Elke verkiezingsperiode in Suriname lijkt sterk op de vorige. Andere partijen, andere leiders en nieuwe slogans, maar inhoudelijk keren dezelfde beloften telkens terug. Verandering wordt aangekondigd, het volk centraal gesteld en het verleden aangewezen als schuldige. Toch blijft de dagelijkse realiteit voor veel burgers na de verkiezingen onveranderd of zelfs moeilijker.

De vraag is daarom niet langer of dit gebeurt, maar waarom een groot deel van de samenleving hier steeds opnieuw gevoelig voor blijft.

Politiek in Suriname wordt grotendeels gevoerd op emotie. Campagnes richten zich minder op meetbare resultaten en meer op gevoelens van hoop, angst en boosheid. Emotionele boodschappen werken sterker dan cijfers of beleidsanalyses. Wie inspeelt op onzekerheid, hoeft minder verantwoording af te leggen over concrete uitvoering.

Armoede en bestaansonzekerheid versterken dit effect. Wanneer burgers dagelijks worstelen met stijgende prijzen, schulden en beperkte vooruitzichten, is er weinig ruimte voor kritisch denken. In zo’n situatie klinkt een eenvoudige belofte aantrekkelijker dan een complex en realistisch verhaal. Politici weten dit en stemmen hun boodschap daarop af.

Een structureel probleem is het korte politieke geheugen. In het publieke debat wordt zelden systematisch teruggekeken op eerdere regeerperiodes. Wie wat beloofde, welke plannen zijn uitgevoerd en welke niet, verdwijnt snel naar de achtergrond. Daardoor krijgen oude beloften telkens een nieuwe kans, verpakt in andere woorden of partijlogo’s.

Ook verdeeldheid wordt regelmatig bewust ingezet als strategie. Het creëren van een wij-zij verhaal gericht tegen vorige regeringen, vermeende elites of externe invloeden leidt de aandacht af van de kernvraag wat wordt er vandaag gedaan en met welk resultaat? Zolang de samenleving verdeeld blijft, ontstaat er onvoldoende druk op machthebbers om verantwoordelijkheid af te leggen.

Kritiek leveren is bovendien niet vanzelfsprekend. Kritische stemmen worden vaak weggezet als negatief of onpatriottisch. Deze houding ondermijnt een gezonde democratische cultuur. Juist in een kwetsbare economie is het noodzakelijk dat leiders worden bevraagd, gecontroleerd en aangesproken op hun beleid.

Daarbij leeft bij veel burgers de hoop op een redder een leider of partij die het land zal "oplossen". Maar duurzame ontwikkeling komt niet voort uit personen alleen. Zij vereist sterke instituties, transparant bestuur en consistent beleid, ongeacht wie aan de macht is.

De conclusie is ongemakkelijk maar noodzakelijk. Surinamers worden niet telkens misleid omdat zij naïef zijn, maar omdat hoop, onzekerheid en herhaling samen een krachtige combinatie vormen. Zolang politieke beloften niet structureel worden getoetst aan daden en resultaten, zullen dezelfde verhalen blijven werken.

Een samenleving die niet leert van haar politieke geschiedenis, loopt het risico die geschiedenis steeds opnieuw te herhalen.

Jaiprekash Ramratan