Parlementariër Ebu Jones (NDP) samen met Clyde Elder van Trinidad and Tobago (rechts) en Heroy Clarke van Jamaica.
Suriname heeft tijdens de parlementaire bijeenkomst van de Organisatie van Afrikaanse, Caribische en Pacifische staten (OACPS) op Antigua, gepleit voor klimaatrechtvaardigheid en eerlijke compensatie. Dit moet gelden voor landen die wereldwijd bijdragen aan CO₂-opslag. Delegatieleider, parlementariër Ebu Jones stelde dat Suriname “de aarde koelt, maar opwarmt onder de druk van klimaatonrechtvaardigheid”.

In zijn toespraak benadrukte Jones dat Suriname tot de weinige landen ter wereld behoort die carbon-negatief zijn. Meer dan 93 procent van het grondgebied is bedekt met tropisch regenwoud, dat fungeert als een van de meest efficiënte natuurlijke koolstofputten ter wereld.

“Wij zijn geen onderdeel van het klimaatprobleem, maar van de oplossing,” stelde hij. Tegelijkertijd wees hij op de kwetsbaarheid van het laaggelegen kustgebied, waar het merendeel van de bevolking woont en waar zeespiegelstijging en extreme weersomstandigheden steeds grotere risico’s vormen. Volgens Jones is er sprake van “structurele klimaatonrechtvaardigheid”: Suriname levert een mondiale ecologische dienst, maar ontvangt daarvoor geen structurele compensatie.

Compensatie 
Jones pleitte voor robuuste en transparante koolstofkredietmarkten. Staande bossen mogen volgens hem niet worden gezien als ‘lege gronden’, maar als meetbare en waardevolle mondiale activa. “Als de wereld profiteert van onze bossen, moet de wereld investeren in hun behoud,” aldus Jones. Klimaatfinanciering moet volgens hem evolueren van symbolische toezeggingen naar structurele herverdeling.

Naast financiële rechtvaardigheid vroeg Suriname ook om concrete uitvoering van technologische samenwerking, onder meer op het gebied van hernieuwbare energie, waterbeheer en rampenbestendigheid. “Een rechtvaardige energietransitie is onmogelijk zonder technologische rechtvaardigheid.”

Hervormingen 
Jones maakte duidelijk dat Suriname zelf stappen zet om duurzaamheid institutioneel te verankeren. Zo wordt gewerkt aan modernisering van wetgeving tegen ontbossing, duurzame natuurbescherming en een transparant nationaal kader voor koolstofkredieten.
Opvallend is dat Suriname energieontwikkeling en milieubeheer heeft ondergebracht in één portefeuille: het Ministerie van Olie, Gas en Milieu. Volgens Jones waarborgt deze constructie dat grondstoffenexploitatie en ecologische verantwoordelijkheid vanuit één nationaal kompas worden aangestuurd. “Dit is geen milieusymboliek, maar structurele transformatie.”

Naast Jones namen ook de Assembleeleden Ronny Asabina (BEP) en Dewanchandrebhose Sharman (VHP) deel aan de delegatie. De deelname onderstreept volgens De Nationale Assemblée het belang van actieve parlementaire diplomatie en versterking van de Caribische stem binnen het bredere OACPS–EU partnerschap. Jones riep de regio op tot eensgezindheid. “Kusterosie respecteert geen grenzen. Orkanen erkennen geen soevereiniteit. Klimaatrisico is gedeeld, dus moet ook onze strategie gedeeld zijn.”

In zijn slotwoord daagde Jones de OACPS-assemblee uit, om verder te gaan dan verklaringen.
“Durf een klimaatfinancieringsarchitectuur te eisen die geworteld is in rechtvaardigheid. Durf bescherming te belonen in plaats van vernietiging. Carbon-negatieve landen zijn geen perifere spelers – wij zijn pijlers van planetaire stabiliteit.”
Met die boodschap positioneert Suriname zich nadrukkelijk als pleitbezorger van klimaatrechtvaardigheid binnen het internationale parlementaire veld.