Assembleelid Ronny Asabina
BEP-fractieleider Ronny Asabina erkent dat het parlement tekort is geschoten bij de behandeling van de wetten over de geldelijke voorzieningen van de drie staatsmachten. Hij spreekt van een “klap voor het vertrouwen” en pleit voor spoedoverleg en reparatie van de omstreden regelingen.

Volgens Asabina is het parlement momenteel het mikpunt van stevige maatschappelijke kritiek en wantrouwen. “Het voelt soms krenkend en intimiderend aan,” zegt hij aan Starnieuws. “Onze geloofwaardigheid als volksvertegenwoordigers staat onder druk.” De wetten die bedoeld waren om de geldelijke voorzieningen van de drie machten – wetgevend, uitvoerend en rechterlijk – te harmoniseren, lijken volgens hem hun doel te hebben gemist. In plaats van synchronisatie en evenwicht is in de samenleving het beeld ontstaan dat sprake is van zelfverrijking en buitensporige voordelen.

Asabina verwerpt de suggestie dat er te kwader trouw is gehandeld. “Het is nooit de intentie van het parlement geweest om het volk te kwetsen of de machten riant te bevoordelen.” Tegelijkertijd erkent hij dat er fouten zijn gemaakt. “Wij hebben schromelijk gefaald. Geen enkele macht uitgesloten. De samenleving voelt zich terecht misleid.”

Rechterlijke macht ligt zwaar op de maag

Met name de waardering en bezoldiging van de rechterlijke macht heeft volgens Asabina veel maatschappelijke verontwaardiging opgeroepen. Hij spreekt zelfs van spijt over het handelen van de toenmalige BEP-fractie. “Wij konden niet bevroeden dat de besluiten zo ongelijk en ongepast zouden uitwerken,” zegt hij. Volgens hem was het doel geen ‘blauwdruk voor bevoordeling’, maar een fundamentele aanzet tot harmonisatie van de geldelijke voorzieningen binnen het staatsbestel.

De politicus wijst erop dat het parlement niet als eerste halte fungeerde bij de totstandkoming van de wetgeving en dat onder meer de Staatsraad advies heeft uitgebracht. Toch erkent hij dat bij de juridische vertaling en formulering van enkele artikelen zaken zijn ontglipt.
Volgens Asabina functioneert het parlement als medewetgever beter wanneer er adequate juridische en wetgevingstechnische ondersteuning beschikbaar is. “Ik vraag mij af of ook de ontwerpers en directe belanghebbenden de reikwijdte van de gewraakte artikelen volledig hebben overzien.”

Financiële consequenties niet gedeeld
Tijdens de behandeling van de wetgeving is volgens Asabina herhaaldelijk gevraagd naar het financieel kader en de risico’s voor de staatskas. Een toezegging dat de financiële consequenties achteraf met het parlement zouden worden gedeeld, is volgens hem tot op heden niet nagekomen. Daarnaast wijst hij op het gebrek aan inhoudelijke diepgang tijdens de parlementaire behandeling. Discussies werden volgens hem te vaak overschaduwd door onderlinge verwijten en populistische uitingen.

Asabina noemt het opvallend dat de leiding van de drie machten zich nog niet publiekelijk heeft uitgesproken. “Geen wonder dat de samenleving deze houding als respectloos ervaart.”

Pleidooi voor spoedoverleg en doorlichting

Asabina pleit voor spoedoverleg tussen de drie machten, gevolgd door een grondige doorlichting en reparatie van de geldelijke voorzieningen, inclusief verwerking van de financiële gevolgen in de begroting. Hij benadrukt dat dit geen drukmiddel is, maar een oproep tot gezamenlijke verantwoordelijkheid binnen de scheiding der machten. “Geldelijke voorzieningen mogen niet leiden tot financiële, economische en maatschappelijke problemen.”

Daarnaast pleit hij voor bredere hervormingen, waaronder het instellen van een onafhankelijke “Integrity Chamber” die integriteit binnen overheid en staatsbedrijven bevordert. Ook verwijst hij naar internationale voorbeelden waarbij een wettelijk maximuminkomen voor topfunctionarissen wordt vastgesteld om rechtsongelijkheid te beperken.

Volgens Asabina moet worden voorkomen dat de loonstructuur verder uit balans raakt. Transparantie, accountability en vertrouwen in het bestuur moeten volgens hem centraal staan bij het herstelproces.