De beschikking waarbij een bijzondere volmacht wordt verleend aan de president van het Hof van Justitie voor het vaststellen van de nieuwe bezoldigingsreeks van de zittende magistratuur, is reeds op 5 juli 2025 ondertekend door de toenmalige president van de Republiek Suriname, Chan Santokhi. Dit laat minister Marinus Bee van Binnenlandse Zaken weten. 

Uit de resolutie blijkt dat het besluit is genomen naar aanleiding van een schrijven van de president van het Hof van Justitie d.d. 3 juli 2025 (kenmerk P.no. 25/808). Het staatsbesluit verleent met terugwerkende kracht – te rekenen vanaf 1 januari 2024 – bijzondere volmacht aan de president van het Hof van Justitie om de nieuwe bezoldigingsreeks vast te stellen voor de leden van de Rechterlijke Macht (zittende magistratuur).

Wettelijk kader

Het besluit is gebaseerd op:
● de Wet Rechtspositie Rechterlijke Macht (S.B. 2024 no. 158);
● de Resolutie van 15 november 2022 no. 18.671/22 (S.B. 2022 no. 139), inzake bijzondere volmacht aan staatsorganen met een zelfstandige begroting;
● de Resolutie van 5 oktober 2024 no. 1038/RP (S.B. 2024 no. 131), betreffende de nieuwe bezoldigingsreeks voor leden van de Rechterlijke Macht en de procureur-generaal.
● In het staatsbesluit wordt expliciet vermeld dat de bijzondere volmacht noodzakelijk is voor een zorgvuldige, consistente en doelmatige uitvoering van de wet.

Rol minister van Binnenlandse Zaken
Bij publicatie van een resolutie wordt de naam vermeld van de minister van Binnenlandse Zaken die op dat moment in functie is. Dit betekent echter niet dat deze minister het staatsbesluit zelf heeft ondertekend. De ondertekening vindt plaats door de daartoe bevoegde functionaris, in dit geval de president van de Republiek Suriname.

De vermelding van de naam van de zittende bewindsman bij publicatie is administratief van aard en houdt geen inhoudelijke betrokkenheid bij de totstandkoming van het besluit in.

De beschikking is reeds in juli 2025 door president Santokhi ondertekend en formeel uitgevaardigd, in een periode waarin de huidige minister Bee nog niet betrokken was bij deze aangelegenheid.

De resolutie draagt de handtekening van president Santokhi en vermeldt dat de uitvoering onder meer is opgedragen aan de minister van Financiën en Planning en de president van het Hof van Justitie.