Bouwen is opnieuw duurder geworden. De gemiddelde bouwprijzen zijn in het tweede kwartaal van 2026 met 7,3 procent gestegen ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Vergeleken met het eerste kwartaal van dit jaar bedraagt de stijging 1,4 procent. Dat blijkt uit de voorlopige Bouwprijsindex van het Algemeen Bureau voor de Statistiek (ABS).

ABS voert aan dat de Bouwprijsindex de gemiddelde prijsontwikkeling weerspiegelt van een vast pakket goederen en diensten die nodig zijn voor woningbouw, utiliteitsbouw en civieltechnische werken. De index is gebaseerd op 107 producten en diensten, verdeeld over zestien hoofdgroepen. De prijsmetingen worden uitgevoerd bij ongeveer vijftig bedrijven in Paramaribo en Wanica.

De kwartaalcijfers laten zien dat de bouwprijzen blijven oplopen. Waar de index in het eerste kwartaal van 2026 nog op 1236,9 punten stond, is deze in het tweede kwartaal gestegen naar 1253,7 punten. Dat komt neer op een kwartaalstijging van 1,4 procent en een stijging van 7,3 procent ten opzichte van het tweede kwartaal van 2025.

Binnen de Bouwprijsindex vormt arbeid met een gewicht van 41,73 procent veruit de grootste kostenpost. Daarna volgen staal- en betonwerken (13,50 procent), bestratingswerken (13,35 procent) en metsel- en stortingswerken (12,38 procent). Deze onderdelen hebben daardoor de grootste invloed op de ontwikkeling van de totale bouwkosten.

De stijgende bouwprijzen kunnen gevolgen hebben voor zowel particuliere woningbouw als infrastructurele projecten. Hogere bouwkosten werken doorgaans door in de prijzen van nieuwbouwwoningen, renovaties en overheidsprojecten zoals wegen, scholen en andere publieke voorzieningen.