De opening van het SMB is verricht door NDP voorzitter, president Jennifer Simons. (Foto: René Gompers)
De NDP heeft na vijf jaar opnieuw een Sociaal Maatschappelijk Bureau (SMB) geopend, ditmaal aan de Hoogestraat, in het voormalig partijcentrum van de BVD. Volgens coördinator Yvonne Cheuk Alam is het bureau bedoeld om mensen met klachten op te vangen die niet rechtstreeks terechtkunnen bij ministers, assembleeleden of andere bestuurders.

“Hier gaan we mensen begeleiden en samen zoeken naar oplossingen, eventueel via de betrokken ministers. Dat hangt af van de situatie,” zegt Cheuk Alam. Het SMB zal opereren onder het kabinet van de voorzitter van de NDP. Het naambord werd onthuld door NDP-voorzitter en president Jennifer Simons. Zij benadrukte dat het bureau geen instantie is waar mensen alles kunnen krijgen wat zij wensen.

“Het betekent niet dat mensen hier kunnen komen en alles krijgen wat ze willen. Maar in een land waar veel zaken niet duidelijk zijn en hulp niet altijd op tijd komt, kunnen mensen hier terecht voor informatie en begeleiding bij het oplossen van hun probleem,” zei Simons. Volgens haar is het bureau geen vervanging van bestaande instituten. “Het is een wegwijzer en adviespunt. Waar acuut hulp nodig is, zetten wij ons in om die te bieden.”

Cheuk Alam gaf aan dat een eerder bureau tussen 2010 en 2020 actief was vanuit partijcentrum Ocer onder de naam Ombudsbureau. “Dat heeft vruchten afgeworpen, omdat we afspraken hadden met ministers en assembleeleden. Mensen hadden daardoor een kortere weg naar oplossingen,” zei zij.

Volgens haar zijn bestuurders momenteel belast met dubbele taken. “Iedereen weet in welke situatie wij het land hebben overgenomen. Er moet worden geordend en ontwikkeld. Daarom hebben we besloten opnieuw te starten met een sociaal maatschappelijk bureau.”

Bij het SMB kunnen burgers terecht met onder meer kwesties rond grondzaken, huisvesting, verkrachting, huiselijk geweld, onderwijs en problemen tussen ouders en scholen.

Cheuk Alam benadrukte dat het bureau in eerste instantie werkt voor partijleden, maar openstaat voor alle Surinamers. “Na de verkiezingen zijn wij allemaal Surinamers. We hebben elkaar nodig.”