Minister Harish Monorath beantwoordt vragen.
De regering staat positief tegenover de voorgestelde wetten die moeten leiden tot hervormingen binnen de rechterlijke macht. Minister Harish Monorath Justitie & Politie maakte tijdens de behandeling donderdag in De Nationale Assemblee duidelijk dat versterking van de rechtsstaat noodzakelijk is, maar dat wijzigingen in de structuur van de rechterlijke macht met grote zorgvuldigheid moeten worden benaderd.

Volgens Monorath raakt de voorgenomen wetgeving de kern van de staatsinrichting. Het gaat niet om gewone beleidsaanpassingen, maar om fundamentele wijzigingen binnen een van de drie staatsmachten. Daarom moet volgens hem steeds worden getoetst aan de grondwet, de beginselen van scheiding der machten en de praktische uitvoerbaarheid.

Derde instantie en college van pg’s

Over het voorstel om een derde rechterlijke instantie in te stellen, gaf de minister aan dat verdere rechtsontwikkeling en rechtsbescherming belangrijke uitgangspunten zijn. Tegelijkertijd moeten de personele capaciteit, financiële gevolgen en organisatorische inrichting goed worden doordacht. Een nieuwe instantie betekent immers structurele lasten voor de Staat en vereist voldoende gekwalificeerd personeel.

Ook bij het voorstel tot instelling van een college van procureurs-generaal wees Monorath op de noodzaak van een duidelijke afbakening van bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Het Openbaar Ministerie vervult een bijzondere positie binnen het staatsbestel. Veranderingen in die structuur mogen volgens hem geen onduidelijkheid creëren over hiërarchie, aanspreekbaarheid en gezagsverhoudingen.

Balans tussen hervorming en stabiliteit

Monorath benadrukte dat hervormingen niet mogen leiden tot institutionele onzekerheid. Stabiliteit binnen de rechterlijke macht is essentieel voor rechtszekerheid en vertrouwen van burgers en investeerders. De minister onderstreepte dat wetgeving niet alleen juridisch correct moet zijn, maar ook bestuurlijk werkbaar.

De regering heeft daarom gekozen voor een behoedzame benadering: steun voor modernisering en versterking van de rechterlijke macht, maar met nadruk op constitutionele consistentie, financiële haalbaarheid en praktische implementatie.

Verantwoordelijkheid richting rechtsstaat

Volgens Monorath moet elke wijziging bijdragen aan een sterker, transparanter en onafhankelijker rechtsbestel. Hervormingen mogen niet worden ingegeven door incidenten of actuele spanningen, maar moeten duurzaam en toekomstbestendig zijn.

De regering heeft aangegeven constructief te blijven meewerken aan het wetgevingsproces en de uiteindelijke uitvoering, met als uitgangspunt het behoud van institutioneel evenwicht en versterking van de rechtsstaat.

Na de beantwoording van vragen door de minister, stelden onder andere Krishna Mathoera en Mahinder Jogi (beiden VHP) dat de bewindsman zich op het standpunt stelt dat het om initiatiefwetten gaat en de regering een afwachtende houding aanneemt. Zij benadrukten dat het om een gezamenlijke verantwoordelijkheid gaat, die niet kan worden afgeschoven. Het is de regering die de wetten moet uitvoeren als deze aangenomen zijn. Benadrukt werd dat de regering haar verantwoordelijkheid niet kan afschuiven op het parlement. 

De vergadering is na de antwoorden van de minister verdaagd. In de tweede ronde zullen de initiatiefnemers met amendementen komen op basis van de discussies die zijn gevoerd.