven in de sociale sector en versterking van menselijk kapitaal, gecombineerd met een participatieve benadering van armoedebestrijding.

Tegelijkertijd bleken effectieve maatregelen op het gebied van sociale zekerheid, in de vorm van inkomensoverdrachten, noodzakelijk om verdere verarming van kwetsbare groepen, zoals Marron- en inheemse gemeenschappen, te voorkomen.

Lessen leren
Studies uit de periode 1991-2001 tonen aan dat sociale uitkeringen volgens de verzorgingsstaatmethode in Suriname nauwelijks werken. Daartegenover staan effectievere mechanismen, zoals steun uit het buitenland en zogeheten conditional cash transfers.

Kenmerkend voor dit kapitaalversterkende instrument is de actieve betrokkenheid van de doelgroep bij het bestrijden van armoede. Dergelijke programma’s zijn succesvol toegepast in Brazilië onder de naam Bolsa Família. Het is de hoogste tijd om anno 2026 in Suriname afscheid te nemen van de Hollandse snit van armoedebestrijding.

Jack Menke

Verder lezen:
Marcelo Neri and Jack Menke, Poverty in Suriname: Assessment, Monitoring and Capital Enhancing Policies (UNDP, 1999).
Jack Menke, Restructuring Urban Employment and Poverty (1998).